*

 

Eén ministerie van veiligheid gevaarlijk

Ronald van Steden − 09/01/03, 00:00

Het idee om leger en politie onder te brengen bij één ministerie van veiligheid, zoals in Trouw (de Verdieping, 3 januari) geopperd, lijkt logisch. Samen kunnen ze de dreiging van terrorisme beter te lijf gaan. Maar het brengt risico's met zich mee.

Nu het communistische monster aan zichzelf is bezweken, heeft de krijgsmacht haar belangrijkste vijand verloren, terwijl de politie steeds vaker met internationale terrorisme en criminaliteit kampt. Gezamenlijk staan politie en leger veel sterker.

In Trouw staat dat de tijd rijp is om ze bij één geïntegreerd ministerie van veiligheid onder te brengen. Voor meer samenwerking is inderdaad veel te zeggen, maar de vorming van één ministerie gaat veel te ver.

Terrorisme en internationaal georganiseerde misdaad hebben het klassieke onderscheid tussen interne en externe veiligheid doen vervagen, zo luidt de redenering. Beide dreigingen overstijgen landsgrenzen en hebben tegelijkertijd een impact op de binnenlandse stabiliteit. Daarom beschikken zowel het militaire apparaat dat gericht is op buitenlandse betrekkingen, als de politie -als hoeder van nationale rust en orde- over antiterreureenheden. Samenvoeging van beide organisaties zou heel wat praktischer zijn en bovendien de broodnodige samenwerking bevorderen in een tijd van mondiale onrust en onvoorspelbare gewelddadige acties.

Deze pragmatische overwegingen snijden zeker hout. Het veranderende karakter van externe dreigingen en hun invloed op nationale staten hebben leger en politie onmiskenbaar dichterbij elkaar gebracht. Niemand zal tegen een betere coördinatie en een afstemming van taken zijn, als hierbij het landsbelang is gediend. Hier spelen tenslotte existentiële veiligheidsvraagstukken. Terrorisme en misdaad kunnen in het ergste geval een ontwrichting van staten betekenen.

Toch is voorzichtigheid geboden. Politie en leger zijn immers precaire organisaties: ze beschikken over exclusieve legitieme bevoegdheden om in ernstige conflictsituaties geweld te gebruiken. Samen schragen agenten en militairen het staatsgezag. Zonder sterke arm en legergroen is de staat machteloos.

Maar het onderscheid in de primaire taakstelling tussen politie en leger is ook cruciaal. Legereenheden richten zich op defensie, waken over soevereiniteit en territoriale integriteit tegenover aanvallen van buitenaf. Politiediensten hebben als taak de veiligheid van burgers te waarborgen. Agenten bewaken en bewaren de publieke orde, verlenen hulp en assistentie aan hen die dit behoeven. Veiligheidshandhaving heeft in dit verband een brede betekenis. Het gaat hier om meer dan de verdediging van een staat. Respect voor het individu en zijn rechten, alsmede het omzien naar sociale behoeften en belangen reiken ver buiten de directe rol van machtshandhaving.

De integratie van politie en leger onder één ministerie van veiligheid betekent een centralistische beweging naar het ultieme doel van een staat: zijn eigen voortbestaan waarborgen. Hiermee dreigt het gevaar dat militaire belangen gericht op defensie dagelijks politiewerk gaan domineren. Of de wedergeboorte van het oude gendarmerie-model van een centraal en hiërarchisch georganiseerd politieapparaat dat zich sterk op specifieke ordehandhaving toerust. Dat wil zeggen: ordehandhaving gericht op het beschermen van de staat en zijn dominante politieke en economische actoren. Dit idee klinkt niet onlogisch met het politieke adagium van een mondiale war against terrorism in ons achterhoofd.

Het wringt echter wel met het belang van een decentraal vormgegeven politiebestel. Een Nederlandse traditie van politiezorg dichtbij en met oog voor burgers: politie als je beste vriend.

Bovendien leidt bundeling van krachten bij één ministerie tot een concentratie van gezag over veiligheidstroepen -gewapend en gevaarlijk. De huidige spreiding van zeggenschap over politie en leger kan de slagkracht van beleid soms in de weg staan, maar dient wel de controle en machtsverdeling. Met bijzondere militaire en politiële bevoegdheden tot fysieke dwang en zelfs geweld moet niet te lichtzinnig worden omgegaan.

Initiatieven tot samenwerking tussen politie en leger verdienen instemming. Er doen zich ook al voorzichtige toenaderingen in het geval van ordeverstoringen, vredesoperaties en rampenbestrijding voor. Militairen hielpen bij de mkz-crisis, er wordt druk over meer politie-inzet in conflictgebieden gediscussieerd. Desalniettemin is het zaak dat Defensie, Justitie en Binnenlandse Zaken elk de eigen touwtjes stevig in handen houden. Anders heeft de Nederlandse burger er naast terrorisme en internationale georganiseerde criminaliteit nog een gevaar bij.

mailIcon print |