Welke boeken moeten in de 21ste eeuw nog gelezen worden? Deze maand wordt de houdbaarheid van negentiende-eeuwse Russische romans getest.
Lermontov geldt als de uitvinder van 'de overbodige mens', een figuur die in de negentiende-eeuwse Russische literatuur regelmatig opduikt. Eigenlijk klopt de uitdrukking niet helemaal. Ze zou eigenlijk moeten luiden: 'de mens voor wie de wereld overbodig is geworden'. Hij heeft het allemaal wel gehad. Hij is vervuld van verveling, spleen en melancholie. Zijn houding is cynisch, of op z'n minst lusteloos. Tegenover de dood, ook die van hemzelf, staat hij onverschillig.
Petsjorin, hoofdpersoon in Lermontovs roman 'Een held van onze tijd', is het eerste uitgewerkte voorbeeld van zo'n 'overbodige mens'. Hij is officier in het tsaristische leger dat de Kaukasus bezet. Dat hoeft geen straf te zijn. Vooral niet voor wie in een van de vele kuuroorden aldaar is ingekwartierd. Er is tijd en gelegenheid te over om te kaarten, te drinken, op vrouwenjacht te gaan, ruzie te zoeken en te duelleren.
Bijna de helft van 'Een held van onze tijd' is gewijd aan Petsjorins avonturen in een dergelijk kuuroord. Hij speelt er de intellectuele eenzaat die alleen maar aan het ritueel rond drank en vrouwen meedoet om te bewijzen dat hij de anderen de baas is. Hij verleidt een lieftallig prinsesje alleen maar om een andere officier dwars te zitten. En wanneer het vervolgens tot een duel komt, schiet hij zijn rivaal koelbloedig de afgrond in met de woorden: 'Finita la comedia'.
Deze episode staat quasi in Petsjorins dagboek. Lermontov introduceert zijn held nogal omslachtig. Eerst vertelt hij hoe hij over Petsjorin hoort uit de mond van een oude kapitein die een soort kamerheer van Petsjorin was. Dan vertelt hij hoe hij die kapitein de dagboeken van Petsjorin ontfutselt. Vervolgens begint hij uitvoerig uit die dagboeken te citeren. De opbouw van het boek is daardoor klungelig en onevenwichtig. Het is volstrekt niet duidelijk waarom de schrijver die ingewikkelde omweg nodig heeft. Allemaal overbodige handelingen voor een overbodig mens in een overbodige wereld.
Toch doet dat niets af aan de onweerstaanbare charme van het boek. Waar schuilt die dan in? Het vergde me lang nadenken voor ik erachter kwam. Ineens ontdekte ik dat Lermontov niet alleen de uitvinder van de 'overbodige mens' is maar ook die van 'het zigeunermeisje'. De 'overbodige mens' heeft niets meer in de wereld te zoeken omdat niets hem meer kan behagen. Dat komt omdat hij een romantisch idealist is. Hij gelooft alleen in het perfecte, het sublieme, en dat is, weet hij, niet van deze wereld. Wat is dat perfecte, dat sublieme dan? Dat is 'het zigeunermeisje'.
Precies daar heeft Lermontov zijn onbeholpen omweg voor nodig. Voorafgaand aan het kuuroordavontuur vertelt Lermontov eerst over twee bijzondere ontmoetingen in het leven van Petsjorin. Beide keren betreft het vrouwen die een immense aantrekkingskracht op hem uitoefenen. En beide keren slaagt hij er niet in hen voor zich te winnen. Ze blijven als romantische idealen in hem voortleven, onbereikbaar voor altijd.
Ook ik werd bij eerste lezing van 'Een held' op slag verliefd. Eerst op Bela, dochter van een Kaukasische vorst. En vervolgens op de naamloze smokkelaarster. Uit de beschrijvingen die Lermontov van beide vrouwen geeft, doemt maar één beeld op: dat van 'het zigeunerinnetje'. 'Mooi was ze', schrijft Lermontov over Bela, 'slank en rijzig, met de zwarte ogen van een gems, die je recht in je ziel keken.' En over de smokkelaarster tekende Petsjorin in zijn dagboek op: 'Haar verbluffende souplesse, haar lange kastanjebruine haar, de glanzende lichtgebruinde huid van haar hals en schouders, en bovenal haar rechte neus: ze was volkomen betoverend.'
Ik heb een oude Moskouse uitgave van 'Een held'. Die is verluchtigd met illustraties die er geen twijfel over laten bestaan. De vrouwen die voor Petsjorin zo onbereikbaar waren en de bron werden van zijn spleen en melancholie, beantwoorden aan het meest ordinaire en sentimentele vrouwenbeeld dat er bestaat: het miljoenenvoudig gereproduceerde schilderij van 'het zigeunermeisje' met de glanzende huid, de golvende haren en de vochtige ogen.
Ook ik was een romantisch idealist toen ik dat boek, lang gelden, voor het eerst las. Lermontov sterkte mij in mijn overtuiging dat mannen veel romantischer zijn dan vrouwen. Mannen geloven in het het perfecte, het sublieme, het onbereikbare. En daar was ze dan, mijn gedroomde vrouw, de vrouw die mijn ongedurige libido behekste: Bela... Hoe ver waren mijn werkelijke vrouwen van haar verwijderd!
Nu ik 'De held' herlees, ben ik geschokt. Het meest sublieme blijkt het meest banale te zijn! Het beeld van de perfecte maar onbereikbare vrouw, het archetype dat ik als het hoogste en verhevenste in mij meedroeg, valt samen met het meest triviale beeld dat onze cultuur van de vrouw heeft geschapen. Alle spleen waar Petsjorin zo mooi aan lijdt en waar ik mijn eigen melancholie in meende te herkennen, berust op een schilderijtje dat aan een schoorsteen in een nieuwbouwwijk van Hoogkarspel hangt. Wie daar niet een gevoel van overbodigheid aan overhoudt...
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.