Op weg naar de verkiezingen doen politieke partijen hun best zich zo gunstig mogelijk te presenteren. In een serie portretten vandaag het CDA.
DEN HAAG - Op verkiezingstournee in Noord-Brabant gaf CDA-lijsttrekker Balkenende het afgelopen weekeinde nog eens onomwonden aan waarom hij zijn kaarten zet op voortgezette samenwerking met de VVD. ,,Alleen een coalitie van CDA en VVD kan de problemen aan waar we in Nederland voor staan: het overheidstekort, de files, de integratie, de bureaucratie. Die coalitie, daar ga ik nog steeds voor.'
Balkenende zei dat hij net als zijn voorganger Lubbers in 1986, het 'karwei' met de VVD wil afmaken. Balkenende wijkt niet van die voorkeur, ook nu de peilingen suggereren dat de kans op een meerderheid voor de coalitie klein is.
Met de verwijzing naar '1986' gaf de lijsttrekker te kennen dat hij hoopt op een herhaling van het 'Lubbers-effect'. Tot de verkiezingsdag stond het CDA toen in de peilingen op verlies en leek de beoogde voortzetting van de regeringssamenwerking met de VVD bij gebrek aan een meerderheid irreëel. Na de stembusslag was het CDA met negen zetels winst de grootste partij en kon Lubbers zijn 'karwei' met de VVD toch voorzetten. Ondanks flinke winst bleef de PvdA in de oppositie, een traumatische gebeurtenis die in de partijgeschiedenis als de 'overwinningsnederlaag' te boek staat. Joop den Uyl droeg spoedig daarop het leiderschap aan Wim Kok over en de PvdA ging met het rapport 'schuivende panelen' in zelfanalyse.
Het lag voor de hand dat het CDA na de kabinetscrisis van oktober koos voor voortgezette samenwerking met de VVD. Het kabinet-Balkenende sneuvelde door de chaos in de LPF, niet door politiek-inhoudelijke geschillen. Het zou wispelturig zijn geweest als het CDA na slechts 87 dagen samenwerken met de VVD voor een ander had gekozen.
Maar met zijn opmerking dat de 'problemen waar Nederland voor staat' een coalitie vergen van CDA en VVD, maakte Balkenende duidelijk dat hij behalve omwille van de politieke zindelijkheid, ook om beleidsmatige redenen de samenwerking met de liberalen tot inzet van de verkiezingen heeft gemaakt. Volgens hem is de PvdA na de klap bij de verkiezingen van vorig jaar niet voldoende op orde om een stabiele coalitie mee te vormen.
De CDA-lijsttrekker heeft vooral bezwaren tegen het pleidooi van de PvdA het rustig aan te doen met de hervorming van het zorgstelsel.
Ook het financiële beleid van de sociaal-democraten zint hem niet. Balkenende vindt dat de PvdA in deze tijd van economische tegenslag te veel wil uitgeven. Hij kan zich vinden in de one liner van VVD'er Hans Wiegel: ,,De PvdA vat de koe bij de uiers, de VVD bij de hoorns.'
Met zijn opmerking over '1986' verwees Balkenende ook naar de vergelijkbare economische omstandigheden waarin het kabinet-Lubbers aantrad. Net als Balkenende achtte Lubbers destijds de VVD beter geschikt voor het 'herstelbeleid' dat de economie uit haar recessie kon halen. Ook Lubbers maakte de samenwerking met de VVD daarom tot inzet van de verkiezingen, met een door niemand voorziene stembuszege als uitkomst.
Niettemin speelt Balkenende hoog spel met zijn uitgesproken voorkeur voor de VVD. Lubbers had zich in 1986 al vier jaar kunnen bewijzen als een daadkrachtige premier, wat hem de bijnaam 'de Macher' opleverde. Balkenende mist die statuur nog, na 87 dagen regeren. Daar komt bij dat de PvdA in die tijd nog aan het begin stond van de ideologische heroriëntatie die de partij later, onder Kok, in staat stelde tot een evenwichtig begrotingsbeleid. Ook in dat opzicht gaat de vergelijking met '1986' niet op. Bovendien lijkt de PvdA dankzij haar affiniteit met het poldermodel, beter dan de VVD toegerust om de sociale partners tot de noodzakelijke loonmatiging te bewegen.
Op dat laatste is echter ook wat af te dingen. Het 'akkoord van Wassenaar', waarmee de werknemers en werkgevers in 1982 de basis legden voor het latere economisch herstel, kwam tot stand in de tijd dat Lubbers met de VVD zijn 'karwei' uitvoerde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.