*

 

Het lijf van een uitsmijter, de lach van een lieve jongen

Rob Velthuis − 18/01/03, 00:00

Het duel Ian Thorpe versus Pieter van den Hoogenband is de blikvanger van de Wereldbeker in Parijs en Berlijn. Thorpe relativeert de rivaliteit, hij concentreert zich liever op nieuw ingeslagen paden; naar de concurrent kijkt hij niet.

PARIJS - ,,Als die pakken worden verboden, dan wint Thorpe niets meer.'' Jacco Verhaeren is stellig als een van de verschillen met zijn pupil Pieter van den Hoogenband wordt aangeroerd. ,,Pieter blijft ook in een zwembroek snel, dat maakt niet uit.''

Thorpe tijdens training in een traditionele zwemslip, pas dan is te zien hoe het toch al imposante, 1.95 meter lange lijf de vormen heeft aangenomen van een slagschip. In vergelijking met het WK van 2001 in Fukuoka, waar de Australiër zes titels won, is zijn lichaamsgewicht toegenomen van 95 naar 105 kilogram.

Slechts in een fullbody-suit wordt de enorme spiermassa in een keurslijf geperst, dat gestroomlijnd door het bad glijdt. Aangedreven door die enorme stuwvlakken, zijn handen en maat 52 voeten.

,,Het is allemaal niet gunstig'', zegt Verhaeren over de groei van Thorpe's lichaam. ,,Die grote massa veroorzaakt een enorme stuwing en dat extra gewicht maakt dat je dieper in het water komt te liggen. Nee, zonder zo'n pak is het over met hem, dat weet ik wel zeker.''

Het lijf van een uitsmijter past ook niet bij zijn vriendelijke gezicht met karakteristieke mond en zijn fijnbesnaarde gedrag. Hij walgt van het typische Australische machogedrag en bijbehorend accent; liever bezoekt hij, zoals vorig jaar, in Parijs en Milaan modeshows van beroemde kledingontwerpers. En in zwemhal Georges Vallerey verrast hij tijdens de World Cup de pers op antwoorden in het Frans.

In zijn thuisland is vanwege zijn 'afwijkende' gedrag een discussie ontstaan over zijn seksuele geaardheid. Thorpe poogde daar een einde aan te maken door op eigen initiatief te verklaren straight te zijn. ,,Ik ben nu eenmaal een beetje anders dan wat men als een echte Australiër beschouwt.''

Twistgesprekken werden eind vorig jaar ook veroorzaakt door zijn besluit te breken met Doug Frost, de trainer die hem vanaf zijn negende jaar heeft gebracht tot wat hij nu als twintigjarige is: drievoudig olympisch kampioen; achtvoudig wereldkampioen; breker van achttien wereldrecords; multimiljonair met sponsorcontracten ter waarde van 12.5 miljoen dollar en publiek bezit.

Ofschoon Thorpe vorig jaar vele triomfen vierde tijdens de Commonwealth Games (een record van zes keer goud) en Pan Pacific Games, was hij niet tevreden over zijn techniek en tijden. Die tegenvallers kwamen weer voort uit het verlies van plezier en spontaniteit in de training. ,,Het was stoppen met Doug of stoppen met zwemmen.''

Onder Tracey Menzies, lerares kunstgeschiedenis aan zijn school en assistent van Frost, sloeg Thorpe nieuwe wegen in. Hij noemt de dertigjarige, vrij onervaren Menzies ,,een opwindende nieuwe coach met een gevarieerd programma.'' Dat bevat wekelijks tien zwemtrainingen van tweeënhalf uur; drie keer hardlopen; drie optredens in de boksring; drie bezoeken aan het krachthonk en twee momenten van ontspanning in yoga. ,,Het is zwaar, maar tijd om te klagen heb ik niet.''

Het beulswerk dat zijn spierbundels doet uitdijen, is niet verdwenen. Maar de verschuiving van eindeloos duurwerk naar korte, explosief programma's is evident. Dat heeft alles te maken met nieuwe keuzes, die hem tot een nog gevaarlijker concurrent van Pieter van den Hoogenband moeten maken.

Zocht Thorpe in het verleden vooral zijn grenzen vanuit de 200 en 400 meter richting 800 meter, nu is de ambitie verschoven naar het koningsnummer, de 100 meter. In de voetsporen te treden van de groten Weissmuller, Spitz en Popov, zegt hij daarbij niet te beogen.

,,Ik zwem niet om geschiedenis te schrijven. Ik volg mijn eigen lijn en heb dus mijn eigen succes. Zo is het ook in de strijd met Pieter. Onze duels worden als bijzonder aangekondigd, dat is mooi voor de sport. Maar ik sport vooral om mijn eigen talenten te ontplooien.''

,,De beste zwemmer die ik kan zijn, hoeft uiteindelijk niet de beste zwemmer van allen te blijken. Ik heb doelen in termen van tijden, niet in termen van wedstrijden.''

De botsingen der groten in Parijs en volgend weekeinde Berlijn, zeggen hem niets. ,,Ik vind sprintwedstrijden gewoon leuk, daarom zwem ik hier ook de 50 meter. Het enige doel hier is, dat ik gelukkig wegga. Ik verwacht er eerlijk gezegd niets van. Het is slechts een onderdeel van de voorbereiding op de grote WK, komende zomer in Barcelona.''

De brede lach verdween gisteren dan ook niet van zijn gelaat toen hij na de finale 100 meter als vijfde uit het water stapte. Voor Verhaeren was die nederlaag niet meer dan logisch. ,,De 100 meter is echt een ander specialisme, die beheers je niet door simpelweg aan te kondigen dat je je erop gaat richten. Er gaat nog wel wat tijd overheen voordat hij daarop een bedreiging vormt.''

mailIcon print |