Franco Corelli is dood. Donderdag overleed de 82-jarige Italiaanse tenor in een ziekenhuis in Milaan. De grotendeels autodidactische Corelli geldt als een van de opzienbarendste tenoren van de tweede helft van de vorige eeuw, maar hij werd evenzeer verguisd als bejubeld. Als deze rubriek door een ander was geschreven, dan had er evengoed boven kunnen staan 'Waarom is dit niet mooi?'.
Corelli was wat je zou kunnen noemen 'het domme blondje' onder de tenoren. Voor de serieuze kritiek had hij zijn uiterlijk niet mee, wat in dit geval zo veel wil zeggen dat hij te mooi was. Zó'n knappe tenor - lang, slank en mediterraan donker - dat was op zijn minst verdacht in een wereld waar tenoren bijna altijd op zijn minst volslank, klein en groezelig waren. Kon zo'n mooie man wel mooi zingen, hoorde je de critici denken. Aan dat uiterlijk paarde Corelli een soort van viriliteit in stem en podium-présence die de ene toehoorder in vuur en vlam zette en de andere in gêne het hoofd deed afwenden. Corelli belichaamde kortom de overtreffende trap van zijn soort: tenorissimo!
Corelli was inderdaad de macho waar hij voor werd uitgemaakt met alle onhebbelijkheden - lange hoge uithalen, snikjes, snoeiharde slotnoten - die van tenoren karikaturen kunnen maken. Maar Corelli had ook een andere kant, die veel minder bekend is. Achter die mooie, viriele façade ging een zanger schuil die uitermate onzeker was en die zijn leven lang bezig is geweest met het vervolmaken en ontwikkelen van zijn stem. Dat Corelli net als zijn collega en tijdgenoot Mario del Monaco altijd alleen maar hard zong, is ver bezijden de waarheid, maar het papegaaiencircuit hield die mythe in stand, zonder echt te luisteren naar de andere kant van Corelli's kunst.
Corelli's stem en uiterlijk maakten hem uitermate geschikt voor rollen als Manrico in 'Il trovatore', Calaf in 'Turandot', Pollione in 'Norma', Radamès in 'Aida', Don José in 'Carmen' en de titelrol in 'Andrea Chénier'. Heldenrollen die uithoudingsvermogen en een klaroengeluid vereisen. In 1961 maakte Corelli zijn debuut als Manrico in de Newyorkse Metropolitan Opera. Zijn sopraan in die productie maakte ook haar MET-debuut en was niemand minder dan Leontyne Price. Corelli en Price werden een gouden 'Trovatore'-duo dat in de jaren zestig triomfen vierde in New York, Milaan, Salzburg en Wenen. Een paar maanden na zijn MET-debuut zong Corelli daar de rol van Calaf met Birgit Nilsson als zijn Turandot. Geen enkele andere tenor was zo goed uitgerust om vocaal tegenwicht te bieden aan de staalharde ijsprinses Nilsson als Corelli.
Maar het is de combinatie van viriele kracht en fijnzinniger zang die Corelli zo interessant maakt. Hij is een van de weinigen die in elk geval probeert om zacht te zingen in het beruchte slot van de aria 'Celeste Aida'. De meesten brullen over Verdi's pianovoorschrift heen, maar in Corelli's officiële EMI-opname weet hij de noge slotnoot tot een dun draadje terug te brengen. Ook de live-opnamen uit Philadelphia van zijn Roméo in Gounods 'Roméo et Juliette', een ander Corelli-succes, laten horen tot welke fijnzinnigheden de tenor in staat was.
Maar wat is er trouwens mis met een tenorgeluid op volle kracht, zeker als het zo'n mooi geluid is als dat van Corelli? Zo dreigend als Corelli in de rol van Don José zijn Carmen kon toesnauwen dat ze elkaar terug zouden zien - nous nous reverrons! - dat konden er maar weinig; op dat moment wist je zeker dat het niet goed zou aflopen met Carmen.
In de relatief onbekende live-opnamen is meestal de ware Corelli te ontdekken. Die met Maria Callas zijn bekend en nog steeds gaat het gerucht dat mevrouw Corelli een privé-tape heeft van de 'Fedora' die Callas en Corelli in de Scala zongen; het zou wat zijn als die boven water kwam. Maar er zijn ook geweldige live-opnamen van 'Norma' (met Cristina Deutekom!) en ook het spectaculaire 'Trovatore'-debuut van Corelli en Price aan de MET is bewaard gebleven. Nog vorige maand bracht EMI een cd uit met onbekende studio-opnamen van Corelli (EMI 5626982). Ze werden gemaakt in de jaren zestig, maar Corelli was er niet tevreden mee en wilde er nog aan werken. Daar is het nooit van gekomen, maar EMI besloot om de opnamen, met toestemming van Corelli, nu toch uit te brengen. Hoezo niet tevreden? Zelfs van deze 'afgekeurde' opnamen kunnen tegenwoordige tenoren nog heel wat leren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.