CALGARY - Hoewel ze inmiddels op een veteranenleeftijd is gekomen, durfde Monique Garbrecht-Enfeldt afgelopen zomer rigoureus haar aanpak te veranderen. Het gevolg was dat de 34-jarige Duitse op de WK sprint in Calgary nog verder afstand nam van de concurrentie dan vooraf verwacht.
Van tegenstand was nauwelijks sprake. Dat de Canadese Cindy Klassen, een topfavoriete voor het WK allround, tweede kon worden in het eindklassement dankzij twee uitstekende 1000 meters, duidt erop dat het sprinten als specialisme bij de vrouwen op een minder hoog niveau staat. Catriona LeMay-Doan, vorig jaar nog wereldkampioene, werd slechts zevende. In wellicht haar laatste seizoen kon de Canadese na een liesblessure nimmer meer haar oude niveau benaderen.
De revelatie van het toernooi was een Japanse die zich pas sinds dit seizoen op het sprint heeft toegelegd. Shihomi Shinya (23 jaar, 1.56 meter, 50 kilo), eerder mislukt als allroundster, bewoog zich als een katje over het ijs. Zij bood hoop voor de toekomst.
Dat gold niet voor Marianne Timmer en Andrea Nuyt. Timmer verknalde haar toernooi zaterdag al met een verprutste 500 meter. Ze eindigde als achtste. Nuyt, vorig jaar nog tweede op het WK, vertrok uit Calgary met de nauwelijks troostende conclusie dat haar optreden het beste was van dit seizoen. Dat het haar slechts de tiende plaats opleverde, zegt alles over haar seizoen.
,,Ik heb er geen echte verklaring voor. Het is gissen'', zei Nuyt die vorige week uiting gaf aan haar twijfel over de samenwerking met TVM-coach Geert Kuiper. Hij doet alles anders dan Gerard Kemkers vorig jaar. Na de kritiek voerden Kuiper en Nuyt een lang gesprek onder vier ogen waarin ze afspraken voortaan directer met elkaar te communiceren. Volgens Kuiper heeft vooral de liesblessure die de Goudse in oktober de loop opliep haar basisconditie gekost, wat haar seizoen danig verstoorde.
Een nieuwe coach pakte voor Garbrecht wel goed uit. Voor de sprintster uit Potsdam verliep het olympisch seizoen niet naar tevredenheid. Ze was onttroond als wereldkampioene sprint en moest op de Winterspelen genoegen nemen met zilver op de 500 meter. Ze verbrak de samenwerking met Joachim Franke, de coach die net als zij gevormd was door het DDR-systeem. Garbrecht wilde op snel ijs gaan trainen.
Ze kwam in juli terecht in Salt Lake City, in de groep van Bart Schouten, de Nederlandse coach achter Derek Parra. Volgens de Haarlemmer was de samenwerking in het begin 'een moeilijk proces' ,,Het was voor een Oost-Duits meisje in Amerika best moeilijk omschakelen van een coach die heel directief was naar een coach die om haar mening vroeg. Ze was niet gewend om haar mening te geven, en dat daarnaar geluisterd werd.''
Ergens in de zomer keek Schouten samen met Garbrecht de videoband terug van haar race op de 500 meter tijdens de Spelen. ,,Ik had overal wel wat op aan te merken. Dat was voor haar heel confronterend. Aan het einde van de sessie zat ze bijna te huilen. Ze was niet gewend om technische aanwijzingen te krijgen.''
Schouten veranderde veel aan haar techniek. Startpositie, haar stijl op de rechte stukken en de verdeling van de druk op haar schaatsen in de bochten. Het resultaat is dat de toegewijde sprintster in de wereldbekerreeks dit seizoen al nauwelijks te verslaan was. In de vierkamp van het WK duldde ze zelfs op geen enkel onderdeel tegenstand. Het leverde na 1991, 1999, 2000 en 2001 haar vijfde wereldtitel op.
Schouten wilde het succes niet op zijn conto schrijven. ,,Het is vooral haar haar mentale kracht. Ze is enorm leergierig omdat ze zo vreselijk graag wil winnen. Net als Parra heeft ze de kampioensdrang om toe te slaan als het moet gebeuren.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.