*

 

Een altaar voor de wetenschap

Henny de Lange − 09/01/03, 00:00

Het historische Hofcomplex in Dordrecht is de ideale plek voor een academie voor mensen die hun intellectuele batterij willen herladen. Daarover zijn hoogleraar Arjo Klamer, initiatiefnemer van de 'opfrisuniversiteit', en de gemeente Dordrecht het eens. De studenten in spe moeten wel een goedgevulde portemonnee meenemen. Maar dan kunnen ze er ook weer jaren tegenaan.

Nog regelmatig heeft Arjo Klamer, hoogleraar economie van kunst en cultuur in Rotterdam, heimwee naar het Wellesley College in Amerika, waar hij vier jaar doceerde. Zeventien jaar woonde hij in de Verenigde Staten, acht jaar geleden keerde hij terug naar Nederland, waar hij sindsdien verbonden is aan de Erasmus Universiteit.

,,Als ik mijn Amerikaanse studenten vroeg om de economie van de 16de eeuw te bestuderen, was er nooit iemand die zich afvroeg wat die kennis opleverde op de arbeidsmarkt. Mijn studenten in Rotterdam denken alleen maar aan het doel dat ze met hun studie willen bereiken. De universiteit is voor hen vooral een middel om een goede baan te krijgen. Op een brede vorming zitten ze niet te wachten. Het is zo moeilijk om ze geïnteresseerd te krijgen voor kennis die er naar hun mening niet toe doet op de arbeidsmarkt.''

Nu is het Wellesley-college ook niet de eerste de beste universiteit, geeft Klamer toe. Op dit vrouwencollege studeerden onder meer Hillary Clinton en Madeleine Albright. Klamer: ,,Maar ook op andere Amerikaanse colleges staat een brede vorming centraal. Nederlandse universiteiten zijn verworden tot leerfabrieken. Die vervlakking is begin vorige eeuw al begonnen, maar vooral in de jaren zestig heeft men de kern uit het oog verloren. Universiteiten leiden alleen nog maar op voor de arbeidsmarkt en zijn niet meer bezig met vorming en wetenschap. Het grote verschil is dat Amerikaanse universiteiten nog voor een ideaal staan.

Zo kregen de studenten en docenten van Harvard bij de opening van het academisch jaar van hun president Larry Summers te horen: 'Er zijn tal van dingen, vele tradities die jullie te weten zullen komen, maar wat ik het belangrijkste vind van alles wat deze plek te bieden heeft, is dat het een broedplaats is van nieuwe en originele gedachten en ideeën. En in toenemende mate gaat het om ideeën in deze wereld. Dus volg je hartstocht, niet de berekening. Bestudeer de onderwerpen die tot jouw verbeelding spreken. Sta open voor iedere mogelijkheid. Leer te leren'.''

Klamer: ,,En wat kregen de docenten en studenten hier te horen? Dat we de boer op moeten om geld te verdienen. Nog even dacht ik dat het over normen en waarden zou gaan, toen onze voorzitster begon over verantwoordelijkheid. Maar ze bleek het over onze verantwoordelijkheid aan het bedrijfsleven te hebben. De overheid trekt onze broekriem aan en dus moeten we de markt op. Ze bracht de boodschap genuanceerder dan ik het nu zeg. Ze gebruikte het Latijnse woord 'agora' voor markt, maar de inhoud was duidelijk. Ik begrijp haar wel, ze wil er een positieve draai aan geven, maar ik word er wel moedeloos van.''

De Nederlandse universiteiten zijn hun hoofddoel uit het oog verloren, meent de hoogleraar. ,,Universiteiten moeten staan voor het ideaal van een waarlijk academische gemeenschap, het ideaal van kennisverwerving. In Nederland zijn we blijkbaar bereid dat ideaal op te offeren op het altaar van economie en boekhouding.''

Vanuit die onvrede en geïnspireerd door zijn ervaringen in Amerika, is Klamer jaren geleden al gaan broeden op een nieuw type universiteit: een academie voor mensen die een inspirerende omgeving zoeken om hun intellectuele batterij te herladen. Aanvankelijk bleef het bij dagdromen, maar op een gegeven moment werden de ideeën steeds concreter. ,,Je gaat praten met geestverwanten en dan gaat het balletje vanzelf rollen.''

De plannen zijn nu zo concreet dat Klamer de tijd rijp vindt om ze openbaar te maken. Een locatie voor de Academia Vitae is er ook al: het historische Hofkwartier in Dordrecht. Aanvankelijk mikte Klamer op een oud klooster in het noorden van Groningen. ,,De plek is schitterend, maar te geïsoleerd voor de positie die de academie in de samenleving moet gaan vervullen. Een Academia Vitae hoort niet in een hutje op de hei, maar midden tussen de mensen.''

