Het is de best bezochte concertzaal ter wereld. Met maar liefst 841535 bezoekers liet het Amsterdamse Concertgebouw het afgelopen jaar wederom alle andere concertzalen achter zich. In tijden van recessie en winstwaarschuwingen is dat een opmerkelijk artistiek en economisch succes.
Voor een deel is het succes van het Concertgebouw natuurlijk toe te schrijven aan de magie van het gebouw zelf. In de hele wereld zijn er maar twee andere concertzalen die eenzelfde allure hebben én eenzelfde akoestische kwaliteit: in Wenen en Boston.
Directeur Martijn Sanders is de eerste om dat toe te geven. Alleen die magie al trekt bezoekers van over de hele wereld. Na een ingrijpende renovatie is het Concertgebouw bovendien weer in al zijn luister hersteld; het interieur van de grote zaal is een wonder om naar te kijken, evenals de foyers op de bovenverdieping. De kleine zaal en enkele foyers op de begane grond zijn de komende zomers aan de beurt.
Voor de jongste renovaties krijgt het Concertgebouw een bedrag van de gemeente Amsterdam. Maar verder wordt alles uit eigen middelen betaald via onder andere particuliere fondsenwerving. ,,Wij kosten de gemeenschap slechts anderhalve euro per persoon per jaar'', legt Sanders uit. Hij voegt er direct aan toe dat het Concertgebouw natuurlijk indirect profiteert van subsidies die de optredende ensembles ontvangen, waaronder het Koninklijk Concertgebouworkest.
Helemaal zonder zorgen voor de nabije toekomst is de Concertgebouw-directeur niet, gezien de economische recessie. Maar hij durft optimistisch te zijn. De nieuwe begroting gaat uit van de unieke bezoekersaantallen van afgelopen jaar.
Het Concertgebouworkest is de hoofdbespeler van het gebouw. Samen met het Nederlands Philharmonisch Orkest en de Matinee op de vrije zaterdag domineerden zij het artistieke profiel en de bespeling van het gebouw. Sanders heeft bewust wat aan die dominantie veranderd. Hij verbreedde het aanbod en verlaagde de drempel. ,,Voor die drie hoofdbespelers worden concerten in abonnement verkocht. Daarmee krijg je een specifiek publiek binnen, mensen die weten dat ze naar een concert kunnen dat soms pas over een jaar plaatsvindt, die weten dat ze dan nog in Amsterdam of omgeving wonen en die het zich financieel kunnen veroorloven.''
,,Een grote groep mensen kwam daardoor nooit in het gebouw. Om dat te veranderen zijn we 1989 begonnen met de Robeco Zomerconcerten en in 1994 met de Zondagochtendconcerten. Die series hebben een revolutie in het Concertgebouw-bezoek veroorzaakt. Het publiek is er enorm door verbreed. We verkopen er geen abonnementen voor en je kunt voor elk los concert een kaartje kopen voor relatief weinig geld. Voor een Zomerconcert betaal je nu 17,50 euro en voor een Zondagochtendconcert 13 euro. Daarmee hebben we de incidentele bezoeker het gebouw in gekregen: voor de Zomerconcerten komen 100000 bezoekers en voor de Zondagochtendconcerten 50000. Samen maken die bijna twintig procent van ons totale bezoekersaantal uit.''
Artistiek zijn die laagdrempelige concerten volgens Sanders eveneens interessant. Zo krijgen jonge, veelbelovende musici een kans. Voor dure concertseries als 'Grote Solisten' moet drie à vier jaar van tevoren een planning worden gemaakt, voor de zomer- en zondagochtendseries wordt ongeveer een planningsperiode van een jaar aangehouden. Daardoor kun je veel meer rekening houden met de actualiteit.''
Volgens Sanders komen de incidentele bezoekers vervolgens ook naar de andere concerten in het gebouw, al moet je daar wel veel voor doen. ,,Van elke bezoeker hebben we de gegevens op enorme computerbestanden staan. We weten waar ze naar toe zijn geweest en proberen ze te interesseren voor vergelijkbare concerten. Het is nu nog te vroeg, maar we denken wel aan een soort loyalty-kaart voor vaste bezoekers waar al die gegevens opstaan.''
Sanders was zelf ook verrast door het hoge aantal bezoekers in het afgelopen jaar. Hij laat een lijstje zien. Het record van 2001 is met ruim 3000 bezoekers gebroken. Dat komt vooral door de afgelopen decembermaand. Het Concertgebouw trok toen 9000 méér bezoekers dan in december 2001. In de kerstperiode is er volgens Sanders een haast onstilbare honger naar concerten.
