Het Nederlandse softdrugsbeleid is erop gebaseerd dat er softdrugs bestaan. Er is, zo werd aangenomen, een verschil tussen soft- en harddrugs. De eerste worden gezien als niet-verslavend en onschadelijk, de harddrugs zijn dat juist wel.
De eerste categorie kan daarom gedoogd, de tweede moet hard bestreden worden. Waarom eigenlijk gedogen, oogluikend toestaan wat formeel verboden is, en niet gewoon vrijgeven als er toch niets aan de hand is? Lastige vraag, het antwoord is dat geen enkel ander land de Nederlandse opvatting over het onderscheid tussen soft- en harddrugs deelde. In de internationale verdragen, waaraan ook Nederland zich gebonden acht, komt dat onderscheid niet voor.
Vrijgeven was dus geen optie, Nederland zou een internationale paria zijn geworden. Dus dan maar gedogen, in de hoop dat ook de rest van de wereld ooit het licht zou zien. We meenden ook dat zo het cannabisgebruik uit de criminele sfeer gehouden zou kunnen worden. Ten onrechte. Om de cannabis te produceren en te distribueren, zijn er in Nederland machtige criminele organisaties ontstaan, die eerst de softdrugshandel monopoliseerden, vervolgens met hun kapitalen andere criminele activiteiten mogelijk gingen maken, en ten slotte ook doordrongen in de bovenwereld.
Deze uitwaaiering van criminele activiteiten is het onbedoelde, maar wel degelijk voorspelbare gevolg van het gedoogbeleid. Dit zou maar op een manier te voorkomen zijn geweest, door het vestigen van een staatsmonopolie op productie en distributie van cannabisproducten, die dan ver onder de prijs die criminele organisaties zouden kunnen vragen, aan de detailhandel geleverd zouden kunnen worden. Vanzelfsprekend ontbrak de politieke moed daartoe. Stel je voor, Nederland als officiƫle drugsproducent. Gevolg is dus de schizofrene situatie dat gebruik wordt gedoogd maar productie van datgene wat gebruik wordt, in toenemende mate hard wordt bestreden. Er worden met grootscheeps vertoon van geweld razzia's uitgevoerd op woonwagenkampen om de productie van hennep lam te leggen. Een kolfje naar de hand van de criminele organisaties. Hoe feller de actie van de overheid, des te meer er te verdienen valt. Juist die razzia's tonen hoe het gedoogbeleid is vastgelopen. Maar het wordt nog erger. De wetenschappelijke veronderstelling waarop dat beleid gebaseerd was, blijkt onhoudbaar. Cannabisgebruik is wel degelijk schadelijk, het verhoogt aanmerkelijk de kans op schizofrenie en allerlei psychosen en werkt wel degelijk verslavend. Al jaren verschijnen artikelen daaromtrent in de internationale wetenschappelijke literatuur. Het Nederlandse politiek-ambtelijk-medische establishment, dat geketend was aan het gedoogbeleid, negeerde of bagatelliseerde steevast deze onderzoeksresultaten. De aanvaarding ervan zou de bodem uit het gedoogbeleid slaan. Onlangs publiceerde het gereputeerde Trimbos Instituut soortgelijke onderzoeksresultaten. Het gedoogestablishment heeft nu echt een probleem, veel fundamenteler dan het probleem waarmee minister Donner door zijn Duitse collega, die klaagt over de verkoop van Nederlandse hasj aan Duitse burgers, is opgezadeld.
In de EU hebben Nederlandse en Duitse burgers nu eenmaal gelijke rechten, ook dus het recht om wat in een Nederlandse coffeeshop te kopen als ze daar zin in hebben. Wanneer leert een minister van justitie eindelijk eens dat het afkondigen van niet handhaafbare maatregelen -alleen verkoop aan Nederlanders- altijd averechts werkt? Dit stormpje zal wel weer overgaan. De orkaan die het Trimbos Instituut heeft ontketend niet. De wetenschappelijke basis onder het gedoogbeleid is drastisch aangetast. Het sluiten van coffeeshops is geen optie meer, maar erkend moet worden dat zij een gevaar voor de geestelijke volksgezondheid vormen. Het Trimbos Instituut krijgt vooralsnog geen subsidie om deze gevaren in een voorlichtingscampagne bekend te maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.