AMSTERDAM - Sober of overdadig, decoraties in kerken verwijzen doorgaans naar de functie van die gebouwen als plaatsen om God te eren. Met de versiering van Romeinse tempels, de 'heidense' voorgangers van onze godshuizen, was dat anders gesteld. De aankleding van tempelmuren week niet of nauwelijks af van het 'behangetje' thuis.
In zijn gisteren aan de Katholieke Universiteit Nijmegen gehouden oratie vertelde hoogleraar klassieke archeologie prof.dr. E.M. Moormann over zijn onderzoek naar geschilderde interieurs van Romeinse tempelgebouwen. Het verschil tussen een kerk en een Griekse of Romeinse tempel, legde hij uit, zit hem erin dat de laatste louter wordt gezien als huis van de god. Een tempel is niet, zoals een kerk, de plaats is waar gelovigen zich verzamelen om hun godheid te aanbidden. De aanbidding gebeurt búiten het gebouw.
Daarom is volgens hem de inrichting van een klassieke tempel beperkt -een beeld van de god en geschenken voor hem of haar- en worden er aan de decoratie van de muren geen bijzondere eisen gesteld. De aankleding kan rijk of sober zijn en sluit, zo blijkt uit Moormanns onderzoek, aan bij de gangbare mode in woonhuizen en profane gebouwen.
Dat gold niet alleen voor de tempels in het centrum van de macht en de mode -Rome e.o.- maar ook voor godshuizen in uithoeken van het Romeinse Rijk, zoals het Betuwse Elst.
De bom die in 1944 tijdens de Slag om Arnhem op Elst terechtkwam, deed zijn verwoestend werk, maar openbaarde tegelijkertijd een belangwekkende archeologische vondst. Onder de puinhopen van de plaatselijke hervormde kerk werden de resten ontdekt van een Romeinse tempel uit de eerste eeuw na Chr. De wanden van de tempel bleken gedecoreerd te zijn met zwarte panelen, voorzien van sobere omlijstingen waarop gestileerde kandelabers waren aangebracht.
Uit vergelijkend onderzoek met tempels in Pompeji is Moormann gebleken dat zowel de tempel in Elst als de tempels van Apollo en Isis in Pompeji schilderingen hebben die aansluiten bij de mode van de tijd. In de decoraties werd soberheid nagestreefd en de suggestie van rijkdom slechts gewekt door de imitatie van marmer. De relatie met de ter plekke vereerde goden is minimaal. ,,Wie alleen afbeeldingen ziet en de context daarvan niet kent, kan er niets uit afleiden dat wijst op de oorspronkelijke setting', aldus Moormann.
De bom op de hervormde kerk van Elst heeft volgens hem duidelijk gemaakt ,,dat onze streken in de Romeinse Keizertijd niet hoefden onder te doen voor het centrum van het rijk wat betreft de aankleding van heiligdommen. Elst en Pompeji liggen heel wat kilometers uit elkaar, maar dat verhindert niet dat in beide plaatsen dezelfde mode opgeld heeft gedaan.'
Moormann onderzoekt de antieke wand- en vloerdecoratie en beeldhouwkunst. Tevens leidt hij een een onderzoek, gecombineerd met restauratie, van het heiligdom van de Syrische koning Antiochus I (3de eeuw v.Chr.): de beroemde gebeeldhouwde mensen- en dierenkoppen boven op de berg Nemrud in Zuidoost-Turkije.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.