*

 

Met de kop in de goede richting

Eric le Gras − 17/01/03, 00:00

Kaapse buffels houden stemmingen over de plek waar ze 's nachts gaan grazen. Volgens de Wageningse bioloog prof.dr. Herbert Prins, die hun gedrag bestudeerde, is dat de beste manier om zo'n belangrijke beslissing te nemen: ,,Samenwerken, informatieuitwisseling en het houden van volksraadplegingen zit bij de buffels in de genen. Net als bij de mens.''

Middag in het Lake Manyara National Park in Tanzania. In het korte gras aan de oever van het Manyarameer ligt een kudde Kaapse buffels te herkauwen. Zo af en toe staat een volwassen koe op en blijft met de kop in een bepaalde richting staan. Na een minuut of twee gaat ze weer liggen, maar ondertussen zijn alweer een paar andere koeien opgestaan. Als tegen zes uur de zon ondergaat, vertrekken de buffels naar de plek waar ze 's nachts zullen grazen. Het graasgebied ligt precies in de richting, die de meerderheid van de koeien overdag met de kop heeft aangewezen.

Kaapse buffels, concludeert Prins, maken net als bijvoorbeeld edelherten of mantelbavianen gemeenschappelijke afwegingen: ,,Voor die dieren is het de beste manier om ingrijpende beslissingen te nemen. Het gaat bij de buffels om de keuze van een graasgebied. Op de Afrikaanse savanne vinden ze doorgaans gras in overvloed, maar de kwaliteit verschilt enorm. Een koe die een kalf zoogt, zoekt het meest eiwitrijke gras. Hoe hoger het eiwitgehalte, hoe beter de melk en hoe groter de overlevingskansen van het kalf.''

Kaapse buffels maken bij het zoeken naar het beste gras gebruik van de kennis van de leden van de groep. Prins: ,,Als de koeien, met name de ervaren koeien die al een kalf hebben grootgebracht, in meerderheid vinden dat een bepaalde plek de hoogste kwaliteit biedt, dan trekt de kudde daarheen. De mening van stieren en kalveren telt niet mee. Stieren hebben weing te vrezen van rovers als leeuwen en kunnen buiten de groep overleven. Ze zijn dus niet echt betrokken bij de beslissing. De koeien, die wel van de kudde afhankelijk zijn, nemen hun inbreng dan ook niet serieus. Kalveren volgen eenvoudig de beslissing van de koeien.''

Het stemgedrag van de buffels ontstond zo'n honderdduizend jaar geleden, toen de buffels het oerwoud verruilden voor de savanne. In het oerwoud leefden ze in kleine familiegroepjes, die een territorium verdedigden dat voldoende voedsel opleverde. Toen het klimaat droger werd en het oerwoud zich terugtrok, vestigden de buffels zich noodgedwongen op de uitgestrekte savannes. Daar is het veel moeilijker om te voorspellen waar het eiwitrijke gras groeit en bleek het voordelig om grotere groepen te vormen en gebruik te maken van de kennis van de verzamelde groepsleden. Daarvoor is het wel nodig dat de onderlinge agressie beperkt blijft en dat de hoeveelheid voedsel groot genoeg is. Prins, die tijdens zijn onderzoekswerk in Tanzania het stemgedrag van de buffels als eerste waarnam: ,,Als er voedselgebrek heerst, heeft het delen van kennis voor een individu geen zin. Op de savanne is dat doorgaans niet het geval. Het eten is er, het is alleen de kunst om het te vinden.''

Over de manier waarop het stemgedrag ontstond, kan Prins hoogstens speculeren: ,,Ik vermoed dat het te maken heeft met intentiebewegingen. Net als bij kleine kinderen, die hun ouders in de richting van de snoepafdeling in de supermarkt trekken. Het was in ieder geval een effectieve vorm van gedrag, die via natuurlijke selectie tot de aangeboren eigenschappen van de buffels is gaan behoren.''

Datzelfde geldt voor de mens. Prins: ,,Ook onze voorouders verwisselden het oerwoud voor de savanne, ongeveer in dezelfde periode als de buffels. Bij het zoeken naar voedsel, bijvoorbeeld tijdens de olifantenjacht of bij een speurtocht naar noten, was samenwerking daar de beste strategie. Om zo veel mogelijk kennis te verzamelen, gingen de vroege mensachtigen net als de buffels in grote groepen leven. Ook zij hadden te maken met het feit, dat de plek waar ze voedsel konden vinden moeilijk voorspelbaar was en dat ieder groepslid beschikte over een deel van de informatie, maar nooit alles kon weten. Een individu had wel stukjes van de puzzel, maar om die compleet te krijgen, hadden ze elkaar nodig. Samenwerken en het delen van informatie geven een individu dus de beste kans op overleven en voortplanting en zijn ook bij ons inmiddels aangeboren eigenschappen.''

De verschillen tussen een buffelkudde en de moderne mensenmaatschappij liggen vooral in de omvang van de groep en de ingewikkeldheid van de beslissingen. Het is niet mogelijk om iedere burger steeds mee te laten doen aan elke gemeenschappelijke afweging en de mens heeft daarom de vertegenwoordigende democratie ontwikkeld, met volksvertegenwoordigers die tijdens verkiezingen een mandaat krijgen. Prins: ,,Dat brengt bijna onvermijdelijk met zich mee, dat er een kloof ontstaat tussen de burgers en hun vertegenwoordigers. Dat is niet erg, zolang burgers hun vertegenwoordigers maar controleren en hun mandaat zo nodig kunnen intrekken. Misschien moeten we toe naar een districtenstelsel, waarin kiezers en gekozenen een meer persoonlijke contact hebben.''

Omdat politici gemandateerd zijn hebben ze volgens Prins in principe recht op vertrouwen. Maar het is ook hun plicht om transparant te werken en duidelijk te maken welke gevolgen hun beslissingen hebben in het dagelijks leven van de burger: ,,Bij de buffels is het belang van de keuze van een graasgebied duidelijk en de betrokkenheid van de stemgerechtigden doorgaans groot. Alleen als er voedsel in overvloed is, zie je dat de buffelkoeien minder aandacht aan de stemmingen besteden. Bij een stemming in het Europese Parlement ligt dat eigenlijk net zo. Als je de gevolgen van zo'n besluit vertaalt naar het dagelijks leven van de gemiddelde burger, kun je de betrokkenheid verhogen. Een vrije pers kan daarbij een belangrijke rol spelen.''

Sociaal gedrag, samenwerking en volksraadpleging zitten ons volgens Prins in de genen: ,,Zelfs bij dictators. Pure alleenheersers zie je nauwelijks. Ook een dictator vormt een groep van vertrouwelingen om te overleggen en steun te krijgen. Zonder zo'n groep ontsporen ze. Kijk maar naar Stalin, die vertrouwde niemand meer en dat ging helemaal mis. Daarmee ben je bij de essentie van de democratie. Het gaat om het optimaal gebruik maken van de kennis in de groep en dus in de eerste plaats om luisteren. Democratie is voor ons een optimale aanpassing aan de omstandigheden in onze leefomgeving en samenleving. Het is dus niet verwonderlijk dat, ondanks de problemen van de afgelopen tijd, de overgrote meerderheid van de Nederlanders de democratie het beste systeem vindt. Die mensen hebben gewoon een goed oog voor hun belangen. Net als de Kaapse buffels.''

mailIcon print |