Tussen twee wereldkampioenschappen in overwon Maarten van der Weijden leukemie. Vier chemokuren hebben zijn ambitie als zwemmer niet kunnen breken. Doelen in zijn leven ontbraken tot voor kort; nu is dat een olympische finale.
BARCELONA - In de twee werelden van uitersten die Maarten van der Weijden bezocht, is de overeenkomst bizar: kale schedels, zowel in het zwembad als op de kankerafdeling.
,,In het zwemmen wordt veel geschoren'', spreekt hij uit ervaring. ,,Wat dat betreft was kaal zijn geen schok, niet voor mij, niet voor mijn ouders en niet voor vrienden.''
,,Anders was dat met het gevoel erover. In het zwemmen scheer je je kaal voor een belangrijke wedstrijd, het is een symbool voor blakende gezondheid, van vorm, van topfit zijn. In het ziekenhuis is dat het tegenovergestelde, de mensen zijn doodziek, het leven hangt aan een draadje.''
Maarten van der Weijden (22) nam afgelopen week deel aan de WK zwemmen open water; zijn schedel is bedekt gebleven. Deelnemen in Barcelona was een van de grootste triomfen in zijn jonge leven. Toch stemt de vijftiende (vijf kilometer) en veertiende plaats (tien) hem niet geheel tevreden.
,,Drie jaar geleden was ik op Hawaii tiende en negende, zo gezien is het een achteruitgang. Maar het lange afstandszwemmen heeft zich sterk ontwikkeld. Toch had ik mezelf hoger verwacht, voor die posities ben ik hier niet gekomen. En toch, het is heel mooi dat ik hier ben.''
Bij de bevlogen sporter is de ambitie kennelijk niet te slopen. Als jongetje van tien, twaalf jaar werd de Dortenaar aangemerkt als een weergaloos talent voor wie de (zwem)wereld open lag. De jeugdrecords van de drie jaar oudere Pieter van den Hoogenband zwom hij aan flarden.
,,Daar moet ik wel bij aantekenen dat hij op die leeftijd twee keer per week trainde en als negenjarige negen uur. Maar ik geef toe, ik heb me wel eens afgevraagd waarom hij wel olympisch kampioen is geworden en ik niet.''
Waar Van den Hoogenband zich op de vrije slag ontwikkelde als de grootste sprinter van de wereld, werden de lange afstanden het domein van Van der Weijden. Tot zijn onbevangenheid eind 2000 werd verstoord door eerst benauwdheid en vermoeidheid en vervolgens steeds angstaanjagender klachten, zoals opgezette klieren, bloed snuiten en gezichtsverlammingen.
,,Ik leefde in een droom, ik heb lang gedacht dat ik op een ochtend gewoon gezond zou opstaan. Dat is kennelijk een soort afweerreactie van het lichaam, want zoekend op internet naar mijn ziektebeelden kwam ik veel tegen met dodelijke afloop.''
,,Op 12 maart 2001 kwam de ergste schok, er werd me in twee zinnen gezegd dat ik lymfeklierkanker had en dat opereren niet kon. Later werd dat bijgesteld tot acute leukemie. In een flits denk je: ik ga dood. Maar het was vreemd, ik was er heel rustig onder. Eindelijk wist ik wat er aan de hand was, we konden beginnen er iets aan te doen. Mijn ouders waren ontredderd, misschien is het wel schokkender als je kind zoiets overkomt.''
Van der Weijden onderging vier chemokuren, bij de laatste werd beenmerg getransplanteerd. Meer dan een half jaar was hij meer dood dan levend. ,,Er waren complicaties. Bij de tweede kuur kreeg ik hersenvliesontsteking, wekenlang had ik veertig graden koorts. Ik was van de morfine zo stoned als een garnaal, ik lag constant te hallucineren.''
,,Mijn hersenvocht was aangetast door leukemiecellen. Dat werd bestreden met een ruggenprik, waarbij een bloedpropje ontstond waardoor verlamming dreigde. Dat was zeldzaam, het bleek maar één keer in de literatuur terug te vinden. Het is gelukkig vanzelf hersteld, opereren kon niet omdat ik vrijwel geen bloedplaatje meer had.''
,,Van de vier anderen die met mij de chemokuren ondergingen, leeft niemand meer. Het is heftig als je zo met de dood wordt geconfronteerd, maar je bent vooral met jezelf bezig. Ik denk dat een lichaam maar een bepaalde dosis verdriet aankan. Voor de rest trek je een muur op.''
,,Op 26 juli heb ik precies twee jaar de transplantatie achter de rug. De kans dat de ziekte terugkeert is in die periode het grootst en dan ben je kansloos. Ik heb dus constant in angst geleefd, bij elke kuchje gaat er door je heen: ik kan binnen een half jaar dood zijn.''
De biografie van Lance Armstrong, ook hersteld van kanker, is Van der Weijden bekend. ,,Ik heb er een stuk of vijf cadeau gekregen, ik kon er niet omheen. Ik heb het boek tijdens mijn eerste chemokuur gelezen, toen kon ik nog iets; nadat alles achter de rug was, heb ik het herlezen.''
,,Het is een mooi verhaal, al zijn er dingen waarvan ik me afvraag hoe hij er zo over kan denken. Hij vindt de ziekte goed voor hem geweest, hij is er een beter mens van geworden. Zelfs indien hij eraan was overleden, had hij de meerwaarde voor zijn laatste maanden gewaardeerd.''
,,Ook ik ben een ander mens geworden, maar ik was niet blij met de periode. Je leert een kant van het leven kennen die je niet wilt zien. Ik ben wel gaan zoeken naar dingen die het leven waardevoller maken, ik geniet bewuster. Ik ben heel toegewijd met zwemmen bezig, maar kan makkelijker afstand nemen. Vroeger sloeg ik geen training of uurtje rust over. Nu ga ik met vrienden iets drinken.''
,,In Armstrong's boek heb ik veel herkend. Als hij ging wielrennen en hij had zijn dag niet, dacht hij dat de kanker terug was. Terwijl ook elke gezonde sporter mindere dagen heeft. Ik ben het gaan omdraaien: als ik wereldtijden zwom moest ik wel gezond zijn. Zwemmen gaf me op die manier rust, even checken of het nog goed zit.''
,,Toen ik ziek was had ik tijd om na te denken. Zwemmen zou nooit terug keren in mijn leven, ik zou er niet meer voor gaan. Het had me veel moois gebracht, maar ik heb er ook veel voor moeten laten, het was zwaar geweest.''
,,Ik moest revalideren. Vijf minuten zitten was een hele overwinning, later een rondje lopen. Ik ging met mijn moeder mee naar het zwembad. Dat was heel confronterend, mijn spieren waren weg. Op techniek zwom ik goed, maar de 53 seconden op de 100 vrij was 1 minuut 36 geworden. Ja, ik zocht meteen weer naar de klok en naar verbetering.''
Al snel bleken de trainingsvoorwaarden bij zijn club DKW met dertien baduren ontoereikend. Bij TWN in Dordrecht, waar ook zijn zus Etta aan topzwemmen doet, kreeg hij onvoorwaardelijk vertrouwen.
,,Mijn terugkeer bij de WK beschouw ik niet als bekroning, ik ben nog veel meer van plan. Ik wil de A-status verwerven, zodat ik niet afhankelijk ben van mijn ouders, en in 2006 wil ik de olympische finale zwemmen op de 1500 meter. Al zal ik geen olympisch kampioen worden, ik ken mijn grenzen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.