*

 

Kaas, kerken en een kogel die rakelings miste

Nicolien van Doorn − 18/01/03, 00:00

Kaas en victorie. Dat is waar de gemiddelde Nederlander met een middelbare schoolopleiding aan denkt bij het woord Alkmaar. De victorie is historie, maar de kaas is er nog steeds. Van april tot september wordt het 'Hollandse goud' op vrijdagochtend gekeurd, beklopt, geproefd en gewogen. Tot lering en vermaak van dagjesmensen en toeristen.

Maar Alkmaar heeft meer dan kaas alleen. Alkmaar heeft stadswallen, singels en grachten met ophaalbruggen. Verder zijn er honderden monumenten en duizenden kroegjes, restaurantjes en winkeltjes. En dan hebben we het niet over Hema's en Blokkers (al zijn die er natuurlijk ook!), maar over sfeervolle winkeltjes die gespecialiseerd zijn in glas in lood, tekenfilmkunst, beschilderde meubeltjes, kraamcadeautjes, antieke juwelen, Afrikaanse kunst, olie en azijn, reisboeken, landkaarten, alle kazen van de wereld, oud speelgoed en nog veel meer. Voor de funshopper die nog wat geld op de bank heeft staan, is de binnenstad van Alkmaar een regelrecht paradijs.

Een paradijs is het trouwens ook voor de liefhebber van geschiedenis en architectuur. De ene kerk is nog mooier en belangwekkender dan het andere koopmanshuis. Omdat alle monumenten die we onderweg tegenkomen uitgebreid behandeld worden in de VVV-brochure, houden we deze keer alleen stil bij zaken en wetenswaardigheden die er wat ons betreft uitspringen.

Dat is om te beginnen de Dijk. Deze onopvallende straat, waar eeuwenlang de veemarkt werd gehouden, gaat er opeens heel anders uitzien wanneer we bedenken dat dit de toegangsweg was naar slot Torenburg. Dit kasteel, dat al in de veertiende eeuw werd gesloopt, werd in 1254 door graaf WillemII gebouwd met de bedoeling de altijd lastige West-Friezen buiten de stad te houden. Een zijstraatje van de Dijk heet de Kooltuin. Dit pittoreske grachtje, dat met zijn in het water staande huizen aan Venetië doet denken, dankt zijn naam aan het feit dat hier de moestuin van slot Torenburg lag. Iets verderop liggen de Mosterdsteeg en de Wortelsteeg: werden hier soms mosterdzaad en peentjes verbouwd? In elk geval bevond de boomgaard van het slot zich aan het eind van de Kooltuin, op de plek die nu Appelsteeg heet.

Vanaf deze Appelsteeg hebben we een mooi uitzicht op het Huis met de Kogel. Het huis is vernoemd naar een kanonskogel die tijdens het Spaanse beleg in 1573 dwars door een van de ramen vloog. In de kamer achter dat raam zaten zeven mensen, van wie niemand gewond raakte. Wel werd de stoel waarop een meisje zat te spinnen, verbrijzeld. Voor de Alkmaarders was het zonneklaar dat de kogel door de hand van God was bijgestuurd. Om de mensheid tot in lengte van dagen aan dit wonder te herinneren, werd de kogel op de gevel van het huis aangebracht.

Als beloning voor hun moedige optreden tijdens het Spaanse beleg van 1573 kregen de Alkmaarders in 1581 het waagrecht terug, dat hun zo'n tachtig jaar eerder ontnomen was. Het hernieuwde waagrecht bracht Alkmaar grote welvaart. Uit deze glorietijd dateren de stadswallen en het merendeel van de kerken en panden. Een daarvan is de Accijnstoren op de Bierkade. Dit torentje is in 1622 gebouwd als kantoor van de belastinggaarder die de in- en uitvoer van goederen per schip in de gaten moest houden. Drie eeuwen later was de verkeersdrukte echter dermate toegenomen, dat het gemeentebestuur besloot de Bierkade te verbreden. Een eenvoudige klus, het vervelende was alleen dat het torentje in de weg stond. Nou stonden de gemeentebestuurders in die tijd niet bepaald bekend om hun zachtzinnigheid waar het om stadsvernieuwing ging. Wat in de weg stond werd eenvoudig met de grond gelijk gemaakt. Maar blijkbaar wilde Alkmaar zijn Accijnstorentje niet kwijt en op 29juli 1924 werd de toren vier meter naar de kant verrold. Dit gebeurde zo voorzichtig, dat het uurwerk van de toren gewoon door bleef lopen...

