*

 

Met de illusies gaan oude idealen overboord

J. A. A. van Doorn − 01/11/03, 00:00

Het hoge woord is eruit: Schiphol is veel onveiliger en lawaaiiger dan lange tijd werd aangenomen. Er is meer kans op een groot ongeluk dan werd gedacht. De reden is simpel: het vliegverkeer is sinds 1990 verdubbeld en de bebouwing rond de luchthaven is alleen maar gegroeid.

Staatssecretaris Pieter van Geel van milieu deed er niet ingewikkeld over. De Luchtvaartwet bevat mooie toezeggingen, maar de feiten zijn nu eenmaal weerbarstig. Een paar maanden geleden gaf Van Geel al een schot voor de boeg. In de Volkskrant van 25 augustus meldde hij met grote opgewektheid dat het gezeur over Schiphol maar eens moest ophouden. 'Er bestaat niet zoiets als een gratis vliegveld', was een van zijn vondsten. 'Irrationele angsten en politieke correctheid lijken de agenda te bepalen'. Daarmee is niet te werken. Tussen neus en lippen gaf hij meteen te kennen dat ook gasboringen in de Waddenzee weer op de rol moeten.

Het was kloeke taal en in ieder geval beter te verteren dan het doorzichtige gedraai en gekonkel van vorige bewindslieden. Wat Schiphol betreft, is de Kamer keer op keer met een goed ogend kluitje in het riet gestuurd, terwijl achter de schermen quasi-sluitende wetten en regels in elkaar werden geknutseld. Maar nu dan toch: einde Schiphol-klucht.

Vrijwel op hetzelfde moment wordt een ander heilig huisje gesloopt, het Studiehuis. Volgens onderwijsminister Van der Hoeven is de Tweede Fase in het havo en vwo veel te overladen. Leerkrachten en leerlingen zijn jarenlang opgezadeld met politiek geïnspireerde onderwijshervormingen. Ook wil de minister de basisvorming afschaffen, het gemeenschappelijk programma in de onderbouw van het voortgezet onderwijs dat geen rekening zou houden met de verschillen in begaafdheid tussen kinderen.

Het meest recent is een andere ontdekking van Van der Hoeven: de segregatie tussen witte en zwarte scholen is niet zo'n probleem als werd aangenomen en ze is in ieder geval moeilijk te redresseren. We moeten ons bij de etnische tweedeling in het onderwijs dus maar neerleggen. Concreet: de overheid moet de wens van autochtone ouders respecteren als zij hun kinderen niet naar een zwarte school willen sturen. Verplichte spreiding is grondwettelijk niet toegestaan en beleidsmatig niet uitvoerbaar.

Waarschijnlijk is er op het moment in Den Haag nog wel meer in voorbereiding maar deze enkele voorbeelden zijn ruim voldoende om de algemene trend in de landspolitiek scherp in beeld te krijgen. Ze staat in het teken van een onvervalst 'laisser faire, laisser aller'.

Schiphol groeit door toenemende economische bedrijvigheid die bovendien internationaal is bepaald. Dus valt er niets te sturen, wat trouwens in een tijd van economische recessie ook helemaal niet slim zou zijn. Vandaar ook de opmerking over boren in de Waddenzee: er is vraag naar gas, dus waarom deze melkkoe droog laten staan?

De ontspannen benadering van de etnische segregatie in het onderwijs stoelt op een verwante redenering. Zoals de vliegbewegingen rond Schiphol door onbeheersbare economische factoren worden bepaald, zo laten ouders zich bij de schoolkeuze voor hun kinderen door moeilijk te sturen pedagogische en sociale voorkeuren leiden. Ook hier: vrijheid blijheid.

Bij kwesties als het studiehuis en de Tweede Fase liggen de zaken iets anders, maar er zijn vergelijkbare redeneringen op te zetten. Leraren en leerlingen laten zich niet dresseren. Ze vertegenwoordigen belanghebbenden die de overheidsplannen kunnen tegenwerken, zo niet openlijk dan toch in de beslotenheid van het klaslokaal. Dus lijkt het verstandig op te houden met de voortdurende politieke betutteling van het onderwijs, de instellingen moeten ruimte krijgen om hun eigen preferenties te volgen.

In alle drie de gevallen is er sprake van het opruimen van illusies. Impliciet of expliciet wordt toegegeven dat de overheid minder kan bewerkstelligen dan de aanhangers van het maakbaarheidsgeloof steeds hebben beweerd. Eindelijk geven bewindslieden ruiterlijk toe dat ze niet willen ingrijpen omdat ze niet of moeilijk kunnen ingrijpen, in ieder geval niet met zoveel succes dat de baten de beleidskosten overtreffen. De overheid moet daarom realistisch blijven en haar eigen grenzen kennen.

Naast winst is er verlies. Het is immers ook waar dat mét deze illusies oude idealen overboord gaan. Ooit werden de belangen van het milieu met kracht van argumenten tegenover die van de economie gesteld. Er bestond méér dan vuig gewin, er waren ook kwetsbare waarden die bescherming behoefden. Dat milieugeloof is inmiddels uit de gratie geraakt, ten gunste van eendimensionaal economisch denken.

Hetzelfde geldt voor het streven de sociale ongelijkheid te verminderen door gerichte onderwijspolitiek waarbij gelijke kansen voor alle kinderen worden gegarandeerd, in de verwachting dat dit tot een rechtvaardiger samenleving zal leiden. Dat geloof is opgegeven. Zelfs de PvdA, vanouds kampioen van sociale onderwijsplannen heeft bij de recente discussie in de Kamer het hoofd gebogen.

Ietwat merkwaardig is het defaitisme van minister Van der Hoeven aangaande etnische integratie in het onderwijs. Juist op dit gebied wordt momenteel krachtige overheidsinterventie geëist, met name bij monde van VVD-kamerlid Hirsi Ali.

Maar het is mogelijk dat de minister met haar afwijzing van pressie op ouderlijke beslissingen niet zozeer de tijdgeest stem geeft alswel haar CDA-overtuiging. Het wordt wel eens vergeten: de christen-democraten hebben ook nog hun eigen programma.

mailIcon print |