*

 

Ik heb rust in mezelf

door Arjan Visser − 11/01/03, 00:00

Erica Terpstra (Den Haag, 1943) is Tweede-Kamerlid voor de VVD. Van 1994 tot 1998 was zij staatssecretaris van volksgezondheid, welzijn en sport. De oud-zwemkampioene won, begin jaren zestig, goud tijdens de Europese kampioenschappen en brons en zilver tijdens de Olympische Spelen.

1. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben.

,,Ik geloof in oude zielen. Ik geloof dat we in verschillende levens de kans krijgen om te werken aan iets wat wij allemaal in ons dragen: de goddelijke vonk. Hoe ouder de ziel, hoe groter de vonk. Het leven is te mooi, te complex ook, om aan te nemen dat het na één keer al is afgelopen. Nee, ik wil niet weten wie ik in een vorig leven ben geweest. Ik vind dat je daar, uit respect voor het goddelijke, niet nieuwsgierig naar moet zijn. Hetzelfde geldt voor contact zoeken met overledenen: het kan wel, maar ik geloof dat het beter is de doden te laten rusten.''

2. Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is.

,,Een aardige meneer uit Friesland heeft mij ooit een Boeddhabeeld cadeau gedaan. Het had bij hem in de tuin gestaan en was aan de achterkant vermolmd. Ik heb het laten restaureren en naar mijn appartement gebracht. Maar waar ik het beeld ook neerzette, het stond nergens op zijn plaats. Op een dag kwam ik thuis en vond de brandweer voor mijn deur. Er was een slang van de wasmachine gesprongen en de boel stond onder water. Toen ik de deur opendeed, kwam het met bakken de trap af. Alles dreef. En Boeddha, die op een soort lotus staat, had natte voeten. Een van die brandweermannen vroeg me waar hij het beeld moest laten. 'Ach,' zei ik, 'zet hem zo lang maar in de studeerkamer.' Daar staat-ie nog altijd, precies op de juiste plek. Nee, ik aanbid dat beeld helemaal niet, hij staat er voor de sfeer. Ik omring mijn huis - maar ook de kamer waarin wij nu zitten, mijn werkplek - met dingen die er voor zorgen dat ik er graag weer terug wil komen. Kijk maar om je heen: een poster van een luipaard - het mooiste dier op aarde, een Ajax-shirt met handtekeningen van de jongens, een wereldkaart om mijzelf er aan te herinneren dat wij slechts een klein onderdeel van een groot geheel zijn, foto's van Tibet, een portret van de Dalai Lama. Ja, die man spreekt mij letterlijk en figuurlijk aan. Ik mocht twee keer zijn gastvrouw zijn. De laatste keer hebben we hier, in de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer, met jong en oud, gemediteerd. Moet je je voorstellen: stilte in het huis waar het woord regeert! Het was zo mooi, zo onvoorstelbaar mooi. Ik ben laatst bij een teaching van de Dalai Lama geweest, in Oostenrijk. Kort nadat het kabinet was gevallen. De sfeer was hier zo... als je de Kamer binnenstapte, voelde je de negativiteit over je heen golven. Dat is iets waar ik heel erg gevoelig voor ben: negatieve energie. Afijn, ik kwam in Graz aan en trof daar een totaal andere wereld. Een wereld die werd bevolkt door mensen die hongerden naar kennis, naar het positieve -zeg, zul je me beloven dat je dit allemaal zorgvuldig op zult schrijven? Ik ben zo bang dat ik met al die grote, opgepoetste woorden voorbij ga aan wat ik werkelijk wil vertellen. Je vroeg mij welk hoger doel ik nastreef. Het antwoord op die vraag moet je in deze hoek zoeken. Ik wil proberen een beter mens te worden door iets toe te voegen, door iets voor een ander te betekenen. Ik zoek, iedere dag opnieuw, naar de zin van mijn leven, naar een manier om die goddelijke vonk verder te brengen. Het Boeddhisme helpt mij daarbij. En de Dalai Lama is mijn leraar. Hij straalt, haast tastbaar, het goede uit. Voor mij is de Dalai Lama een man die heel dicht in de buurt van het pure, het goddelijke komt. Begrijp je een beetje wat ik bedoel?''

3. Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken.

