*

 

Supermarktketens vinden na mislukte WTO-top hun eigen weg

Kees de Vré − 01/11/03, 00:00

Op de recente top in het Mexicaanse Cancun over vrijmaking van de wereldhandel werd vergeefs gesproken over openstelling van westerse voedselmarkten voor ontwikkelingslanden. In de wereld van de supermarkten, de belangrijkste spelers in de voedselketen, zoekt iedereen desondanks zijn eigen weg.

ZAANDAM - Het Nederlandse Ahold loopt met Britse supermarkten voorop als het gaat om het ontwikkelen van wereldwijde inkoopstandaarden. In die standaarden worden regels opgenomen over milieu, voedselveiligheid en arbeidsomstandigheden. Elke boer en teler waar ook ter wereld die voldoet aan die normen kan leveren aan de belangrijkste supermarktketens in de wereld.

En dat gebeurt steeds vaker. Daar komt geen WTO aan te pas. Voortdurende ontdekking van voeding met een te hoog residu aan gewasbestrijdingsmiddelen en de uitbraak van dierziektes hebben Ahold en Britse supermarkten als Tesco ertoe aangezet een Europese inkoopstandaard -EurepGAP genaamd -te ontwikkelen die voor de consument veilig voedsel garandeert.

Simone Hertzberger, hoofd kwaliteit van AH: ,,EurepGAP-normen zijn bovenwettelijk. De wet stelt vooral eisen aan het product. Wij willen daarnaast ook het productieproces beheersen. Dan kijk je bij voorbeeld heel erg goed naar hygiëne-eisen en omschrijft kritische punten in het fabricageproces. Zo vermijd je risico's en kun je verzekerd zijn dat elke dag de juiste producten in de winkels komen. Je kunt je voorstellen dat het beschrijven van al die processen van al die soorten voedsel heel langzaam gaat. We zijn nu de standaarden voor zalmkweek aan het afronden. Maar kijk je bij voorbeeld naar garnalen. Dat is weer een heel ander verhaal. We zijn het verst gevorderd met aardappelen, groenten en fruit.''

Inmiddels zijn zo'n dertig grote Europese supermarktketens bij de EurepGAP-standaard aangesloten. Alfons Schmid, verantwoordelijk voor voedselveiligheid en consumentengezondheid bij Ahold: ,,Dat is samen een enorme inkoopmacht. Europa heeft de meeste internationaal werkende supermarktketens. Daarom heeft EurepGAP het in zich om de wereldstandaard te worden. De Amerikaanse supermarkten hebben lang sceptisch gestaan tegenover standaarden, maar recent hebben zij SQF, de Australische tegenhanger van EurepGAP, overgenomen. Vorige week was ik in de VS om over die standaarden te praten. Je ziet aankomen dat ook de Amerikanen steeds meer de noodzaak inzien van een mondiale standaard.''

Door de stap van de Amerikanen krijgt een wereldstandaard echt momentum, zegt Schmid. ,,We zijn zelf bezig met een project voor tropisch fruit in Ghana. Daar wordt gewoon EurepGAP vereist. In het begin zien de plaatselijke boeren het als belemmering, maar als ze eenmaal de truc doorhebben zien ze dat het veel minder uitval geeft. Van het Ghanese veld naar het winkelschap is de uitval verminderd van 35 naar 8 procent. Dat is gigantisch. En naast de vereiste veiligheid geeft het tevens een lagere kostprijs voor de boeren. Die standaard is dus een zeer effectieve methode en stimuleert de wereldhandel. Want elke teler die aan die eisen voldoet, waar die ook vandaan komt, is een mogelijke toeleverancier van alle grote supermarkten.''

Schmid en Hertzberger benadrukken dat de kansen van boeren in ontwikkelingslanden toenemen omdat de consument het jaar rond bij voorbeeld sperziebonen en aardbeien wil eten waardoor de inkopers in het Europese winterseizoen naar warme landen moeten uitwijken. Ook worden steeds meer exotische producten gewenst die sowieso niet in Europa zijn te krijgen. Schmid geeft toe dat voor de meeste boeren in ontwikkelingslanden EurepGAP een lastig traject is. ,,Het is kwestie van gewenning. In Thailand stonden elke dag zo'n 3000 leveranciers aan de achterkant van onze winkels. Dat is in drie jaar tijd teruggebracht tot 60 voorkeurstelers en -verwerkers. De Thaise overheid heeft dat gestimuleerd, maar je ziet ook dat de Wereldbank steeds meer ondersteuning geeft aan hen die aan EurepGAP willen voldoen.''

Ook Ahold begeleidt via de leveranciers telers. Hertzberger: ,,Ze krijgen best even de tijd, 2 tot 3 jaar, maar een tijdsklem blijft nodig. Wij kunnen ook geen twintig jaar wachten. Maar je ziet dat de slimme jongens het snel oppikken. In de winterperiode struinen inkopers van supermarkten de Nijldelta en Senegal af voor groenten en bij voorbeeld Ivoorkust voor mango's. Dat heeft ook een enorme olievlekwerking in die landen.''

,,Wat we niet doen is de norm verlagen'', zegt Hertzberger resoluut. Daarmee botst het supermarktcollectief nog wel eens met organisaties als de Oeso en WTO. Hertzberger: ,,Die organisaties denken nog steeds in termen van landen en zien onze voedselveiligheidseisen als handelsbarrières. Maar dat is achterhaald. Wij denken in termen van producenten en afnemers. Het is niet zo dat als wij een teler in Kenia afwijzen we dan het hele land in de ban doen. Het gaat dan om bedrijf X, meer niet. Misschien gaan we later met zijn buurman in zee. Na veel zendingswerk zien we heel langzaam een kentering bij de overheden op dit punt. Wij worden daarin ook steeds zelfbewuster. Wij hebben die overheidsdruk niet nodig om onze zaken goed voor elkaar te krijgen.''

mailIcon print |