Het is volop paddestoelentijd. Paddestoelen kom je tegen op elke wandeling in bos en park en zelfs op straat en in de eigen tuin. Een van de meest intrigerende verschijnselen is het groeien in kringen, wat veel paddestoelen doen en wat vooral opvalt in stadsgazons. Een lezer vroeg mij hoe die heksenkringen ontstaan.
De eigenlijke zwam, de zwamvlok (mycelium), leeft in het verborgene, in de bodem of in hout. Soms in levende organismen zoals kwijnende bomen. Een enkele keer leg je zo'n zwamvlok bloot, onder loszittende schors bijvoorbeeld of in een laag rottend blad. Er is weinig aan te zien. Meestal is het een massa kleurloze of witte schimmeldraden.
De zwamvlok heeft geen bladgroen en groeit in het donker, kan dus niet door fotosynthese zijn eigen voedsel maken zoals een groene plant. De schimmel voedt zich met plantaardige of dierlijke stoffen of leeft nauw samen met groene planten.
Als de zwamvlok volwassen is, gewoonlijk in de herfst, brengt ze voortplantingsorganen voort: paddestoelen. Omdat paddestoelen duidelijk zichtbaar zijn en sterk van uiterlijk verschillen, kunnen we daaraan vaststellen welke soort zwam het is die ze heeft voortgebracht. Ik vind het een godswonder dat die kleurloze schimmeldraden zulke soms ingewikkeld gevormde en vaak prachtig gekleurde paddestoelen kunnen voortbrengen.
Uitdijende zwamvlok
Aanvankelijk vormen de dicht opeenstaande paddestoelen een groepje dat ongeveer de rand van de zich naar alle kanten uitbreidende zwamvlok weerspiegelt. Op een geschikte bodem brengt de groeiende zwamvlok elk jaar nieuwe paddestoelen voort. De voedingsstoffen op de plek waar de oorspronkelijke zwamvlok leefde, zijn snel uitgeput. Daarom groeit de zwamvlok aan de rand ervan verder uit, in een kring dus die elk jaar groter wordt en aan zijn buitenrand paddestoelen voortbrengt.
Zulke 'heksenkringen' zijn het duidelijkst waar te nemen in gazons of op een open plek in het bos. Midden in het bos verstoren bomen en struiken meestal het beeld.
De term 'heksenkring' voor dit verschijnsel is een overblijfsel uit een tijd toen men de in het duister groeiende paddestoelen in verband bracht met kwade krachten: de duivel, slangen, padden, hekserij. De heksenkring zou de plek markeren waar heksen in de nacht hun onzalige rondedans hadden gehouden. Dit bijgeloof werd nog ondersteund door het verschijnen en weer verdwijnen van paddestoelen en de giftigheid van veel soorten.
Oren van Judas
Een andere vraag betrof de kraakbeenachtige zwammen, die vooral in de duinen op oude vlieren groeien. Omdat ze bij vochtig weer vaak de vorm hebben van een menselijk oor, worden ze judasoren genoemd. Ook hier ligt het bijgeloof om de hoek: aan de naam ligt een Christus-legende ten grondslag. Na zijn verraad van Christus verhing Judas zich en dat moet aan een vlier zijn geweest. Als teken van zijn verraad groeien Judas' oren nog aan de struik.
Het is niet zo vreemd dat men in deze merkwaardige paddestoelen oren zag. Het judasoor heeft dezelfde kraakbenige hoedanigheid en schijnt zelfs door als een mensenoor. Het is bruinachtig vleeskleurig, van buiten wat lichter en een beetje fluwelig behaard.
Het judasoor behoort tot de trilzwammen. De meeste trilzwammen zijn onregelmatige, hersenachtig geplooide, slijmerige gevallen, die al naar gelang de soort pikzwart, bruin, oranjegeel of kleurloos zijn. Ze zijn het hele jaar door te vinden, maar het meest in de herfst. Ook het judasoor vind je het hele jaar door. Als het vriest, drogen de oren in tot harde, zwartpaarse, rimpelige kluitjes. Zodra het weer vochtig wordt, zwellen die kluitjes, totdat ze hun oorvorm terug hebben.
Landgoedlanen
De belangrijkste paddestoelengebieden liggen in het midden van het land. Een inventarisatie van de Nederlandse Mycologische Vereniging bracht aan het licht dat de tien waardevolste paddestoelengebieden landgoedlanen zijn in Breukelen, Waardenburg, Zeist en Baarn, krijthellingen in Zuid-Limburg en leemkuilen in Staverden en Dorst (gepubliceerd in het tijdschrift De Levende Natuur van september 2003). Minstens twee van deze belangrijke groeiplaatsen zijn in recente tijd duidelijk verarmd.
Het voorkomen van paddestoelen staat of valt met het terreinbeheer. Veel soorten zijn verdwenen of zeldzaam geworden door een verkeerd beheer. Er is een handleiding verschenen, die op de praktijk gerichte en dus gemakkelijk uitvoerbare beheersmaatregelen biedt om de paddestoelenflora te bevorderen. Daarin gaat het niet alleen om natuurgebieden, maar ook om wegbermen (auteur Peter-Jan Keizer werkt bij Rijkswaterstaat als adviseur voor beheer en onderhoud van bermen en rijkswegen!), parken en landgoederen.
Straatpaddestoelen
Paddestoelen zijn heel gewoon in het stedelijk milieu. Ze komen zelfs tussen de straatstenen op. Ik denk dat ook in de eigen tuin de groei van paddestoelen kan worden bevorderd, als je maar de goede maatregelen treft. Een inspirerend voorbeeld in het boek is een kleurenfoto van een wijde heksenkring van vliegenzwammen in een tuingazon.
De zwamvlokken van veel zwammen helpen mee bij het verteren van het afgevallen blad.
Toch kan een groot aantal zwammen er slecht tegen als het herfstblad blijft liggen. Die zwammen voeden zich niet met rottend blad, maar leven in symbiose met bomen. Daarom is het ook belangrijk het gras onder bomen met zulke begeleiders af te maaien en het maaisel af te voeren.
Bladhopen zijn voor de echte opruimers in de paddestoelenwereld wel belangrijk, evenals houtsnippers, waarmee tegenwoordig veel wandelpaden worden belegd. Groot dood hout heeft ook een belangrijke functie in de natuur, voor insecten en vogels, maar zeker ook voor paddestoelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.