*

 

Wie wordt het gezicht van de EU?

Bert Schampers − 17/01/03, 00:00

Frankrijk en Duitsland willen een permanente voorzitter voor de Europese Raad van regeringsleiders. Spanje en Groot-Brittanniƫ steunen het plan. De kleinere landen reageren in eerste instantie afwijzend. Maar gisteren bleek dat bijvoorbeeld Denemarken best kan leven met het voorstel.

BRUSSEL - Er valt wel iets voor te zeggen. Elke zes maanden een andere voorzitter, dat is niet altijd effectief gebleken. Europa heeft behoefte aan continuïteit en duidelijkheid. Een regeringsleider die gedurende enkele jaren namens de Vijftien optreedt, is een beter aanspreekpunt.

Europa is er nog niet helemaal uit wat nu het beste is. De grote lidstaten inmiddels wel. Het is duidelijk dat zij de macht bij de regeringsleiders willen houden. En dus hun eigen apparaat willen versterken. De Europese Commissie en het Parlement zouden in ruil wel meer invloed krijgen op het beleid. Maar van een verschuiving van de macht van de lidstaten naar 'Brussel', waar Nederland een voorstander van is, lijkt toch weinig te komen.

De Frans-Duitse overeenkomst zal mede de richting bepalen die de Europese Conventie op gaat. De conventie is de vergadering van politici en deskundigen uit de vijftien Europese lidstaten die zich buigen over de toekomst van Europa. Maandag en dinsdag bespreekt ze de institutionele hervormingen die nodig zijn in het grotere Europa. Het gaat dan onder meer over de positie van ministerraad en regeringsleiders.

In de eerste -negatieve- reacties op het Frans-Duitse voorstel, ligt vooral het accent op het feit dat het machtsevenwicht in de Unie in het gedrang komt. Immers, de meeste lidstaten willen de rol van de Europese Commissie en haar voorzitter versterken. De commissie heeft in de Unie het initiatiefrecht en waakt over de uitvoering van de Europese regelgeving. Parijs en Berlijn willen de commissie alvast meer economische macht geven. Ook vinden zij dat de commissievoorzitter door het Europees Parlement moet worden gekozen. Nu doen de regeringsleiders dat.

Uit democratisch oogpunt lijkt dat een verbetering. Maar of de commissievoorzitter blij moet zijn met die ingreep, is de vraag. Uit de eerste reacties valt op te maken dat de commissie vreest een ondergeschikte rol te spelen en dat de invloed van die andere president, of voorzitter, bij de raad een stuk groter zal zijn. Hij is de vertegenwoordiger van de lidstaten, bewaakt de agenda en staat op de foto met Bush.

Of die vrees gewettigd is, valt nog te bezien. Veel details moeten nog nader worden uitgewerkt. Naast de voorzitter van de commissie en de Europese president, is er nog een derde hoofdrolspeler. In het Frans-Duitse voorstel is er sprake van een Europese minister van buitenlandse zaken, een combinatie van de twee functies op dat terrein die momenteel bestaan. Deze superminister is tegelijk voorzitter van de vergadering van ministers van buitenlandse zaken. Besluiten kunnen met meerderheid van stemmen gebeuren, tenzij het nationale belang ernstig in het gedrang komt. Voor besluiten op het terrein van defensie en veiligheid blijft unanimiteit de regel. De voorzitters van andere vakraden, zoals economische zaken en justitie en binnenlandse zaken, zouden voor een periode van twee jaar worden gekozen uit de kring van ministers.

Met deze voorstellen lijkt het wel haast zeker dat het roulerende voorzitterschap zijn beste tijd heeft gehad. Het model bleek ook nauwelijks effect te hebben op de betrokkenheid van de burger van het voorzittende land bij de EU. De conventie moet andere methoden bedenken om de Europese integratie te verkopen.

mailIcon print |