*

 

Wouter Bos vult gat op dat Fortuyn achterlaat

Sytze Faber − 18/01/03, 00:00

De verbindende schakel tussen Fortuyn, de winnaar van vorig jaar en Bos, de ster van deze verkiezingen, is een consistent non-conformisme. Als Bos zichzelf blijft, eist hij het premierschap niet op, ook al wordt de PvdA de grootste.

Fortuyn streed als non-conformistische outsider tegen de Haagse elite en de bureaucratie. Dat ging er goed in bij de snelle yups, die niks hebben met de in hun ogen trage en formalistische overheid, maar ook bij velen in de volkswijken die zich alleen gelaten voelen.

Het is niet zo vreemd dat Wouter Bos deels het gat opvult dat Fortuyn heeft nagelaten. Hij is net als Fortuyn een sterke tv-persoonlijkheid: naturel. Ook om Bos hangt een vleugje non-conformisme. Een lichte, beschaafde nonchalance. Altijd een open boord, vaak in goed harmoniërende vrije-tijdskleding. Hij straalt, zij het minder sterk dan Fortuyn, uit dat hij zich niet thuis voelt bij het gekrioel en het gepapegaai onder de Haagse kaasstolp. Zijn gedrag en woorden stroken hier mee.

Bos is de enige lijsttrekker die zijn kandidatuur heeft afgedwongen en zelf heeft verdiend (net als Fortuyn). Hij bruuskeerde de gevestigde PvdA-top door zich in een vroeg stadium op te werpen als kandidaat voor het partijleiderschap. Bos kwam, zag en overwon. De Melkertclub en wat er tegen aan schurkte serveerde hij af.

Zijn weigering om premier te worden is voor Haagse begrippen ook ongewoon. Hij zegt, net als Fortuyn, een missie te hebben. De PvdA mag niet terugvallen naar de arrogantie en zelfgenoegzaamheid onder Kok en Melkert. Bos als de witte raaf die het eigenbelang en de baantjesjagerij ondergeschikt maakt aan het algemeen belang.

Bij de verkiezingen van vorig jaar speelde het dualisme een grote rol. Er moest een eind komen aan het geflikflooi in het Torentje. Vooral Balkenende maakte zich sterk voor eerherstel van de Tweede Kamer. Hij pleitte voor een regeerakkoord van niet meer dan één velletje, ook al bleek de praktijk weerbarstiger dan hij had gedacht. Dat Balkenende als politiek leider koos voor het premierschap was, zacht gezegd, ook niet bevorderlijk voor het opbloeien van een dualistische cultuur.

Uit dualistisch oogpunt bekeken, dus zoals Balkenende dat al deed in de campagne van vorig jaar, is het alleen maar toe te juichen dat Bos categorisch weigert in het Catshuis te trekken. Natuurlijk roept dat de vraag op wie de PvdA-kandidaat is voor het premierschap. Tot op dit moment weigert Bos een naam te noemen en het zou zeer verstandig zijn als hij zichzelf ook in dit opzicht trouw blijft.

Bos zou het premierschap niet moeten opeisen voor zijn partij, ook al wordt ze de grootste. Het zou stroken met zijn positieve imago van de wat non-conformistische beschaafde politicus die het primair om de inhoud gaat en niet om de poppetjes en de macht. De kans dat de PvdA op deze manier de grootste wordt is aanmerkelijk groter dan wanneer Bos kort voor de finale met een nieuw gezicht voor het premierschap op de proppen komt. Iemand die zelf niet gekozen kan worden en toch alle media-aandacht naar zich toe zal trekken. Bos zal er wat bij gaan bungelen.

Als Bos het premierschap niet zou claimen is er niets verloren voor de PvdA als ze niet de grootste partij zou worden. Dat is echter evenmin het geval als ze dat wél zou worden. Indien de premier van een eventuele coalitie van CDA en PvdA, waarbij de PvdA de grootste partij is, niet tot de PvdA behoort, zullen de ministers in meerderheid PvdA zijn. Niet onbelangrijk voor een partijleider die de regie wil gaan voeren vanuit de kamerbankjes. In de laatste fase wordt dan de vraag: zou Balkenende wél minister-president van zo'n kabinet willen zijn?

mailIcon print |