Vanaf de start in 1994 heb ik de paarse kabinetten bekritiseerd. Het ging me vooral om de aangehouden kaalslag van de publieke sector, openbaar vervoer, onderwijs, zorg. De gevolgen van dit paarse beleid worden eigenlijk nog maar net zichtbaar. De verantwoordelijke man voor de infrastructuur van de spoorwegen verklaart dat het spoorwegnet is uitgewoond. Dat is het verraderlijke van bezuinigingen in de publieke sector. De gevolgen ervan merkt men niet direct, maar pas jaren later. En dan is het vaak te laat. De achterstand die is opgelopen, is nauwelijks meer in te halen. Geen van de grote partijen is bereid om de miljarden die daar voor nodig zijn op tafel te leggen. Grote delen van Nederland zijn gewoon niet meer op een fatsoenlijke manier met openbaar vervoer te bereiken.
Kijk naar het onderwijs. Het lerarentekort neemt de komende jaren alleen nog maar toe. Als gevolg van een ondoordacht ontmoedigingsbeleid (verschraling studiefinanciering, verkorting studieduur) kiezen middelbare scholieren nog maar nauwelijks voor zogenaamde moeilijke vakken als wiskunde, natuurkunde en scheikunde. Hun voorkeur gaat uit naar studies die binnen vier of vijf jaar af te ronden zijn en direct goedbetaalde banen in de marktsector opleveren. Over een paar jaar hebben we dus nauwelijks nog leraren wiskunde en natuurkunde. Op onze excellente onderzoeksinstituten werken nog nauwelijks Nederlandse jonge onderzoekers, eenvoudig omdat er bijna geen Nederlandse afgestudeerden zijn die voor een salarisje van nauwelijks meer dan het minimumloon aan de slag willen. Wanneer de buitenlandse onderzoekers hun promotieonderzoek hebben afgerond, verdwijnen ze weer. Wat op den duur leidt tot daling van de kwaliteit van het Nederlandse onderzoek. Van alle Europese landen geeft Nederland, afgezien meen ik van Tsjechiƫ, percentueel het minst uit aan onderwijs. Is dat erg? Nee, zegt VVD-politica Heleen Dupuis, die tevens hoogleraar ethiek is. Want waar hebben we die excellente instituten eigenlijk voor nodig? Tja, goede vraag. Waar hebben we eigenlijk leraren wiskunde voor nodig?
Er bestaat politieke consensus over het feit dat Nederland alleen als kenniseconomie toekomst heeft. Allang kunnen we internationaal niet meer concurreren op het gebied van textiel en scheepsbouw. Alleen daar waar het aankomt op hoogopgeleide arbeidskracht maken we nog een kans. Dat veronderstelt onderwijsuitgaven die boven het internationale gemiddelde liggen. We zitten daar dus dik onder. Geen van de grote partijen is bereid de inhaalslag te maken die inderdaad miljarden gaat kosten.
De heren Balkenende en Zalm hebben de handen ineen geslagen en spreken samen over een agenda voor de toekomst. De gemeenschappelijke noemer is, ironisch genoeg, een strenge voortzetting van het paarse financieringsbeleid. Van Zalm, de paarse rekenmeester, was ook niet anders te verwachten. Nog meer dan vroeger valt het zwaartepunt met obsessieve nadruk op terugdringing van de staatsschuld. Het instandhouden van de staatsschuld wordt omschreven als het plunderen van de spaarbankboekjes van onze kinderen. Het is een ontroerende retoriek, maar het argument deugt toch minder dan het lijkt. Een financieel beleid, gericht op snelle terugdringing van de staatsschuld en verbonden met andere randvoorwaarden (geen lastenverzwaring, maar juist lastenverlichting), sluit ten enenmale de miljarden vergende inhaalslag in de publieke sector uit. Dat is het toekomstbeeld van Balkenende en Zalm: een Nederland zonder staatsschuld, maar met uitgewoond openbaar vervoer en een verloederd onderwijssysteem. De tragiek voor allen die niets in zo'n toekomst zien, is dat de PvdA niet echt een alternatief biedt. Hoe dapper Wouter Bos ook blijft glimlachen, een consequente keuze voor die inhaalslag blijft uit. CDA en PvdA zullen elkaar na 22 januari best kunnen vinden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.