,,Ter illustratie van dit gebod wil ik deze foto laten zien. Gemaakt in Oxford tijdens een bijeenkomst van parlementariërs en spirituele leiders, The Global Forum of Spiritual & Parliamentary Leaders. Goeroes, monniken, Boeddhisten, islamieten. Moeder Theresa was er, de patriarch van de Russisch Orthodoxe kerk, de Dalai Lama en kijk, daar achter Awraham Soetendorp, de rabbijn, staat de vertegenwoordiger van de autochtone indianen in de Verenigde Staten. En weet je wat ik daar heb geleerd? Dat al die verschillende leiders elkaars God respecteerden en met buitengewoon veel warmte meedachten over problemen waar ieder afzonderlijk mee worstelde. Ik luisterde naar die mensen en dacht: iedereen heeft zijn eigen God -of aan het goddelijke een naam gegeven- maar zo lang zij inzien dat die definitie slechts door cultuurverschillen wordt ingegeven, is er nog hoop dat de mensen elkaar niet de hersenen hoeven in te slaan vanwege hun godsdienst.''

,,Als ik aan die bijeenkomst terugdenk, weet ik: uiteindelijk komt het goed. Als God gelijk staat aan barmhartigheid en liefde dan zal het goede overwinnen. Ja, dat durf ik zelfs in deze tijd te zeggen. Ondanks het terrorisme, terwijl er vreselijke dingen gebeuren in het Midden-Oosten en Amerika wellicht Irak zal binnen vallen. Ik denk dat we in een overgangstijd zitten. Het gaat er heftig aan toe in de wereld. Het moet misschien nog heftiger worden voordat de rust weerkeert. Maar vergeet niet: voor ons is iedere dag een dag. Als je het vanuit historisch perspectief gaat zien, is het misschien wel eerder voorbij dan je denkt.''

4. Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen.

,,Ik heb rust in mezelf. Voor mij is het iedere dag een beetje sabbat.''

5. Eer uw vader en uw moeder.

,,Als je het politiek zou vertalen dan was mijn vader managing by speach en mijn moeder managing by doing. Ze gaf gewoon het voorbeeld. Mijn moeder ging werken om ons te kunnen laten studeren en zorgde er thuis, door een goede rolverdeling, voor dat alles op rolletjes liep. Mijn oudere zus, mijn jongere broer: we moesten allemaal meehelpen. Aardappels schillen, zakdoeken strijken, noem maar op. Dat was vanzelfsprekend. En zo werden we maatjes van elkaar. Natuurlijk, er was wel eens ruzie. We hadden een portiekwoning en mijn broertje en ik deelden een kamer. Maar we waren toch een team. Die zaterdagavonden, met elkaar rond de kachel -ik spreek nu van de vorige eeuw hè?- boeken lezend, pinda's doppend. Dat was erg mooi.''

,,Mijn moeder was ook een vrouw die de zaken goed wist te relativeren. Je moet je voorstellen dat ik een jaar of zestien, zeventien was toen ik een min of meer bekende Nederlander werd omdat ik toevallig hard kon zwemmen. Ik kan mij de dag waarop ik thuiskwam met mijn eerste kampioensmedaille nog goed herinneren. Mijn ouders hadden geen auto en konden mij niet ophalen. 'Fantastisch!' zei mijn moeder, 'geweldig!' Ze wilden alles tot in detail weten, maar daarna was het toch: 'Vergeet je niet dat het vanavond jouw beurt is om af te wassen?' Aanpakken. Niet zeuren. Doe maar gewoon. Zo was mijn moeder.''

,,Mijn vader was wat zorglijker. Hij werd door ons een beetje ontzien. Als er problemen waren, probeerden we die voor hem weg te stoppen. Hij was ook erg gevoelig voor het weer. Van regen kon hij bijzonder somber worden. Ik ben meer zoals mijn moeder: ik vind ieder seizoen prachtig. Ik woon op Scheveningen en vind het prachtig om de mensen, met de kragen hoog, door de storm over het strand te zien lopen. Overigens kon vader ook heel gelukkig zijn. Dan zette hij een van onze twee grammofoonplaten op en begon, expres, heel vals mee te fluiten. 'Ha!' zeiden we dan tegen elkaar, 'pap heeft het naar zijn zin.''

