*

 

Irritatie tussen grote en kleine eurolanden groeit

Wouter Bax − 19/07/03, 00:00

BRUSSEL - Misschien zullen mensen zich ooit afvragen wat ook alweer het eerst kwam: Was dat een betrouwbare euro die de economie versterkte? Of was dat een sterke economie die de euro tot wereldmunt verhief? De vraag hoe het beleid rond de euro in de geschiedenisboekjes moet komen, splijt de eurolanden in twee kampen.

Voor Nederland is het stabiliteits- en groeipact nog altijd heilig, met name de afspraak dat de landen hun begrotingstekort onder de drie procent van het bruto binnenlands product houden. Voor minister van financiën Zalm, ex-directeur van het Centraal Plan Bureau, is dat ideaal. Je kunt de tekorten in een grafiek zetten, en met een lineaal een streep trekken bij de drie procent. Zo vallen de landen met een te hoog begrotingstekort direct op en kunnen die worden bestraft.

Ook volgens Frankrijk en Duitsland was het pact destijds hét bewijs dat de euro door gezonde economieën wordt geschraagd. Maar nu ze door de aanhoudend slechte economie niet aan de eisen voldoen, stellen ze het stabiliteitspact ter discussie.

Niet waar, zegt de Franse president Chirac: ,,Het gaat me niet om verandering van het pact. De eurolanden zouden alleen een tijdelijke versoepeling moeten overwegen.'' De Duitse bondskanselier Schröder gaat verder: ,,Dit is een stabiliteits- en groeipact en in sommige gevallen, zoals nu, zijn maatregelen nodig om groei te stimuleren. We moeten het pact niet tot dogma verheffen.''

Het klinkt redelijk, behalve voor wie vaststelt dat Frankrijk straks al drie jaar niet voldoet aan het stabiliteitspact, en Duitsland al twee jaar. Als daar nu nog een periode van 'versoepeling' bijkomt mag hun overschrijding gerust structureel worden genoemd en moet coulantie tegenover deze landen wel degelijk als een wijziging van het pact worden opgevat. De regels staan namelijk wel een tijdelijke afwijking toe, maar zeker niet zo lang.

De kwestie zou onschuldig zijn als ze zich beperkte tot gecijfer tussen de ministeries van financiën en de Europese Centrale Bank. Maar de burgers van de landen met de euro ondervinden de gevolgen aan den lijve. Frankrijk en Duitsland steken meer overheidsgeld in hun economieën waardoor er werkgelegenheid en koopkracht ontstaat. Maar de verdedigers van het stabiliteitspact, waaronder Nederland, leggen hun burgers zware bezuinigingen op om aan de eisen te blijven voldoen. Daar zit de pijn. De kleinere landen trotseren de toorn van hun bevolking om hun monetaire afspraken na te komen, de groten werpen hun gewicht in de strijd om eronderuit te komen. Dat wordt ruzie.

mailIcon print |