*

 

Knesset, net een Chinees restaurant

Inez Polak − 18/01/03, 00:00

De verkiezingscampagne in Nederland toont volgens D66-lijsttrekker Thom de Graaf hoe zinnig het is een premier te kiezen. Israël is na een kort experiment gestopt met zo'n systeem. Het leverde met de komst van veel kleine partijtjes chaos op.

,,U moet vast geïnteresseerd zijn in ons kiesstelsel'', wendde onlangs tijdens een lezing de Israëlische politicoloog Reoewen Chazan zich tot een Japanse journalist. ,,Want ik begrijp dat er bij u een debat wordt gevoerd over de wenselijkheid van directe verkiezing van de premier. Begin er niet aan! Als u wilt kom ik uitleggen waarom, maar doe het niet!''

Tot een groot aantal Israëlische kiezers is het nog niet doorgedrongen dat ze op 28 januari niet langer apart voor de premier en het parlement kunnen stemmen. In 1996 werd het stelsel van het dubbele stembriefje voor het eerst in praktijk gebracht. En nog voordat dat het geval was, klonk al de roep om 'dit onmogelijke stelsel' zo snel mogelijk af te schaffen. Dat gebeurde, maar niet voordat de Israëliërs in 2000 een democratisch unicum beleefden en naar de stembus mochten om een premier te kiezen, terwijl het parlement, in 1999 gekozen, bleef zitten.

Israël had altijd -en heeft dus nu weer- net als Nederland een parlementair systeem met directe vertegenwoordiging en een lage kiesdrempel. De gelijkenis met Nederland gaat verder, want ook in Israël zijn regeringen altijd gegrondvest op coalities van verscheidene partijen.

Dat had, puur vanuit het systeem gezien, lange tijd goed gewerkt. De reden was dat de Arbeiderspartij met 40-45 zetels verreweg de grootste was. Het enige wat de verkiezingen bepaalde was, wie die partij als coalitiepartners verkoos.

Met de opkomst van de Likoed kwam daar midden jaren zeventig verandering in. Ineens waren er twee 'groten', met ieder 35-45 zetels (van de 120). De overige zetels waren verdeeld over een tiental kleine partijtjes. Met als gevolg dat de formatie een soort oosterse bazaar werd en de 'chantage' door de kleintjes de hele regeerperiode voortduurde. Het enige alternatief, een regeringscoalitie van de twee groten, bleek al even labiel en onwerkbaar.

Dus besloot Israël het stelsel te veranderen, maar zoals wel vaker in de politiek werd het een compromis. Want terwijl in het presidentiële stelsel van de Verenigde Staten de machten echt gescheiden zijn en de president voor zijn voortbestaan niet afhankelijk is van het Congres, bleef de Israëlische premier afhankelijk van de Knesset, het parlement, ook al was hij direct gekozen. Zonder het vertrouwen van de Knesset was er geen regering, en die kon dus te allen tijde worden weggestemd.

De kleine partijtjes vierden intussen feest, als paddenstoelen verrezen ze uit de grond. Want de kiezer hoefde niet langer bevreesd te zijn dat, als hij zijn stem op een klein partijtje uitbracht, de premier van zijn keuze het niet zou halen. ,,Het Israëlische stelsel werd een soort Chinees restaurant. Wil je kip, dan staan er vijf soorten op het menu, ben je religieus en houd je niet van Arafat, dan kan je uit drie verschillende partijen kiezen. Wil je een Arabische partij, er zijn er vijf...''

Daar kwam nog bij dat de campagnes van de grote partijen in het nieuwe stelsel geheel en al gericht waren op de verkiezing van hun premierskandidaat. Het ging ten koste van de partij. Bij de laatste parlementaire verkiezingen van 1999, zakte de Arbeiderspartij naar 23 zetels en de Likoed naar 19. Samen hadden ze niet eens meer een meerderheid. Een vijftiental kleintjes -en soms niet eens zo klein- verdeelde de rest van de buit. Het parlement bleek onoverzichtelijker dan ooit tevoren, de gekozen premier kon zijn eigen fractie negeren -hij was immers door het volk gekozen-, maar niet die van zijn coalitiepartners.

De politici hebben nu eieren voor hun geld gekozen, het is terug naar af. Alleen moet de kiezer nog wennen en blijft volgens alle peilingen de terugkeer naar de 'grote' partijen uit. Maar liefst 28 partijen dingen dit keer mee.

mailIcon print |