*

 

Bos lijkt wel de aanvoerder van het CDA

Hans Goslinga − 18/01/03, 00:00

CDA-leider Balkenende dient met zijn inzet voor deze verkiezingen de duidelijkheid die de PvdA in de jaren zeventig zo vurig en compromisloos nastreefde. Hij biedt de kiezers een coalitie van CDA en VVD met een uitgewerkt politiek program en een minister-president in zijn persoon. Daarentegen heeft de PvdA onder Bos gekozen voor een positie, die vertrouwde christen-democratische trekken vertoont. Hij bestrijdt weliswaar de inzet van Balkenende, maar zonder te polariseren en zonder een schaduwkabinet naar het model-Den Uyl te presenteren. Sterker nog, volgens de beste tradities van de katholieke politiek in de naoorlogse jaren heeft hij voor het premierschap de naam van een bestuurder uit de provincie of het middenveld in zijn binnenzak.

In deze fenomenale rolverwisseling openbaart zich misschien wel het wezen van de Nederlandse politiek: een beheerste strijd om het midden, waarbij de grenzen worden bepaald door gematigdheid en daadkracht waarvan de burger de redelijkheid en de effectiviteit inziet. Wie politieke macht zoekt zonder die grenzen in acht te nemen, komt meestal snel van een koude kermis thuis. De PvdA heeft dat ondervonden in de tijd dat zij door vernietiging van de christen-democratie een tweedeling in de politiek poogde te forceren. De Nederlanders zijn voor zo'n versimpelde tegenstelling te praktisch en te beweeglijk, te weinig romantisch ook. Nuchterheid blijft hier troef. De politicus die het vermogen mist zijn inzet te relativeren kan het vergeten. Je hebt in de Haagse politiek de zelfspot nodig van een Piet de Jong, de licht sardonische ironie van een Hans Wiegel of de sobere fiets van Kok. Het zijn de hulpmiddelen die op een terloopse manier vertrouwen wekken en de essentiƫle verbinding met de burgers in stand houden, veel belangrijker dan die gewichtige communicatietechnieken.

De neiging ernst met een mate van clownerie te verbinden geeft de Nederlandse politiek onvermijdelijk een wat provinciaals karakter. CDA-voorzitter Piet Steenkamp relativeerde begin jaren tachtig in de kwestie van de kruisraketten de internationale inspanningen van premier Agt door hem uit te roepen tot 'de vliegende Hollander voor vrede en veiligheid', de wat steil ogende Balkenende liet zich in de vorige campagne graag het beeld van de kinderboekenheld Harry Potter aanleunen.

In het licht van de ijzeren wetmatigheden van de Nederlandse politiek is het de vraag of Balkenende er verstandig aan heeft gedaan zich zo strak en stijf met de VVD te verbinden. Dat samenwerking met de liberalen zijn voorkeur heeft, is begrijpelijk en vloeit ook logisch voort uit de voorgeschiedenis. Er ligt een regeerakkoord als blijk van wederzijds vertrouwen en gezien de oorzaak van de crisis in oktober is het niet minder dan staatkundig zindelijk dat CDA en VVD dat akkoord aan de kiezers voorleggen. Van een volledig open situatie is, met andere woorden, geen sprake. Maar dat neemt niet weg dat de verkiezingen een eigen moment creƫren. De kiezers zullen hoe dan ook nieuwe verhoudingen vaststellen, die uitgangspunt zijn voor de kabinetsformatie.

Met dat gegeven voor ogen was het verstandig geweest als het CDA de loyaliteit aan de liberalen van een voorbehoud had voorzien. In de jaren zestig en zeventig gold zulk gedrag in progressieve kring als bewijs van de onbetrouwbaarheid van de christen-democraten: je wist nooit waar je met ze aan toe was. Dat was en is nog steeds flauwekul. De katholieken en protestanten dankten in die tijd hun riante middenpositie aan hun veel grotere omvang en, meer nog, aan de blokkade die PvdA en VVD tegenover elkaar hadden opgeworpen. Nu zijn de verhoudingen totaal anders. Liberalen en sociaal-democraten hebben laten zien dat ze kunnen samenwerken en de christen-democraten zijn te zeer in omvang geslonken om nog zo'n dominante rol als destijds te spelen.

Balkenende gaf PvdA-leider Melkert afgelopen voorjaar dan ook een democratisch lesje door diens aandrang te weerstaan Pim Fortuyn in de ban te doen. Je kon niet bij voorbaat zoveel kiezers buitensluiten en daarmee ook hun geluid negeren. Bovendien, waarom zou de ene oppositiepartij de andere in de ban doen? Nu gedraagt de CDA-leider zich bijna net zo krampachtig als Melkert door de PvdA ongeschikt te verklaren voor het regeren van het land. Hij begeeft zich daarmee buiten de grenzen die de politiek in het veelstromenland Nederland stelt en maakt het zichzelf en zijn partij nodeloos moeilijk als de verkiezingsuitslag toch tot samenwerking met de PvdA dwingt. Maar niet alleen dat. ,,Het land mot toch geregeerd worden'', zei de christen-democraat Piet Hein Donner afgelopen zomer, op z'n Benoordenhouts, in een reactie op de scepsis over het kabinet met de onervaren LPF. Hij gaf daarmee blijk van de praktische geest en de knipoog die je in de Nederlandse politiek nodig hebt. Daar lijkt nu de geest van grimmigheid voor in de plaats te komen, niet alleen bij Balkenende maar ook bij Zalm, die opkomt als macht begint af te brokkelen en weinig goeds voorspelt. Beide leiders hadden sterker moeten rekenen met de mogelijkheid dat ze er niet in zouden slagen een meerderheid te halen. Zelfs in de tijd dat het CDA groter was, lukte het niet altijd met de liberalen boven de 75 zetels te komen.

PvdA-leider Bos lijkt door zijn redelijke en gematigde optreden de ijzeren wetten van de Nederlandse politiek in Nederland al aardig te doorgronden. Die indruk werd deze week nog versterkt door premierskandidaat Cohen, die de lof zong op de Nederlandse cultuur van overleg en de boel bij elkaar houden. Het heeft er op dit moment veel van weg dat de PvdA meer van het CDA heeft begrepen dan andersom. Balkenende laat zich door Bos de kaas van het brood eten.

mailIcon print |