In de reeks Talent voor de Klas krijgen de leerkrachten vandaag rapportcijfers van hun schoolleiders. Samen met het AVS Scholenpanel onderzocht Trouw wat directeuren belangrijker vinden: vakkennis of leeromgeving. Leerkrachten blijven op beide fronten onder de gewenste maat. Op deze pagina ook meester Danny, die met succes voor groep zeven staat.
De hedendaagse leerkracht blinkt niet uit in vakkennis, menen 1500 basisschooldirecteuren in een onderzoek van Trouw en de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS). De schoolleiders doen daar lakoniek over. Ze hebben geen keus, gezien de sollicitanten op onderwijsbanen. Als ze wel de keus hadden, wie had dan hun voorkeur: een meester die foutloos spelt of één die zorgt voor een goede sfeer in de klas? 'Zolang ze maar hetzelfde weten als de leerlingen' Talent voor de klas Henriëtte Lakmaker
In het rijtje bekwaamheden en eigenschappen van leraren, waarnaar de AVS en Trouw vroegen, staat bij directeur René Veenman van de Rotterdamse openbare Oldebarneveltschool vakkennis bovenaan. Op de tweede plaats, met maar een haarlengte verschil, staat de zorg voor een veilige omgeving voor de leerling. Helaas, ook hij kan aan jongere leerkrachten geen hoog cijfer uitdelen als het gaat om spellen, rekenen en feitenkennis ,,De kennis is niet optimaal. We hopen dat het goed komt. Desnoods dring ik aan op een cursus spelling, als iemand te vaak fouten maakt in de notulen.''
Eerst de vraag, zegt Veenman, wat kennis van het onderwijsvak eigenlijk inhoudt. ,,Volgens mij gaat het dan om een brede algemene ontwikkeling, didactische vermogens en de kunst om leerstof over te brengen. De handleiding van de reken- en taalmethodes is vaak al uitgebreid genoeg, die maak je je snel eigen.''
Over de huidige onderwijzers valt wel meer te melden dan dat ze niet erg goed zijn in rekenen en spelling, vindt Veenman, sinds 1978 in het onderwijs en acht jaar directeur. ,,De topografie van Noord-Oost Groningen kennen ze niet. Maar tegenwoordig zien ze beter of kinderen lekker in hun vel zitten en weten ze wat ze moeten doen als dat niet het geval is. Ze kunnen met computers omgaan, en ze weten hoe ze adaptief onderwijs moeten geven (waarbij de leerstof wordt aangepast aan de individuele leerling, red.). Vroeger, zegt Veenman, was het: maak je sommen en ga daarna eens een sigaar halen voor de meester. Tegenwoordig zetten leerkrachten hun leerlingen daarna aan de vervolgopdrachten en hebben ze oog voor de verschillen tussen kinderen onderling.
Is het niet zo dat directeuren vakkennis zelf minder van belang achten omdat ze toch geen eisen kunnen stellen in deze tijden van het lerarentekort? ,,Nee'', zegt Veenman stellig. ,,Feitenkennis is echt minder belangrijk.'' Hij grinnikt. ,,Zolang ze maar minimaal gelijk lopen met de leerlingen.''
,,Een goed klimaat in de klas'', doceert Ruud Hoogerheijde van Zuidwalschool in de Haagse Schilderswijk, ,,ontstaat als de leraar orde houdt, als er erkenning is voor de verschillende culturen in de klas, als hij liefdevol is voor de kinderen- niet als hij als een sergeant-majoor te keer gaat.'' Hoogerheijde vindt dat er eerder te veel dan te weinig aandacht is voor 'de methodieken' op de opleiding. Geef hem maar iemand die soepel kan omgaan met collega's en ouders, die van zichzelf door heeft hoe hij reageert in moeilijke situaties. ,,Dat is een keihard gegeven, en dat heb je door in de allereerste vijf minuten van het sollicitatiegesprek.''
Hij heeft op zijn school graag mensen met ervaring buiten het onderwijs, iets waar de meeste directeuren uit het onderzoek minder aan hechten. ,,Essentieel is: hoe ga je met kinderen om. Hoe komt het dat de boodschap van de één beter overkomt dan de ander? Waarom koop je bij de ene dealer meteen een auto en de ander nooit van je leven? Omdat het klikt met de verkoper, of niet. We hebben nog geen idee hoe dat werkt.'' Verbetering van het reken- en taalonderwijs is bij lange na niet zo belangrijk als de kunst om kinderen zich prettig te laten voelen, en daarop scoren de leerkrachten de laatste tijd beter, zegt Hoogerheijde.
Conny Goedel, directeur van de rooms-katholieke Paulusschool in Castricum, zoekt in een nieuwe leerkracht eerst naar souplesse. ,,Hij moet niet uitsluitend in de laagste of de hoogste klassen willen werken.'' Ervaring staat op een gedeelde eerste plaats, gevolgd door affiniteit en bekendheid met het ontwikkelingsgericht onderwijs, waarmee de Paulusschool werkt. ,,Daarom moet de kandidaat goed kunnen samenwerken, want we doen veel thema's en projecten gezamenlijk. Hij moet kinderen zelfstandigheid bij kunnen brengen: dat ze zelf werkstukken presenteren en initiatief nemen.'' Goed omgaan met ouders is ook heel belangrijk, vindt Goedel. Zij hoeft niet de allereerste keuze te doen, haar school is er een van dertig onder een bestuur. De personeelsfunctionaris voert de eerste gesprekken en draagt iemand voor als er een vacature is. Aan de voornaamste onderwijskundige criteria voldoet de sollicitant dan, neemt Goedel aan, maar hij of zij moet ook tegemoet komen aan haar specifieke verlangens.
Moet een leerkracht niet allereerst 'gevoel voor kinderen' hebben, en bezieling voor het onderwijs? ,,Bezieling kan erg beperkend werken. Je kunt buitengewoon bevlogen bezig zijn binnen de vier muren van de klas. Dan zit je op een eilandje met kinderen waar andere leerkrachten weinig meer mee kunnen.'' Als je in het onderwijs gaat werken zul je altijd wel met een zeker idealisme behept zijn, meent Goedel, anders kies je niet voor dat vak. ,,Ik ga er vanuit dat die motivatie er doorgaans wel is, en tot nog toe ben ik daar nooit in bedrogen.''
Een warm hart voor de leerlingen, natuurlijk is dat een vereiste. ,,Je moet vooral kijken naar kinderen, en dat is niet alleen een kwestie van gevoel maar ook van ervaring - waarom zit dat kind zo te dromen? De een voelt dat beter aan dan de ander.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.