*

 

Belgische weelde even leuk als dodelijk

John Graat − 27/01/03, 00:00

Veldrijden in België is een stammenstrijd. Elke topper rijdt er voor zijn eigen kansen, gesteund door zijn eigen supporters. Volgende week op het WK zal het niet anders zijn.

HOOGSTRATEN - Als de 'Aardbeiencross' van Hoogstraten is begonnen, neemt René Vanespen een strategische plek langs het parcours in. Precies waar de coureurs uit het bos komen en het laatste stuk asfalt opdraaien richting finish. Vanespen weet dat een televisiecamera op die plek gericht staat.

Telkens als de koplopers hem gepasseerd zijn, laat hij zijn monsterlijke paraplu (doorsnee drie meter) ronddraaien. Met de andere hand zwaait hij de moddermannen uit. ,,Dat is voor thuis.''

Vanespen is, zoals achter op zijn jas met grote letters is te lezen, 'Supporter van Sven Nijs'. Op zijn paraplu staat de naam van zijn favoriet, net als de naam van zijn eigen benzinepomp. Zo probeert hij wekelijks wat gratis reclame te maken. Tijdens de cross belt hij met zijn schoonmoeder of ze hem op televisie ziet. Ja hoor, in beeld! Zijn maat, 'De Polle', staat in het bos. Om aan te moedigen en aandacht te scoren.

Vanespen kende Sven Nijs al toen die nog in de wieg lag. Vera, zijn moeder, was vroeger zijn buurmeisje. ,,Toen Sven een jaar of acht was sprong hij al met zijn fietske in het bos over boomstammen. Ik zei toen: dat manneke van Vera is als coureur geboren.''

Logisch dat hij lid werd van de supportersclub. Omdat hij dubbele contributie betaalt is hij erelid. De vereniging telt ruim 500 leden, bijna allemaal afkomstig uit Baal, het dorp van hun held. Voor vijf euro kunnen ze elke week instappen in een bus naar de cross. Oma Nijs is vaste passagier. ,,De bus staat van voor tot achter vol met bakken bier. Als we naar Gieten moeten, vertrekken we al om zeven uur. Of we dan al dronken zijn vóór de koers? Toch niet van tien pintjes?''

Elke Belgische topcrosser heeft zijn eigen trouwe brigade, met hun eigen jassen en petjes. Vooral mensen uit de eigen streek. De club van Nijs is het grootste, dan komt die van Bart Wellens. De supportersgroepen gaan net zo met elkaar om als de renners met elkaar. Ze groeten, ze drinken met elkaar, ze houden jaarlijks zelfs een groot bal om samen dronken het seizoen uit te luiden, maar echt gunnen doen ze elkaar -heimelijk- niet veel.

Bij de naam van De Clercq, drievoudig wereldkampioen, trekt Vanespen een heel zuinig gezicht. ,,Da's 'ne Vlonder'r (een Vlaming, red.)'', zegt hij, plotseling op fluistertoon. ,,Die hebben het te veel op hun eigen. Ik heb hem eens horen zeggen dat supporters niet belangrijk zijn. Wat denk je daar van? Sven zegt dat niet. Dat is een gewone volksjongen.''

Het Belgische veldrijden is een stammenstrijd. De Clercq, Nijs, Wellens, Vervecken, Berden en Vannoppen, de mannen in de WK-selectie, zijn allemaal dorpshelden én wereldtoppers die behalve Richard Groenendaal vooral elkaar vrezen. En terecht. Bart Wellens, gisteren derde: ,,Alle Belgen zijn concurrenten van elkaar. We willen allemaal wereldkampioen worden. De top in België is gewoon te groot om een ander iets weg te geven.''

In de aanloop naar het WK loopt de spanning traditioneel op. De Clercq en Nijs, de twee grootste gegadigden voor de regenboogtrui, zijn bepaald geen vrienden. Bondscoach Rudy de Bie heeft de moeilijke taak de gewapende vrede deze week in stand te houden. ,,Dat is moeilijk. Ik moet me soms in duizend bochten wringen.''

Neem de WK-selectie, een heet hangijzer. In Hoogstraten ontbrandde het debat gisteren opnieuw. Arne Daelmans reed achter de sterke Sven Nijs naar de tweede plaats en bewees opnieuw zijn bloedvorm van de laatste weken. Maar Daelmans is niet geselecteerd, terwijl de matig rijdende Vannoppen volgende week wel mag starten. De brave Daelmans sprak onmiddellijk de hoop uit dat De Bie nog eens goed wilde nadenken. Zijn supportersschare, uit Malle, riep dat luidkeels.

Bart Wellens gooide meteen olie op het vuur. Van hem mag Vannoppen thuisblijven. ,,Arne verdient het. Wat hebben we aan jongens die daar voor een figurantenrol heengaan?'' Maar De Bie hield vast aan zijn zes namen. De weelde in België doet denken aan de overmacht van Nederland in het allroundschaatsen. Even leuk als dodelijk.

Met zijn eigen held op het hoogste schavot klapte René Vanespen in Hoogstraten tevreden zijn paraplu in. Woensdag reist hij in een camper met zijn maat richting Monopoli, Zuid-Italië, voor het WK. Het wordt gezellig, denkt hij, ja ook als De Clercq wereldkampioen wordt. Onsportiviteit, zegt Vanespen, kent deze sport niet. Die ene zot van zijn eigen fanclub die ooit probeerde met zijn 'zatte hoofd' een frietkot omver te duwen moest later toezien hoe de voorzitter hoogstpersoonlijk zijn mooie Sven Nijs-jas in duizend stukjes knipte.

mailIcon print |