*

 

Grimbergen gevangen in de competitie

Rob Velthuis − 11/01/03, 00:00

Tijdens de Olympische Spelen van '92 reed wielrenster Petra Grimbergen in dienst van Monique Knol en Leontien van Moorsel. Nu ze succesvol schaatster is, rijden anderen voor haar. Beide situaties wekken gevoelens van onbehagen op.

HEERENVEEN - De gevoelens zijn tegenstrijdig. Het is een mooi vooruitzicht met een grote prijs afscheid te kunnen nemen van de topsport.

Maar Petra Grimbergen had in het laatste jaar zo graag vrijuit willen rijden, los van het keurslijf waarin ze zich als leidster van het KNSB-klassement voelt opgesloten.

Als een van de weinigen beschouwt Grimbergen rijden op kunstovalen niet als surrogaat voor wedstrijden op natuurijs. Ze voelt geen behoefte om te blijven trainen tot de Elfstedentocht weer eens komt. Zelfs niet nu ze zich sinds kort als inwoonster van Heerenveen Friezin mag noemen en ze delen van het parkoers afgelopen zomer in het skutsje van haar vriend al heeft verkend.

,,Het aparte van de Elfstedentocht is dat je nooit weet wanneer hij komt. Als dat gebeurt als je net in vorm bent, heb je geluk. Iemand als Emiel Hopman heeft jarenlang het marathonschaatsen beheerst, maar daar op die manier nooit van kunnen profiteren. Er zijn er zoveel geweest die zich er jarenlang tevergeefs het apezuur voor hebben getraind.''

,,Het zou voor mij een mooie afsluiting zijn om het mee te maken. Vooral omdat ik dit jaar voor het eerst niets naast het schaatsen heb, ik ben er klaar voor. Maar voor mijn lol zal ik niet meer dan 200 kilometer rijden. Vroeger dacht ik dat je er aan dood zou gaan. Zoals Ellen van Langen dat misschien ook wel heeft gedacht: een marathon lopen, dat doe je toch echt niet.''

Grimbergen maakt zich al jaren zorgen over de toekomst van de marathon voor vrouwen. Een jaar of tien geleden schreef ze al eens een brief aan de rijdersraad met het voorstel om met de competitie te stoppen of drastisch in te korten ten bate van meer losse wedstrijden. De winnares van vorig jaar en huidig leidster kreeg nooit antwoord.

,,Constant wordt gerekend en naar elkaar gekeken omdat het klassement zo belangrijk is. Dat gaat ten koste van het vrijuit rijden, van de strijd. Ik sta er nu mooi voor, dat is wel leuk. Maar mijn ploeggenoten, die voor hun lol rijden, moeten zich daarin schikken.''

,,We zitten gevangen in de competitie, dat komt de aantrekkelijkheid niet ten goede. Je ziet mensen winnen die in het klassement geen enkele rol spelen.''

,,Soms heb ik het idee in twee wedstrijden tegelijkertijd te rijden. De topvijf rijdt voor het klassement, en als de Smitjes (de naar het langebaanschaatsen overgestapte aartsrivalen Gretha en Jenita, red.) meedoen rijden die voor de dagwinst. Dan is altijd de afweging: wil ik winnen, dan moet ik met elke ontsnapping mee. En ik moet mijn naaste concurrenten in de gaten houden.''

Meer losse wedstrijden zou beter zijn, is de opvatting van Grimbergen. Het komt de aantrekkelijkheid van de sport ten goede en de vreugde van de vele naamloze amateurs, die nu in dienst van anderen moeten rijden. Na het NK op tweede kerstdag kreeg Grimbergen daarin bijval van Jenita Smit.

Grimbergen: ,,Tijdens de Greenery Driedaagse heb ik in dienst van mijn ploeggenoten gereden. Voor wat hoort wat. Niemand traint het hele jaar hard om slechts gaten voor anderen dicht te rijden. Zelfs niet als daar een heel goed contract tegenover zou staan.''

