*

 

Joke J. Hermsen

Door: redactie − 20/01/03, 00:00

Wat is uw favoriete fragment uit de geschiedenis van het denken en waarom?

'Want menselijk is de wereld niet omdat ze door mensen vervaardigd is, maar ze wordt pas menselijk als ze voorwerp van gesprek is. Pas als we erover spreken, vermenselijken wij zowel wat zich in de wereld als wat zich in onszelf afspeelt, en door dit spreken leren we menselijk te zijn.'

Hannah Arendt (1906-1975),

Over menselijkheid in donkere tijden

,,Ik heb dit citaat als motto gekozen voor mijn nieuwe boek, omdat ik daarin de contouren aftast van wat menselijkheid is. Voor Hannah Arendt is menselijkheid, heel eenvoudig, de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de wereld die we met z'n allen bewonen. In de westerse filosofie gaat het vaak om de vervolmaking van het eigen, individuele zijn. Arendt legt juist de nadruk op wat mensen verbindt. Want de wereld en de mensen die haar bewonen, vallen niet zomaar samen. Die moet als het ware door ons menselijk gemaakt worden.

Het moment van menselijkheid komt voor Arendt het sterkst naar voren in het gesprek, in het debat over de wereld. Zodra je met een ander in gesprek raakt, moet je je ook rekenschap geven van de positie van die ander. Dan kun je niet langer alleen achter je eigen impulsen en behoeften aanhollen. Dan probeer je te komen tot wat Arendt een 'politiek gesprek' noemt.

Maar om aan het denken en spreken over de wereld mee te kunnen doen moet er wél goed onderwijs zijn voor iedereen. En de pluraliteit van de samenleving moet in het debat terug te vinden zijn. Er moet ook voldoende betrokkenheid zijn. Je neemt geen uitnodiging aan tot een gesprek als je denkt dat het niet uitmaakt wat je zegt.

Minachting voor de openbare sfeer en onverschilligheid voor het politieke bestuur zijn volgens Arendt de grootste bedreigingen voor democratische samenlevingen. Ze leiden uiteindelijk tot wereldloosheid en barbarij. Je ziet in onze samenleving dat mensen zich steeds meer terugtrekken achter de dikke muren van hun privédomein. Ze wonen als het ware in kleine, comfortabele ministaatjes die onderling geen enkele verantwoordelijkheid voelen voor de wereld die tussen hen in ligt.

Zodra ze hun ministaatjes verlaten, bevinden ze zich in een soort niemandsland. De vijand is de ander, is buiten, is op straat. En daar dreigt meteen oorlog met andere ministaatjes. Dat is misschien ook de reden waarom mensen zich, terwijl de misdaadcijfers dalen, toch steeds onveiliger voelen. Je wordt bij wijze van spreken al bang voor je buurman. Als ik vroeger in Amsterdam op de fiets een verkeersfoutje maakte, werd er een grapje over gemaakt. Tegenwoordig krijg ik de volle laag. Mensen zijn zo verschrikkelijk assertief geworden in het verdedigen van hun pure eigenbelang.

In mijn nieuwe boek onderzoek ik wat menselijkheid in de kunst, de literatuur, de filosofie nog vermag te zijn. Mét Arendt constateer ik een zekere wereldloosheid in de huidige samenleving die gekenmerkt wordt door anonimisering, commercialisering en technologisering. We voelen te weinig gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de wereld. Soms denk ik dat we ons uit gêne voor wat er hier en in de rest van de wereld gebeurt, terugtrekken in ons eigen huis, achter de voordeur, waar we met veel ijver nog een schijnbare harmonie proberen vorm te geven. We komen er alleen uit om een uurtje te funshoppen.

Ja, dat klinkt nogal somber. Maar er zijn ook lichtpuntjes. Er zijn bevolkingsgroepen die nu wél deelnemen aan het publieke debat: vrouwen en allochtonen bijvoorbeeld. Dat maakt de samenleving voor die groepen al een stuk minder wereldloos, en minder onmenselijk. Maar zolang in het debat over de boerka geen enkele boerkadraagster op het podium zit, zijn we er nog niet. Pas als iederéén meedoet aan het gesprek over de wereld, pas als iedereen die verantwoordelijkheid voelt, heb je kans op een gezonde democratie. Dat is wat Arendt heel goed heeft gezien.''

mailIcon print |