*

 

Exacte studierichtingen moeten fuseren

Edwin van Scherrenburg − 10/01/03, 00:00

Meer geld in universiteiten pompen, maakt van Nederland nog geen kenniseconomie. Het gaat erom het geld efficiënter in te zetten. Door het grote aantal kleine bètafaculteiten terug te brengen bij voorbeeld. Een paar grote werkt beter.

Het geld voor de universiteiten is enorm versnipperd. Dat dreigt een groot probleem te worden voor onze kenniseconomie.

Recente signalen van de technische universiteiten dat zij intensief gaan samenwerken zijn positief. Het wordt dan ook hoog tijd. Vooral in de bètahoek worden de middelen verkeerd ingezet. Zo kun je scheikunde of daaraan verwante richtingen (chemische technologie) studeren aan negen universiteiten. Datzelfde geldt voor (technische) natuurkunde en (technische) wiskunde. Juist in deze bèta-richtingen neemt de instroom van studenten al jarenlang af -ondanks een hoge vraag. Desondanks houden we nog altijd al deze faculteiten in stand met veel geld en energie. Nederland hoort nog steeds tot de wetenschappelijk toptien van de wereld. Maar voor hoe lang nog? Zo'n gefragmenteerde inzet van middelen voor onderzoek en onderwijs is nauwelijks nog efficiënt te noemen en eigenlijk verkwisting van belastinggeld. Er zijn vele kleine faculteiten die vaak nauwelijks samenwerken.

Het zou beter zijn faculteiten te bundelen waardoor nog op enkele plekken scheikunde gestudeerd kan worden. Daardoor ontstaan grote synergievoordelen. Op termijn zijn zo substantiële extra investeringen mogelijk in mensen, onderzoek en apparatuur. Juist die investeringen hebben we hard nodig om tot de wetenschappelijke top te blijven behoren en om te zorgen voor sterk wetenschappelijk onderwijs. Op die manier ook kan een aantal geselecteerde 'powerhouses' ontstaan met toponderwijs en toponderzoek. De, laten we zeggen, drie faculteiten per gebied die zo ontstaan kunnen bovendien binnen Nederland met elkaar concurreren om studenten en onderzoeksgeld. Door de vorming van grotere faculteiten kunnen jonge onderzoekers bovendien echt carrière maken en doorstromen. Docenten kunnen zich meer richten op hun sterke punten. Ben je goed in lesgeven, dan kun je je daar op concentreren. Tot op heden is het personeelsbeleid van veel universiteiten echter om te huilen. Veel leerstoelen zijn kleine koninkrijkjes met geringe vooruitzichten voor jonge onderzoekers, terwijl juist een tekort aan jonge onderzoekers dreigt.

Het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek moeten weer aantrekkelijk worden. De paar maatregelen die het ministerie de afgelopen jaren genomen heeft, helpen niet. Universiteiten leggen wel verantwoording af, maar worden niet echt afgerekend op prestaties. Er is vanuit Den Haag geen enkele prikkel om faculteiten te laten fuseren over de grenzen van universiteiten heen. Nog geen bewindspersoon heeft de politieke moed gehad om dit probleem aan te pakken. Daarnaast slaagt de lobby van de universiteiten er weliswaar niet in om de wetenschapsbudgetten te verhogen, ze weet wel al jarenlang elke effectieve en positieve verandering in het systeem tegen te houden. De universiteiten lijken vooral de eigen vertrouwde 'faculteitjes' in stand te willen houden. Iets wat overigens best te begrijpen is vanuit historische en culturele motieven. Ook is een eventuele verandering voor het personeel niet makkelijk. Zoiets vergt wel moed van universiteitsbestuurders.

De overheid kan universiteiten niet dwingen om meer te gaan samenwerken maar kan dit wel sterker stimuleren. Door bijvoorbeeld werk te maken van een meer prestatiegerichte bekostiging van universitair onderzoek en onderwijs. Het huidige systeem is nog grotendeels gebaseerd op historische gronden -oudere universiteiten worden ruimer bekostigd simpelweg omdat ze ouder zijn. Dat is achterhaald. Ook het extra belonen van fusies van faculteiten is een optie. Verder kunnen er faculteiten geruild worden, zodat universiteiten niet met lege handen staan. Daarnaast moeten de voordelen voor alle betrokken partijen beter voor het voetlicht worden gebracht.

Vragen om meer geld, zoals ook weer bij de opening van het academisch jaar, is een lapmiddel. Alleen als we het geld anders inzetten, kunnen we in Nederland werkelijk zorgen voor een aantal 'Stanfords aan Zee'.

mailIcon print |