*

 

Wonderdoeners versus de ongelovige dominee

Cokky van Limpt − 17/01/03, 00:00

Evangelist Jan Zijlstra uit Leiderdorp maakte met grootschalige reddings- en genezingscampagnes veel los in Friesland. De Friese protestantse geestelijkheid wijdde gisteren een studiemorgen aan de wonderbaarlijke gebedsgenezingen van de 'evangelische Jomanda'.

Zeker 120 predikanten, ouderlingen, diakenen en verplegers volgen de discussie in de ontmoetingsruimte van het zieken- en verpleeghuis Talma Sionsberg in Dokkum. Niet Sionsberg-chirurg M. van Hillo, maar de Veenwouder predikant ds. A. Veldhuizen laat zich het meest kritisch uit over het werk van de evangelist Zijlstra.

,,De suggestie die Zijlstra steeds wekt, dat wie waarlijk gelooft en bidt, genezen wordt, vind ik pastoraal verwerpelijk en maakt me zelfs boos. Bidden is niet iets wat de een beter kan dan de ander, bidden is geen stuntwerk. Ik kom mensen tegen die een kind zijn verloren aan de dood, die zichzelf afvragen - en dat ook van anderen te horen krijgen - of ze wel genoeg hebben gebeden. Zij zijn hun kind kwijt én krijgen een trap na en denken voortaan dat hun geloof niet goed is. Behalve hun kind wordt hun dan ook hun God ontnomen.''

Veldhuizen raadt ernstig zieken zelfs af om een genezingsdienst te bezoeken. ,,Niet omdat ik niet graag zou willen dat ze beter worden, integendeel. Maar wel omdat ik bang ben dat hun geloof schade oploopt.''

Zijlstra toont zich geheel ongevoelig voor Veldhuizens kritiek. Sterker, hij verwijt de hedendaagse zielzorgers dat zij niet bijbels genoeg meer zijn, niet meer geloven dat ziekte van de duivel komt, een gevolg van zonde is. ,,Vreselijk triest'', zegt de evangelist, ,,wanneer het Nederlandse volk niet meer in de duivel gelooft. Dat is een ontluistering van de Bijbel. Jezus' werken waren tegen de boze gericht. Hij is gekomen om de werken van de duisternis te verbreken. Hij legde zieken de handen op, dreef boze geesten uit. Dat doe ik ook. Inderdaad, ik bedrijf exorcisme. Ik zeg de duivel dat hij eruit moet gaan, bestraf hem in de naam van Jezus. Daarna kan genezing volgen.''

Dat de kerken van tegenwoordig helemaal geen gebedsdiensten hebben, vindt Zijlstra een droevige zaak. Want, al geeft hij toe dat inderdaad niet iedereen door bidden geneest, het kan ook zijn dat mensen niet genezen omdat ze niet bidden. De toekomst van die ver afgegleden kerken ziet hij overigs zonnig tegemoet: ,,Ik geloof dat de tijd dichtbij is dat we straks in de kerk de zieken de handen opleggen, zalven met olie en boze geesten uitdrijven''. En: ,,Allemaal op de knieën, eenparig bidden''.

In Van Hillo vindt Zijlstra een opmerkelijke bondgenoot die, anders dan veel vakbroeders en -zusters, de relatie tussen ziekte en zondeval gelovig omarmt. De chirurg verwijst naar het verhaal van de lamme in Lucas 5, die door zijn vrienden voor de voeten van Jezus wordt neergelaten op een matras. Jezus zegt dan tegen de verlamde man dat zijn zonden hem zijn vergeven en dat hij moet opstaan en naar huis gaan.

,,De medische wetenschap is tot veel in staat. Wij kunnen ziekten behandelen en we leren steeds beter hoe het menselijk lichaam in elkaar zit, maar zonden vergeven, dat kunnen wij niet. Dat moeten mensen zelf doen, daarmee moeten ze naar God toe. Ja, ik geloof inderdaad in wonderbaarlijke genezing. Omdat het Gods wil is om mensen te genezen. Het wonder Gods ligt ook in de medische wetenschap besloten. Hoofdstuk na hoofdstuk wijdt God ons meer in. Het gevaar van die groeiende kennis is dat ze macht geeft en onafhankelijk maakt. Als we niet uitkijken zien we daar Gods hand niet meer in, maar denken we dat wij degenen zijn die genezen.''

Veel mensen zoeken God pas als de wetenschap het laat afweten. Van Hillo heeft het moeilijk met zo'n opstelling. ,,Je moet eerst God vragen om Zijn zegen over de behandeling. Geloof is een essentiële factor. Als je niet gelooft in genezing kan God niets voor je doen. Kijk maar naar Jezus. Die kon ook geen wonderwerk doen in zijn eigen woonplaats. Wie geloofde hem? Hij was toch maar gewoon de zoon van de timmerman!''

Voor een discussie met de zaal blijft weinig tijd over, maar uit geroezemoes her en der en applaus waarmee de sprekers selectief worden beloond, kun je opmaken dat er in het zaaltje sprake is van een scheiding der geesten. Sommigen geloven en sommigen niet.

mailIcon print |