Het Hofkwartier in Dordrecht is een ideale plek, meent Klamer, omdat het al eeuwenlang een broedplaats van bijzondere maatschappelijke en culturele ontwikkelingen is. In de veertiende eeuw stonden daar de poorten van het Augustijnenklooster de hele dag open. Nederland zou pas twee eeuwen later een universiteit krijgen, maar de monniken van het klooster hadden aan buitenlandse universiteiten gestudeerd en stonden bewoners en stadsbestuur met raad en daad bij.

In 1572 werd het Hof een historische plek van nationaal belang door de bijeenkomst van Hollandse steden die zich achter Willem van Oranje hadden geschaard. Deze Eerste Vrije Statenvergadering, die eenheid bracht in de opstand tegen Spanje, was tevens een opmaat voor de vorming van Nederland.

Ook in religieus opzicht is de Augustijnenkerk, uit 1293, van betekenis. Na de Reformatie werd hier de eerste openbare hervormde kerkdienst van Nederland gehouden. De kerk speelde ook een rol tijdens de Nationale Synode in 1618 en 1619. Tijdens deze marathonvergadering werd opdracht gegeven tot vertaling van de Statenbijbel, wat een enorme impuls gaf aan de ontwikkeling van de huidige Nederlandse taal.

Aan de overkant van de kloostertuin werd in de 16de eeuw de Latijnse school gesticht. Iets verderop werd in 1842 Dordrechts Museum gevestigd met topstukken van leerlingen van Rembrandt en schilders als Albert Cuyp en Ary Scheffer. Klamer: ,,Het Hofkwartier heeft niet alleen een rijke geschiedenis, maar is ook een prachtige verstilde plek midden in de stad met de Randstad om de hoek.''

De gemeente Dordrecht wil de Academie graag binnenhalen, omdat die goed past in de 'kwaliteitsslag' die het stadsbestuur wil maken op het gebied van cultuur, horeca en winkelen. Inmiddels is een nieuw winkelhart verrezen, is een groot deel van de duizend monumenten in de stad gerestaureerd en worden meer duurdere woningen gebouwd om kapitaalkrachtige bewoners te trekken. Het historische Hofkwartier, dat wel een impuls kan gebruiken, moet uitgroeien tot een verzamelpunt voor kunsten, geschiedenis, wetenschap en vertier.

De gemeente zal de ontwikkeling van dit gebied in vier stappen aanpakken, vertelt cultuurwethouder Hans Spigt. Op vrij korte termijn zullen de publieksruimten van het stadsarchief naar het Hofkwartier verhuizen. In de avonduren zullen bezoekers daar ook terecht kunnen voor cursussen genealogie, boekbinden of huizenonderzoek. Daarna volgt de uitbreiding van Dordrechts Museum, die via een kunstpassage met ateliers voor jonge kunstenaars verbonden zal worden met het nieuwe archief.

Voor deze twee projecten heeft de gemeenteraad 20 miljoen euro uitgetrokken. In de derde fase (vanaf 2005) is de academie gepland, gevolgd door de ontwikkeling van een 'bourgondisch kwartier'. In maart van dit jaar neemt het gemeentebestuur een definitief besluit over de Academie.

Spigt: ,,De plannen van Klamer zijn behoorlijk ambitieus. Er loopt nog een onderzoek of er voldoende animo bestaat, want goedkoop is zo'n studie niet. Als dat positief uitvalt, zorgt de gemeente voor ruimte in het Hofcomplex.'' Dordrecht is niet van plan geld te steken in de academie zelf. Dat zal van het bedrijfsleven of andere sponsors moeten komen. Klamer ziet voldoende kansen. ,,We gaan niet concurreren met de universiteiten of andere hogere opleidingen voor ouderen. We mikken ook niet op senioren of vutters die een aardig tijdverdrijf zoeken, maar op mensen van 30 tot 60 jaar die een verlof of sabbatical willen gebruiken om hun intellectuele batterij te herladen. Ik denk aan managers, onderwijzers, politici, journalisten, hoge ambtenaren maar ook huismoeders die zich rond hun 48ste of 50ste afvragen wat ze verder nog willen met hun leven. Mensen die nog lang niet willen gaan afbouwen richting hun pensioen, maar zich wel realiseren dat ze hun carrière misschien een nieuwe wending moeten geven.''

