Vijftig jaar na De Ramp -dat betekent ook vijftig jaar na de Watersnoodwedstrijd in Parijs. Twee weken geleden hadden we thuis Kees Rijvers een dag op bezoek. We gingen met hem naar de oever van de Oosterschelde. U kunt hem daar op 1 februari bij de NOS-televisie zien in een terugblik op de zwaar-historische wedstrijd tussen het nationale elftal van Frankrijk en het team van de Nederlandse beroepsvoetballers, die vanaf 1949 het benauwende amateurisme in eigen land hadden verruild voor mooie contracten in met name Frankrijk.
Van de elf spelers die op 12 maart 1953 in het Parc des Princes aantraden, heb ik er in de loop der jaren zeven gesproken. Alleen met rechtsback Harry Vreeken, midvoor Jan van Geen, linksbinnen Theo Timmermans en linksbuiten Bertus de Harder heb ik nooit contact gehad. Het is een slinkende groep. Arie de Vroet, Joop de Kubber, Bram Appel, Jan van Geen, Theo Timmermans en Bertus de Harder zijn overleden. Frans de Munck kampt met een broze gezondheid. En ook Rinus Schaap verschijnt niet meer in het openbaar, hetgeen jammer is, want hij is de enige mens ter wereld die een knoop in zijn oren kon leggen en op buitenlandse reizen hotelgasten versteld liet staan door met zijn oren te roken.
Turend over het water van de Oosterschelde zei Kees Rijvers dat hem de impact van de wedstrijd in Parijs aanvankelijk ontging. De spelers vonden het een mooi initiatief van Appel en Timmermans een wedstrijd te spelen ten bate van het Rampfonds, maar ze stonden er werkelijk van te kijken toen ze in Parijs de warme steun van zevenduizend landgenoten kregen. Dat aantal verbaasde vooral KNVB-kopstuk Karel Lotsy. Als verklaard tegenstander van beroepsvoetbal zag hij niets in dat gelegenheidsteam van spelers, die eerder op de zwarte (beroeps)lijst waren geplaatst. 'Voor die wedstrijd heeft geen hond belangstelling', zei Lotsy. Na het duel schreven de couranten over 'de zevenduizend honden van Lotsy'.
Kees Rijvers, de vedette van St. Etienne, reed in de avond voor de rampnacht toevallig met zijn auto naar Breda. Zonder het zelf te beseffen passeerde hij het onheilsgebied op luttele kilometers. Wel zei hij bij Antwerpen tegen zijn vrouw nooit eerder een zo hevige storm te hebben meegemaakt. Als dat maar goed afliep. Terug in Frankrijk zegde Rijvers direct zijn medewerking toe aan Appel en Timmermans. Faas Wilkes wilde ook dolgraag meedoen, maar hij mocht niet van zijn Italiaanse werkgever, Torino. De KNVB van Lotsy bleef onderwijl tegenwerken. Zo mochten de spelers niet het officiƫle oranje shirt aantrekken. In plaats van oranje werden het wijnrode, leeuwloze shirts.
KNVB-secretaris Lo Brunt zinde de tegenwerking van Lotsy niet. Brunt was een vriend van de spelers, hij adviseerde Appel en Timmermans de steun van prins Bernhard in te roepen. Dat werkte. Vanuit paleis Soestdijk werd een enthousiaste aanbevelingsbrief verstuurd. Maar Lotsy -de man dweepte zijn official-leven lang met het koningshuis- gaf zich zelfs toen niet helemaal gewonnen. Hij wilde niet dat vooraf het Wilhelmus werd gespeeld; die verdorven profs moesten het maar doen met Wien Nêêrlands Bloed. De sensationele wedstrijd eindigde in 1-2.
Op de perstribune zag Abe Lenstra hoe goed zijn makkers van vroeger waren geworden. Ook voor Kees Rijvers was het de wedstrijd van zijn leven. Hij speelde nota bene op de schoenen die de eenmalige NAC-international Fanny Petit in het najaar van 1922 bij Zwitserland-Nederland had gedragen. Als talent had Rijvers die schoenen eens van Petit gekregen. Hij was eraan verknocht, pas halverwege de jaren vijftig koos hij voor schoenen met schroefnoppen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.