Bij gebrek aan een behoorlijke oudedagsvoorziening waren bejaarde stadsbewoners vroeger aangewezen op de goedgeefsheid van hun meer gefortuneerde medeburgers. Daarom wemelt het in Alkmaar van de hofjes. Het zijn er dertien en daarvan is het Wildemanshofje een van de mooiste. Het is genoemd naar de reder Gerrit Florisz. Wildeman (1627-1702), die in zijn testament had bepaald dat van zijn vermogen een provenhuis gebouwd moest worden. Op het binnenterrein wonen nu alleenstaande dames.

Op Ritsevoort2 ligt het meest onvindbare hofje van Alkmaar. Dit Hofje van Splinter ligt achter de deur die toegang geeft tot een advocatenkantoor. Wees niet bang, doe die deur gewoon open, loop door het gangetje, open vervolgens de groene houten deur aan het eind van het gangetje en ziedaar: het Hofje van Splinter! De acht huisjes zijn gebouwd voor acht ongehuwde vrouwen van goede familie die om wat voor reden dan ook tot de bedelstaf waren geraakt. Bij het zien van de schilderachtige huisjes is het moeilijk een gevoel van afgunst te onderdrukken: waarom woonden oude dames in 1646 gezellig in hun eigen huisje aan een hofje midden in de stad, en moeten u en ik straks naar een verzorgingsflat?

De wandeling eindigt bij de Mient, de Waag en de Platte Stenen Brug. Hier lag vroeger het oude marktcentrum van de stad. Aan de oostkant van de Mient staan drie huizen uit de 17de en 18de eeuw, waarvan de meest linkse de Leeuwenburg is. Dit pand is gebouwd door rentenier Leeuwenburg, die zijn naam wilde uitbeelden door twee zandstenen leeuwen op de gevel aan te brengen. Zijn eerste ontwerp voor de gevel werd afgekeurd door het stadsbestuur. Het tweede en derde ook, pas na het vierde kreeg hij toestemming de gevel op te trekken. Leeuwenburg was inmiddels zo narrig geworden over de tegenwerking van het stadsbestuur, dat hij de leeuwen expres heel onelegant liet uitbeelden: ze staan met hun achterwerk naar het stadswapen gekeerd.

De laatste verrassing die Alkmaar te bieden heeft zit in uw computer. Ga naar www.alkmaar.nl en als u dan op 'Monumentaal Alkmaar' klikt, verschijnt er een plattegrond van het stadscentrum. Hierop staan vijftig rode en tien groene stippen. Onder de rode stippen zitten monumenten, onder de groene markante gebouwen. Klikt u op een van de stippen, dan krijgt u alle informatie (mét foto) over het betreffende gebouw. Op de plattegrond staan verder nog zeven rode sterren. Daaronder zitten virtuele rondblikken, wat zoveel wil zeggen als een stadswandeling vanuit de luie stoel. Maar het allermooist zijn de jaartallen rechts bovenin. Het zijn er zes, te beginnen met 1561. Onder elk van die jaartallen (1561, 1597, 1649, 1777, 1865 en 2001) zit een kaart van Alkmaar die laat zien hoe de stad er in dat jaar uitzag. De website heeft maar één nadeel en dat is dat hij zo mooi en volledig is, dat hij de echte wandeling bijna overbodig maakt. De brochure Stadswandelen tussen de Monumenten (2 euro) is verkrijgbaar bij de VVV (072-5114284). Volgens de brochure duurt de wandeling anderhalf uur, maar dat lukt alleen wanneer u een straf strandwandeltempo aanhoudt en nergens stil blijft staan. Alkmaar heeft behalve een aantal 'serieuze' musea (Stedelijk Museum, Kaasmuseum) ook enkele ludieke musea. Zo is er het Nationaal Biermuseum, het Kachelmuseum en het Dutch Beatlesmuseum

mailIcon print |