Of minister Aert-Jan de Geus van sociale zaken de Kamer nu verkeerd heeft ingelicht over zijn plannen met de WAO of niet, of hij nu wel of niet wist van de voorbereiding van wetten die zijn ambtenaren ter hand hebben genomen en of die voorbereiding gebeurde in de door hem voorgestane geest, het zijn in de eerste plaats interessante politieke vragen. Bijzonder relevante politieke vragen, zeker, maar ze ontnemen al gauw het zicht op de principiƫle aspecten van wat de minister nu werkelijk blijkt te hebben bedoeld.
Toen SP-fractievoorzitter Marijnissen eind vorig jaar met een van het ministerie afkomstig wetsvoorstel zwaaide, leek het er op alsof De Geus de hele WAO wilde vervangen door een verzekering tegen inkomensverlies als gevolg van aan het werk gerelateerde gebreken of ziekten, het zogenaamde risque professionel. Niets daarvan, zei De Geus en gooide demonstratief het stuk van zijn ambtenaren in de prullenmand. De Geus houdt vast aan het advies van de Sociaal-Economische Raad, dat inhoudt dat de WAO voortaan alleen nog openstaat voor volledig arbeidsongeschikten. Ongeacht of het verlies aan mogelijkheden een inkomen te verwerven te wijten is aan een ziekte in verband met het werk of niet, een WAO kortom gebaseerd op het risque social.
Gedeeltelijk arbeidsongeschikten komen in dat advies in de WW en, uiteindelijk, in de bijstand. Met dus ook, uiteindelijk, een korting voor het inkomen van de partner. Niet dat De Geus dat nu om principiƫle redenen erg vindt, maar omdat hij er gelazer mee verwacht vanwege internationale voorschriften en omdat werknemers wel eens massaal werkgevers aansprakelijk zouden kunnen stellen, wil hij voor de groep gedeeltelijk arbeidsongeschikten die wel in die situatie zijn beland door het werk een aparte private verzekering mogelijk maken. Zo blijkt uit het interview dat gisteren in Trouw stond.
In totaal komen er dus als hij zijn zin krijgt drie soorten WAO'ers: de volledig arbeidsongeschikte met WAO, de gedeeltelijk arbeidsongeschikte met WW en een aanvulling uit de nieuwe verzekering en zijn lotgenoot, die helaas de ziekte opliep zonder dat er een relatie is met zijn werk. De laatste is afhankelijk van de bijstand en, als hij dat heeft geregeld, individueel afgesloten verzekeringen.
Van De Geus mogen we niet spreken van een terugkeer naar de tijden van de oude invaliditeitswet, de regeling die tot 1967 gold en die uitging van het risque professionel. En dat is ook niet zo, als je in plaats van die relatief eenvoudige regeling nu in totaal maar liefst drie aparte regelingen nodig hebt. Desondanks is het resultaat natuurlijk wel hetzelfde. Uiteindelijk valt degene die een gebrek of ziekte oploopt buiten het werk tussen wal en schip. Alleen het beladen voorbeeld dat begin dit jaar tegen Fortuyn werd gebruikt toen hij pleitte voor het risque professionel, de mensen met kanker, gaan niet op in dit geval. Je mag aannemen dat deze mensen volledig arbeidsongeschikt worden en dus in de 'oude' WAO komen.
De oude invaliditeitswet bereikte zijn natuurlijke einde mede vanwege het onhoudbare onderscheid tussen aan het werk gelateerde ziekten en niet aan het werk gerelateerd. De sportblessure is wellicht eenduidig, maar het grijze schemergebied is groot.
De Geus' plannen zullen, mochten ze ooit het staatsblad halen, uiteindelijk in de praktijk even onhoudbaar blijken. Of hij nu een andere naam verzint of niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.