Uit ervaring weet Grimbergen hoe frustrerend een rol als knecht kan zijn. Tijdens de Spelen van '92 reed ze als wielrenster in de nationale driemansploeg in dienst van wereldkampioene Leontien van Moorsel en titelverdedigster Monique Knol, die derde werd.

,,Op een gegeven moment was ik met drie anderen weg, dan sta je te springen om door te gaan. Mooi bij de eerste vier. Maar dat mocht niet, ik heb de hele wedstrijd gaten dicht gereden. Terwijl ik niets met ze te maken had. Ik zie ze niet meer, ik hoor ze niet meer, ik ben niet bedankt.''

,,Je bent nog jong, je kijkt tegen alles en iedereen op. Maar hoe groot is de kans dat je aan de Spelen mee kan doen? Eigenlijk moet je gewoon voor jezelf rijden, zeker in een wedstrijd waarin ploegen slechts uit drie rijdsters bestaan. Bij de heren is dat anders, daar heb je een prijzenpot die wordt verdeeld. Wij kregen van het NOC 150 gulden per maand en vijftien gulden zakgeld per dag.''

Als talentvol schaatsenrijdster maakte Grimbergen deel uit van de jong Oranjeselectie van Leen Pfrommer. Via de zomertraining op de fiets kwam ze in 1989 terecht in de nationale wielerploeg van Piet Hoekstra. Vier jaar later stapte ze er weer uit. De sfeer waarin ze met plezier sport kon bedrijven werd gemist.

,,Als 23-jarige denk je dat je heel wat bent. Nu ik er op terugkijk heb ik er nooit uitgehaald wat er in zat. Zeker nu ik merk dat ik mentaal en fysiek nog sterker word.''

,,Ik ben gestopt omdat ik samen met twee compagnons een zaak begon. Van wielrennen kon je niet leven maar je was wel maanden onafgebroken op pad. Het waren zware tijden. Er werd enorm hard gereden en getraind. Het buitenlandse aanbod was nog klein, je kon in alle wedstrijden terecht. Je raakt in een mallemolen.''

,,Het was de periode dat wielrensters moesten afvallen. Daar had iedereen moeite mee, voor sommigen werd het een obsessie. Ik ben gaan fietsen omdat ik het leuk vond, maar het begon heel andere vormen aan te nemen. Het was niet bepaald de sfeer waarin ik topsport wilde bedrijven.''

In 1991 werd Grimbergen Nederlands kampioen op de weg. De status ervan werd haar het seizoen erna duidelijk. Omdat de voorbereiding in de winter was verstoord door een blessure, besloot de draagster van het rood-wit-blauw bescheiden te blijven. ,,Ik wilde geen startgeld vragen, ik schreef gewoon voor een wedstrijd in. Kreeg ik een berichtje terug: de koers zit vol. Daar zakt toch je broek vanaf. Die kaart heb ik nog steeds in een plakboek zitten.''

,,Je moest echt een enorme uitblinkster zijn zoals Van Moorsel, wilde je wat betekenen. Van mijn sport heb ik nooit kunnen leven, verre van dat. In het wielrennen was het toen nog minder dan in het marathonschaatsen nu. Maar geld is ook nooit de drijfveer geweest.''

,,Dit is het eerste jaar dat ik schaats zonder werk of studie ernaast. Omdat ik toch van Amsterdam naar Heerenveen zou verhuizen had het weinig zin voor korte tijd een baan te zoeken. Ik wilde er eens een jaar van genieten. Maar veel mensen denken dat ik er nooit iets bij heb gedaan.''

,,Vooral op de banen van Amsterdam en Haarlem krijg je tijdens de training de vreemdste reacties. Komen ze naar je toe en zeggen: zou je niet eens werk zoeken? Of: wat krijg je nou van die Scheringa (sponsor, red)? Maar ook leuke dingen hoor. Als ik zonder reclame rondrijd en je komt overeind, komt er wel eens iemand naast je doe zegt: goh, jij bent goed. Je moet marathons gaan rijden.''

mailIcon print |