,,Hij is helaas jong overleden. Longkanker. Ik was nog student in Leiden. Dat was moeilijk. Maar dat wil niet zeggen dat de dood van mijn moeder, vele jaren later, beter te verdragen was. Ik zal nooit meer tegen iemand zeggen: 'Maar 86 is toch een mooie leeftijd?' Al was ze honderd jaar geworden! Het blijft toch je moeder? Ik heb haar de laatste jaren van haar leven een beetje bemoederd. Dat was een mooi en dierbaar proces, maar het heeft het afscheid ook zwaarder gemaakt. Ik ben niet alleen mijn moeder kwijtgeraakt. Ook de vrouw voor wie ik zorg had, is er niet meer. Dat is moeilijk. Nog altijd.''

6. Gij zult niet doodslaan.

,,Ik heb een groot respect voor alles wat leeft. Ik ben bang voor spinnen, maar ik sla ze niet dood. Ik zet ze netjes buiten. En nu ga je me vast vragen waarom ik dan geen vegetariër ben. Ik ben het nóg niet, telt dat ook? O, niet dus. Tja, hoe zal ik het dan zeggen. Is de uitdrukking 'Het vlees is gewillig maar de geest is zwak' hier van toepassing?''

7. Gij zult niet echtbreken.

,,Ik ben gelukkig getrouwd geweest, ik ben gelukkig getrouwd geweest. We zijn uit elkaar gegaan omdat we wilden voorkomen dat we elkaar uiteindelijk de grond in zouden stampen. Het gekke is: hoewel we allebei vonden dat we uit elkaar waren gegroeid, heb ik de scheiding toch als een amputatie ervaren. Ja, een nederlaag. Ik heb er lang over gedaan om dat te erkennen. Daarom heb ik mij ook zo geërgerd aan collega's in de Kamer die beweerden dat er 'tegenwoordig zo makkelijk wordt gescheiden'. Dat is absoluut niet waar. Ik ken niemand in mijn omgeving die in een vloek en zucht zijn partner heeft verlaten. Het is een lang en pijnlijk proces.''

,,Natuurlijk doe je beiden moeite om de boel bij elkaar te houden. Vanwege onze twee jongens zijn we naast elkaar gaan wonen en hebben we een doorgang op zolder gemaakt, zodat ze niet buitenom van de een naar de ander hoefden te lopen. We hebben ons best gedaan om vrienden te blijven en dat is gelukt. Ik heb in de loop der jaren wel ontdekt dat ik een one-man-woman ben. Ik ben trouw. Ik wil mij aan één man binden en ik denk dat ik het, juist door die scheiding, onbewust, niet zo makkelijk nog een keer zou doen.''

,,Het scheelt dat ik een vak heb waarin ik veel warmte en liefde krijg en kwijt kan. Natuurlijk, het is iets anders dan de liefde van een partner. Liefde heeft vele gezichten. Ik heb vrienden. Ik heb familie. Ik heb twee prachtige zonen, twee lieve schoondochters en twee heerlijke kleinkinderen. Ik kom niets tekort.''

8. Gij zult niet stelen

,,Meer nog dan 'Gij zult niet stelen' gold bij ons thuis het tegenovergestelde: gij zult délen. Ik weet nog goed wanneer mijn vader mij die levensles heeft bijgebracht. Ik was een vrolijk kind, liep altijd te dansen door het huis. Ik had ik een katholiek vriendinnetje met wie ik wel eens meeging naar de kerk. Op een dag kwam ik een beetje beteuterd thuis en mijn vader vroeg wat er aan scheelde. Ik zei: 'Als mijn vriendin blij is, kan ze God bedanken. Wij hebben niemand. Wie moeten wij nou bedanken?' Toen antwoordde mijn vader: 'Als je gelukkig bent, moet je proberen dat gevoel diezelfde dag nog door te geven aan een ander. Je vindt altijd wel iemand die een schouderklop of een knipoog kan gebruiken.' Ik heb die boodschap in mijn oren geknoopt en probeer er naar te leven. Ik deel mijn geluk. Dat werkt.''

9. Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste.

,,Politici zijn hier bedreven in? Ik durf niet voor iedere collega mijn hand in het vuur te steken, maar ik weet van mezelf dat àls ik gelogen zou hebben, ik al lang een keer tegen de lamp zou zijn gelopen. Daarvoor ben ik gewoon al veel te lang een publiek figuur. Ik ben niet iemand die in verkiezingstijd allerlei dingen belooft om later te zeggen: 'En nou doe ik het lekker toch niet'. Je moet elkaar geen streken leveren, dat is mij met de paplepel ingegeven. Fair play, altijd fair play. Maar ik begrijp wel hoe je hier op komt hoor: het vak van politicus is door de bizarre toestanden van de laatste maanden in de Tweede Kamer ernstig beschadigd. Door mensen die ruzie maken, die met modder gooien en denken dat het land besturen een hobby is. Een circus!''

