AMSTERDAM - In Jezus' geneeskrachtige zalf zat cannabis, beweert de Amerikaan Chris Bennett op grond van literair-historisch en archeologisch onderzoek.
Zalving van gelovigen komt in het Nieuwe Testament éénmaal voor, dat Jezus zelf zalfde staat nergens. Wel, dat hij gezalfd is - zijn naam bewijst het: Christus, gezalfde. Maar volgens Chris Bennett hanteerden hij en zijn discipelen wel degelijk de zalfolie, bij mensen met fysieke en mentale kwalen. De zieken dankten hun genezing aan een bijzonder ingrediënt: kaneb-bosem.
Bennetts stelling vindt gretig aftrek bij de voorstanders van legalisering van softdrugs, want kaneb-bosem is een cannabisextract. Het zou, als smeerseltje, goed zijn voor huid- en oogaandoeningen en zelfs menstruatieproblemen verlichten.
In het Amerikaanse magazine High Times noteert Bennett onder de kop 'Was Jesus a Stoner?' zijn inzichten, die hij eerder in boekvorm publiceerde. Cannabisgebruik was volgens Bennett in bijbelse tijden niet ongewoon. Het oudtestamentische recept voor heilige zalfolie zou wijzen op flinke doses kaneb-bosem. Bennett citeert een hoogleraar klassieke mythologie: 'Er is weinig twijfel aan de rol die cannabis in de Joodse religie heeft gespeeld'. Het is volgens de hoogleraar 'onvermijdelijk' dat christenen de receptuur hebben overgenomen.
Als cannabis zo'n belangrijk bestanddeel was van de zalving in het vroege christendom dan is volgens Bennett het vervolgen van rokers van een stickie een 'anti-christelijke daad'.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.