,,Vaak hebben ze jaren niet meer in zichzelf geïnvesteerd en voelen ze een soort leegte in zich opkomen, omdat ze nog nooit de grote klassiekers hebben bestudeerd. Ze lezen misschien nog wel eens een goed boek maar missen mensen om zich heen om daar eens op door te gaan. Iedereen heeft behoefte aan een bron voor zingeving en inspiratie. Sommigen vinden die in de muziek of literatuur, anderen in de religie en natuur. Maar vaak hollen we maar door.''

Deze mensen, die niet noodzakelijkerwijs een academische studie hoeven te hebben gevolgd maar wel 'gretig' moeten zijn naar kennis en verdieping, wil de academie gelegenheid bieden om te studeren en in gesprek te gaan met anderen, vertelt Klamer. Dat klinkt misschien vrijblijvend, maar dat is het niet. ,,We vragen heel veel van de mensen. Ze moeten het willen opbrengen om in aanraking te komen met hele nieuwe gedachten, waarvan ze misschien wel flink in de war raken. Ik zou ook willen stimuleren dat ze zich gaan verdiepen in iets wat volstrekt nieuw is, desnoods een studie van de aardkorst. Ze moeten de bereidheid hebben om zich te verwonderen, nieuwe dingen te bestuderen, daarover te durven praten en ook te schrijven. Ik garandeer dat mensen daar niet alleen ontzettend van opknappen, maar ook gevoed worden met nieuwe ideeën en vol creativiteit weer aan de slag gaan en zo hun omgeving ook weer inspireren.''

wordt vervolgd op pagina 15

Een altaar voor de wetenschap

VERVOLG VAN PAGINA 13

De academie vraagt veel, ook financieel. Klamer schat de studiekosten op 20000 euro per jaar, maar daarmee ben je fellow voor het leven. ,,Je blijft je leven lang lid. Dat heb ik afgekeken van Amerikaanse colleges, waar je altijd aan verbonden blijft en waaraan je de rest van je leven ook geld blijft doneren. De fondsen die je daarmee creëert kun je weer gebruiken om mensen die het niet kunnen betalen, ook in de gelegenheid te stellen naar de academie te gaan. Daardoor kweek je ook weer betrokkenheid.''

Maar het blijft veel geld, zeker als tijdens de studie ook nog het salaris wegvalt, geeft Klamer toe. ,,Je zou een paar dure vakanties kunnen laten schieten voor een studie aan de academie. Daarvan heb je jaren plezier. Een alternatief is dat bedrijven hun veelbelovende mensen sponsoren als die naar de academie willen. Hoeveel geld geven bedrijven nu niet uit aan peperdure vakopleidingen? Ik durf de stelling aan dat mensen intellectueel meer geactiveerd worden als ze zich ook durven te verdiepen in een terrein dat volstrekt nieuw is. Dat kan eenmaal terug in je baan, een bron van creativiteit en wijsheid blijken te zijn.''

Het klinkt allemaal redelijk ambitieus, erkent Klamer, maar de academie moet het ook niet hebben van grote aantallen. Hij mikt om te beginnen op 150 tot hooguit 300 fellows per jaar. Klamer verwacht geen problemen om aan docenten te komen. ,,Ze staan te trappelen op de universiteiten om les te geven aan mensen met een grote gretigheid.'' De hoogleraar denkt vooralsnog aan een staf van vijf eminente geleerden en tien jonge veelbelovende onderzoekers. Hun achtergrond moet breed en divers zijn en de inhoud van hun seminars dient zich uit te strekken van de behandeling van klassieke werken tot recent onderzoek in ieder vakgebied.

In de opzet die Klamer nu voor ogen staat begint elke fellow met hetzelfde intensieve programma van tien dagen, waarin de hersens worden 'afgestoft'. Daarna kunnen ze zich gaan verdiepen in Aristoteles of Descartes, Freud, Plato, noem maar op, gevolgd door een reeks seminars over allerlei terreinen, van de literatuur tot natuurwetenschappen of de kunsten. Om de academie een goede start te geven, wil Klamer in de beginfase ook Amerikanen inschakelen die gewend zijn aan deze wijze van doceren. Over de deelnemers heeft hij ook al nagedacht. Eén naam wil hij wel noemen: Jan Marijnissen van de SP lijkt hem een ideale fellow. ,,Hij heeft nooit gestudeerd, maar wil zich telkens weer met grote gretigheid verdiepen in zaken.''

Ook de bestaande universiteiten kunnen profijt hebben van de academie, verwacht Klamer. Naarmate er meer docenten rouleren, zal hun invloed ook merkbaar worden op de universiteiten. In ieder geval zullen ze aanzienlijk opgefrist en met meer bevlogenheid weer aan het werk gaan.''

mailIcon print |