*

 

Een degelijke inspirator die geweldig kan luisteren

Dorien Pels − 20/01/03, 00:00

AMSTERDAM - Het hoge woord is eruit: Job Cohen is de premierskandidaat van de PvdA, mocht de partij de grootste worden. Cohen wist de heikele post van staatssecretaris van asielzaken zonder butsen te overleven, om na twee jaar burgemeester van Amsterdam te worden. En nu gaat hij de Amsterdammers misschien al na twee jaar verlaten.

Als premier zal hij weinig omstreden zijn. De 55-jarige Cohen is wat je noemt een degelijke man. De wildste anekdote uit zijn leven: hij droeg geen stropdas op zijn huwelijk. Maar zijn spottende oogopslag, zijn rijzige gestalte, maken desondanks indruk. Een verslaggeefster van het NRC Handelsblad die de burgemeester zijn eerste honderd dagen volgde: ,,Het is niet zijn kleding. Een man die zich zo kleedt heeft geen smaak of is grenzeloos zelfverzekerd. (...) En toch. De donkere stem, de ongeschoren kin, af en toe een knipoog. Maar nooit een gewaagde grap, hij is meer van de Britse humor.''

Zijn ambtenaren, die unaniem zeer enthousiast zijn over Cohen, bestookten de burgemeester de hele week met e-mailtjes: ,,Je gaat niet weg hoor.'' Wie met hem heeft gewerkt -van topambtenaar tot chauffeur- zegt dat de PvdA-er geweldig kan luisteren, inspireert en pal voor zijn mensen staat. Burgemeester Cohen maakte van veiligheid zijn speerpunt en zet zich in om de jeugdcriminaliteit en het toegenomen wapenbezit te bestrijden.

Helemaal onverwacht komt zijn vertrek niet. Al jaren als er een PvdA-functie te vergeven is, gonst Cohens naam in het rond. Zo ook in mei, toen Melkert een opvolger moest krijgen. Dat aanbod wees Cohen resoluut van de hand. Hij zou de zes jaar in Amsterdam vol maken want dat had hij de Amsterdammers beloofd. Bovendien wilde hij de komende jaren vaker bij zijn vrouw Lidie zijn, die aan de ziekte MS lijdt.

Iedereen veerde dan ook op toen de altijd zo bedachtzame Cohen zich vorige week ineens in de verkiezingsstrijd wierp. Hij waarschuwde voor een 'verdere verwijdering tussen bevolkingsgroepen', als de VVD en CDA na de verkiezingen verder regeren.

Cohen is geen politicus van ferme uitspraken, maar een bestuurder. Zijn bedaardheid kan interviewers tot wanhoop drijven. ,,Het lijkt me van belang om daar nog eens goed naar te kijken. Ik kan er nog niet zoveel over zeggen'', is een typisch Cohen-antwoord. Bovendien praat hij niet graag over wat hij ergens van vindt of wat hij voelt.

De premierskandidaat promoveerde in rechten, schopte het tot rector magnificus van de Rijksuniversiteit Limburg. Hij groeide op in Heemstede, in een intellectueel joods gezin. Zijn vader werkte voor het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie en was de rechterhand van Loe de Jong, zijn moeder zat voor de PvdA in de gemeenteraad.

In 1993 werd Cohen staatssecretaris onderwijs in het laatste jaar van het kabinet Lubbers III. Premier Kok had hem graag ook in het volgende kabinet gehad, maar Cohen koos ervoor om bij zijn opgroeiende zoon en dochter in Maastricht te zijn en ging terug naar de universiteit. Toen Kok hem vroeg voor zijn tweede paarse kabinet, was Cohen wel beschikbaar. Hij werd staatssecretaris van justitie.

Cohen is de man van 'iedereen om de tafel'. Geen letter van de nieuwe Vreemdelingenwet, die hij als staatssecretaris vorm gaf, kwam op papier voordat alles was doorgesproken met advocaten, rechters, mensen van de IND en van Vluchtelingenwerk. Toen de wet af was, zorgde hij door eindeloos praten dat alle regeringspartijen akkoord gingen. De oppositie beschuldigde hem van achterkamertjespolitiek.

In zijn tijd was het aantal mensen dat asiel aanvroeg zo groot dat ze in tenten moesten worden ondergebracht ('Cohententen' werden ze genoemd, die tot overmaat van ramp gingen lekken toen het flink regende). De 'witte illegalen', mensen die jaren in Nederland zonder verblijfsvergunning werkten, moesten onder de nieuwe wet het land verlaten. Een groep ging in hongerstaking. Later gaf Cohen toe dat hij daar wakker van heeft gelegen, maar hij hield zich vast aan de naar zijn inzicht eerlijke regels onder het motto 'zachte heelmeesters maken stinkende wonden'. De instroom van vluchtelingen is nu mede door de nieuwe Vreemdelingenwet drastisch afgenomen. Uitgeprocedeerde asielzoekers, hele gezinnen met kinderen die hier vaak geboren zijn, komen op straat te staan omdat ze geen recht meer op opvang hebben. Groenlinks-lijsttrekker Femke Halsema: ,,Het was mijn vreselijkste debat, de Vreemdelingenwet. Ik had veel moeite met Cohens beleid, terwijl ik het zo'n aardige man vond. Maar dat maakte me juist nog bozer op hem. En hij op mij. We waren niet meer on speaking terms.''

In Amsterdam ging het er met het huwelijk van Maximà en Alexander vrolijker aan toe.

mailIcon print |