Opvallend is ook het succes van de kleine zaal. Hier nam het aantal bezoekers flink toe. Maar liefst 145000 liefhebbers van liedrecitals en kamermuziek bezochten in 2002 de kleine zaal. ,,Dat is een absoluut record waar zelfs de Wigmore Hall in Londen -hèt internationale mekka voor de kamermuziek- volgens mij niet aan kan tippen. De kleine zaal heeft een capaciteit van 480 stoelen dus als je de simpele berekening maakt betekent het dat er gemiddeld per dag 400 mensen in de kleine zaal zitten. Het publiek voor strijkkwartetten en liederen lijkt onuitputtelijk. Wij hebben daarom besloten om ook recitals van beroemde zangers in de grote zaal te programmeren - iets wat andere internationale concertzalen hebben afgeschaft vanwege dalende bezoekersaantallen. Waar we wel een streep trekken is bij strijkkwartetten in de grote zaal. De intimiteit van die muziek zou daar verloren gaan. Maar we zouden de zaal voor een beroemd strijkkwartet heus volkrijgen.''
,,Vanwege de grote behoefte aan kamermuziek hebben we in de kleine zaal de series met strijkkwartetten uitgebreid. Ik denk dat die behoefte mede voortkomt uit het feit dat Nederlanders in de privésfeer heel veel muziek maken. Er zijn heel veel amateurstrijkkwartetten waarin mensen spelen die alles van hun muziek afweten. We hebben weleens een strijkkwartetdag gehad waarin ook een quiz verwerkt zat. Een beroemd kwartet speelde één maat uit een willekeurig strijkkwartet achterstevoren. De bezoekers hadden geen enkele moeite om de componist en het werk te raden - vonden het zelfs makkelijk. De kiem voor die buitensporige interesse voor kamermuziek heeft er altijd gelegen, maar is pas de laatste jaren ontsproten. Opmerkelijk daarbij is dat het stijgend aanbod een stijgende vraag uitlokt; meestal is het omgekeerd.''
De verbreding van het publiek werd verder bereikt door het programmeren van wereldmuziekconcerten (sinds acht jaar participeert het Concertgebouw ook in het Roots Festival), jazzconcerten (het Concertgebouw heeft zijn eigen jazz-orkest) en jeugdconcerten. In 2002 bezochten meer dan 55000 jongeren uit het hele land het Concertgebouw middels educatieprojecten, kinderconcerten, CKV-projecten van scholen en het Cultureel Jongeren Paspoort. Uit steekproeven is verder gebleken dat zo'n 10000 jongeren op eigen gelegenheid en zonder korting een concert bezoeken. ,,Voor deze jeugdprojecten betaalt de gemeente Amsterdam ons 120000 euro, maar het programma kost zeker vier keer zoveel. We krijgen ook veel steun van de Joop van den Ende Foundation. Het leuke aan deze jeugdconcerten is dat je niet alleen de kinderen opvoedt, maar ook hun leraren.''
Het Concertgebouw presenteerde de bezoekcijfers ruim een maand vóór de persconferentie waarop de plannen van het nieuwe seizoen bekendgemaakt zullen worden. Op de persconferentie van vorig jaar sprak Martijn Sanders zijn zorg uit over het wegvallen van enkele sponsors. De sponsors zorgen voor dertig procent van het budget, de overige zeventig procent komt uit de kaartverkoop. Is er nog steeds zorg? ,,Ik wil niet al te veel vooruitlopen op de persconferentie van volgende maand, maar de zorg is niet weggenomen. Als de recessie te lang duurt heeft dat ook gevolgen voor ons. Vooralsnog gaan we bij het maken van begrotingen ervan uit dat we de bezoekersaantallen halen. We zitten qua bezetting wel aan onze taks, hoger kun je niet komen. Het kan natuurlijk wel, maar dan zou je 'moeilijke' series als Tijdgenoten moeten schrappen en die vervangen door een serie met veel Brahms en zo. Daar kiezen we niet voor.''
In het buitenland wordt gesproken over het Concertgebouwwonder. Concertzalen in het buitenland hebben bijna allemaal te kampen met dalende bezoekcijfers. In Amerika is de toestand volgens Sanders zelfs dramatisch. Er is overleg met andere concertzalen en een samenwerkingsverband. Sanders wordt vaak om advies gevraagd. ,,We hebben hier in Amsterdam een open podium. Vroeger waren hier volksconcerten, popconcerten en boksgala's en nog steeds kan iedereen de zaal huren. André Rieu mag hier komen, maar dan moet hij de zaal huren; we zullen hem niet opnemen in de serie Grote Solisten. Wibi Soerjadi huurt ook al jaren zelf de zaal af. üls we verhuren willen we wel de zekerheid hebben dat het optreden niveau heeft en dat het publiek trekt, maar dat is de enige restrictie. Zolang de zaal niet wordt afgebroken, vind ik alles best.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.