'Crash' noemt de Amerikaanse kunstenaar John Matos (41), geboren in de Bronx, zichzelf. Matos is een van de succesvolste graffiti-kunstenaars, hij wist over te stappen van de straat naar de wereld van galeries en musea. Bijna al zijn kunst gaat over maatschappelijk geweld. Matos spuit auto's die zomaar in de lucht exploderen, soms is zelfs - zoals op dit doek uit 1985 zonder titel - alleen het woord 'Botsing' al genoeg.
Het zal niet vaak voorkomen dat de keurige bezoekers van het nog keuriger veilinghuis Sotheby's meedeinen op rapteksten van een stel zwarte jongens. Dat komt omdat Sotheby's veelal keurige kunst veilt. Maar niet deze week: er hangt graffiti aan de muren. Nog niet om te veilen, maar om alvast aan te wennen. Voor later aan de muur.
Graffiti is heftige kunst, gemaakt door heftige mensen. Althans, zo is het lange tijd geweest. De kunstvorm (toen natuurlijk nog niet als zodanig erkend) kwam op in de jaren zestig toen de zwarte burgerrechtenbeweging haar hoogtijdagen beleefde en jonge zwarten in de getto's van New York zochten naar nieuwe manieren om hun aanwezigheid kenbaar te maken. Gehoord wilden ze worden, en belangrijker nog: gezien.
Als decor kozen ze de Newyorkse metro. Eerst zetten de jonge zwarte artiesten hun naam met een simpele 'tag' in de treinen. 'Hier ben ik, dit is mijn naam, ik besta', was in eerste instantie de slogan. Maar allengs werden de tags mooier, en beter. Belangrijk was niet meer hoevéél tags je zette, maar hoe mooi ze waren. Al snel maakten de beste kunstenaars, de 'kings', vantevoren een ontwerp, dat ze 's nachts met hun medewerkers óp de trein spoten. De schilderingen ('pieces') bedekten vaak een heel treinstel.
Maar het was een gevaarlijke hobby, het graffitispuiten. In Sotheby's hangt een lijstje van de graffitikunstenaar Blade met als titel 'the names of those enclosed died before 23'. Wat volgt is een rijtje namen van jongens die omkwamen voor hun 23ste, in het begin van de jaren zeventig. Op de vlucht voor de politie kwamen ze onder treinen terecht, of werden ze onthoofd omdat ze op het dak van de trein een tunnel niet aan zagen komen. Op het lijstje staan ook slachtoffers van gewelddadige ruzies en overvallen. Graffiti en getto waren in die beginperiode synoniem.
De rauwe achtergrond van de graffitibeweging is terug te vinden op de tentoonstelling, waar voornamelijk werk uit de jaren tachtig hangt. Dat was weliswaar het decennium waarin de beste spuiters kozen voor de rust van het atelier, maar de vitaliteit en woede spat vaak nog van de doeken af. Graffiti ontsteeg in die tijd ook de Newyorkse scene en kreeg over de hele wereld zijn navolgers. Hetzelfde gold voor de andere loten aan de graffitistam: hiphop, breakdance en skateboarden.
Graffiti is dus volwassen geworden. Met de tentoonstelling in Sotheby's zou je bijna kunnen zeggen dat de undergroundbeweging definitief bovengronds is gekomen. Die acceptatie binnen de kunstwereld is uiteraard al een tijd gaande. Goede graffiti is allang geen vandalisme meer. Het Stedelijk Museum in Amsterdam was er in 1986 al bij met een overzichtstentoonstelling van Keith Haring, een blanke kunstenaar die ook in metro's werkte.
Graffiti is bovenal een brede kunst-stroming: alles kan en alles mag. De aloude tags hebben nog steeds hun plek, want veel graffitikunstenaars blijven dichtbij de wortels van de oorspronkelijke graffiti. Phase 2 bijvoorbeeld, die vaak bubble-letters gebruikt - de grote, opgeblazen, kleurige letters die ook op menig Nederlandse muur te vinden zijn. Zijn 'Majestic athanasion confrontation' op de tentoonstelling is een piece pur sang. Crash werkt juist figuratief, met realistische figuren uit stripboeken.
Maar er zijn ook intellectuelere, conceptuele graffitikunstenaars. De maatschappelijke betrokkenheid, eerst nog haast onbewust beleden, kreeg in de jaren tachtig een steeds explicietere stem. Quik maakt werk dat direct over discriminatie en achterstanden gaat. Hij gebruikt bijvoorbeeld een oude kaart van Los Angeles, waar per wijk het percentage 'negers' is aangegeven. De kaart zelf is bedekt met tags, plaatjes en cartoonfiguurtjes.
Niet alle kunstenaars kiezen voor die maatschappelijke betrokkenheid. Andere hechten juist meer aan autonomie en vrijheid in hun werk. Kunst om de kunst - ook dat kan binnen de graffiti.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.