,,Paars wàs vergrauwd, dat is helder. Hoe bedoel je: daar kom je nu pas mee? Dat vond ik toen ook al. Na het succes van het eerste Paarse kabinet, vonden we het allemaal wel best. We hebben de signalen uit de maatschappij collectief genegeerd. Het was wel zo prettig om de nationale en internationale polls te geloven waarin stond dat, van alle Europese burgers, de Nederlanders het meest tevreden waren over hun inkomen, hun gezondheidszorg, hun onderwijsstelsel. We hebben oogkleppen opgehad, al zijn die er inmiddels hardhandig afgerukt. Maar we moeten nu niet doorslaan. Het wordt tijd voor een nieuw evenwicht. Er kunnen nog veel zaken verbeterd worden, maar dat kan ook zonder onze parlementaire democratie te grabbel te gooien. Ik ben trots op ons land, ik hou van mijn vak. Wat er in de afgelopen maanden is gebeurd, heeft mij pijn gedaan. Echt waar.”

10. Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is.

,,Ik voel mij zo bevoorrecht dat ik het mezelf kwalijk zou nemen als ik nóg meer zou willen. Maar ik zou graag wat creatiever zijn. Ik heb ooit eens, voor een goed doel, een paar olieverfschilderijen gemaakt. Toen de veilingmeester riep: 'Dames en heren, mag ik van u een hoog bod voor deze vroege Terpstra!' fluisterde ik: 'Ik wou dat er ook een late Terpstra bestond.' En die keer dat ik, samen met, onder andere, prinses Christina en Mary Dresselhuys, meedeed aan een uitvoering van de Kindersymfonie van Joseph Haydn, dacht ik: wat zou het prachtig zijn als ik ook iets anders kon bespelen dan de triangel. Maar dat ik op dat terrein niet verder kom, wil niet zeggen dat ik stilsta. Ik ben voortdurend in ontwikkeling. Weet je hoe ik dat merk? Ik heb de onhebbellijke gewoonte om in mijn boeken een zin of een passage die me raakt te onderstrepen. Soms pak ik zo'n boek, na jaren, weer eens uit de kast en dan blijkt dat sommige citaten die ik eerder had onderstreept mij nu niets meer zeggen. En dat ik andere dingen interessanter vind.''

,,Ik geloof dat ik in een fase van mijn leven ben gekomen waarin verdieping een prominente plaats inneemt. Ik zoek en vind meer antwoorden. Ik heb geen concrete toekomstplannen maar ik kan wel dagdromen over later. Ik denk erover om later weer te gaan studeren. Chinees en Japans, net als vroeger. Ja, het heeft, in grote lijnen, zo moeten zijn. Ik geloof niet dat het leven tot in detail is vastgelegd, maar ik heb op de kruispunten -die in mijn geval soms zes- of zevensprongen leken- wel steeds geprobeerd de juiste keuze te maken. Aangedreven door het onverwoestbaar optimisme dat ik van mijn moeder heb geërfd. Ze dacht nooit kwaad. Ze roddelde nooit. Ook ik heb die eigenschap slecht ontwikkeld; ik ben eerder vol verwachting dan argwanend. Ja, op het randje van goedgelovig, vroeger zeker, daar heb je gelijk in. Ik kan me natuurlijk in mensen vergissen, maar dat risico moet ik dan maar nemen. Ik zou niet anders willen. Moet ik mij dan bij iedere ontmoeting afvragen: deug jij wel? Ik ga er vanuit dat het zo is en als het niet zo is, merk ik dat wel. Net zoals mijn moeder deed. Weet je... nu we het zo over haar hebben, kan ik het gemis haast voelen. Nooit meer even bellen. Nooit meer bij haar langs gaan. Nee, de gedachte dat ze voortleeft, geeft geen bijzondere troost. Het gemis blijft.''

,,En terwijl ik dit zeg, denk ik: is mijn gemis niet geënt op een zeker egoïsme? Ja toch? Ik móet dus wel een jonge ziel zijn -met vele levens te gaan- want de kunst van het loslaten is mij nog niet gegeven.''

mailIcon print |