*

 

Biologische landbouw kan niet snel groeien

Paul Struik − 05/02/03, 00:00

Biologische landbouw vereist een kringloop van verantwoorde grondstoffen en productieprocessen. De sector is nog volop bezig zich deze te ontwikkelen. Een snelle groei is dan ook niet haalbaar. Zeker niet zonder overheidsgeld.

De overheid doet een ultieme poging de biologische landbouw snel te laten groeien van 1,5 procent van het totale landbouwareaal nu naar 10 procent in 2010. Hierbij wordt de overheid gesteund door de supermarktketens die vinden dat de consument nu of nooit moet overstappen op biologische producten. Anders wensen zij niet langer dure schapruimte voor biologische producten te reserveren.

De politiek lijkt hiermee -overigens met de hand op de knip- te scoren. De biologische landbouw verdient in veel opzichten betere rapportcijfers dan de gangbare landbouw. De biologische landbouw is veelal natuurlijker, veiliger en gezonder en sluit beter aan bij onze huidige normen en waarden ten opzichte van natuur, omgeving, hulpbronnen, dier, plant en boer. Weliswaar met lagere opbrengsten per hectare en per arbeidskracht en dus hogere productprijzen, maar deze zijn met de huidige overproductie en welvaart aanvaardbaar.

In Nederland vlakt de groei van het grondoppervlak aan biologische landbouw al een tijd af en die blijft ook achter bij andere Europese landen. De overheid legt de lat dan ook huizenhoog met die gewenste groei van 10 procent. De biologische sector dient zich ervan bewust te zijn dat deze groei niet gehaald kan worden, bovendien is zo'n groei uiterst ongewenst. Als de sector deze 'grote sprong voorwaarts' wil maken zonder overheidssteun graaft de sector haar eigen graf.

Biologische landbouw is gebaseerd op kringlopen en natuurlijke processen. In de praktijk van de akkerbouw betekent dit toepassing van organische meststoffen en van natuurlijke gewasbeschermingsstrategieƫn, alsmede de inzet van veel arbeid. Voor de veeteelt betekent dit onder meer beweiding van gras-klavermengsels, benutting van biologische ruw- en krachtvoeders en het niet gebruiken van antibiotica. Biologische landbouw is pas echt biologisch als de gehele kringloop gesloten is, alle grondstoffen (inclusief sperma, zaaizaad of pootgoed) moeten van biologische oorsprong zijn en de verwerking moet volledig biologisch verlopen. Bovendien moeten ook de plantenveredeling en veefokkerij biologisch worden.

Zover zijn we nog lang niet. De huidige boerenpraktijk in de biologische landbouw loopt voor op de landbouwwetenschap en is gestoeld op ervaringskennis. Biologische boeren zijn autodidact. Hun kennisontwikkeling concentreert zich sterk op het gezond houden van het gewas, de ontwikkeling van de bodemvruchtbaarheid en het deel van het productieproces dat zich afspeelt op het eigen bedrijf. De sector heeft onvoldoende andere schakels in de productieketen ontwikkeld, zoals veredeling, fokkerij, productie van organische mest en zaaizaad, en biologisch verantwoorde verwerking.

Bovendien heeft de sector nog onvoldoende tijd en middelen gehad om grote knelpunten in de bestaande werkwijze op te lossen, zoals de relatief lage en variabele opbrengsten, de variabele kwaliteit, de grote arbeidsbehoefte bij onkruidbeheersing en de hoge productiekosten. Ten slotte is de sector in veel aspecten van de bedrijfsvoering bewust of onbewust afhankelijk van de gangbare landbouw. Snelle groei zal die afhankelijkheid versterken of de sector ontwrichten.

Biologische landbouw behoort biologisch geproduceerde organische mest te gebruiken. Tot op heden bestaat een groot tekort aan biologische mest en biologische boeren gebruiken daarom veel gangbare mest. De sector werkt aan een verhoging van het aandeel biologische mest, maar deze ontwikkeling vergt veel tijd en stimulering. Een explosieve groei van het areaal past daar helemaal niet bij.

Vanaf 2004 zal het zaaizaad van biologische oorsprong moeten zijn. Vooralsnog betekent dit dat de laatste vermeerdering voldoet aan biologische normen. Voor veel gewassen lijkt hieraan bij het huidige grondoppervlak te worden voldaan. De risico's zijn echter groot en nemen toe bij een veel groter areaal en indien meer generaties biologisch vermeerderd worden. Biologische veredeling is noodzakelijk om over rassen te kunnen beschikken die een volledig biologische zaaizaadproductie mogelijk maken, maar dat is een kwestie van lange adem.

Met de bestaande rassen is de biologische landbouw zeer vatbaar voor sommige luchtgebonden ziekten. Zo kan Phytophthora heftig toeslaan in de biologische aardappelteelt. Bij 1,5 procent biologische landbouw wordt de ziektedruk nog redelijk laag gehouden. Immers de gangbare aardappelteelt wordt chemisch beschermd en de biologische bedrijven telen resistente rassen. Zo wordt verspreiding vertraagd. Bij 10 procent biologische teelt valt de bescherming door de gangbare landbouw voor een deel weg, de ziektedruk zal dus toenemen en de ziekte zal zich sneller verspreiden.

Een van de grootste problemen in de biologische landbouw is onkruid. Veel onkruid moet nog met de hand worden gewied. Wanneer de schoolvakanties ongunstig vallen is amper voldoende goedkope arbeid beschikbaar. Groei naar 10 procent stelt sommige biologische akkerbouwers voor een onmogelijke opgave: hun teelten zullen aan onkruid ten onder gaan.

De uitbreiding van de productie zal synchroon moeten lopen met de groei van de afzet. Anders zullen prijzen sterk dalen en dat is bij de lagere opbrengsten funest voor de rentabiliteit. Bovendien zal bij grotere vraag gewerkt moeten worden aan opbrengststabiliteit en een constante kwaliteit. Het bedienen van de versmarkt is ook niet meer genoeg. Biologische verwerking moet snel ontwikkeld worden. Met het huidige areaal biologische landbouw moet al veel geƫxporteerd worden omdat er onvoldoende binnenlandse vraag is.

Ten slotte zal bij een grootschalige omschakeling het apparaat dat controleert op naleving van de biologische normen en op de voedselveiligheid aanmerkelijk moeten groeien. Ook zal er een grote kennisbehoefte zijn bij een massale omschakeling. Dat kunnen de huidige controle- en kennisapparaten niet aan.

Al deze problemen kunnen uiteindelijk leiden tot vervaging van de eigen biologische normen en tot langdurig uitstel van het volledig biologisch maken van de keten. Biologische landbouw wordt daarmee minder onderscheidend van de gangbare landbouw.

De biologische sector koopt niets voor de erkenning die zij leek te hebben gevonden in de politieke wens om in korte tijd naar 10 procent van het areaal te groeien. De consument zal zich tegen de biologische landbouw keren wanneer omschakeling naar een duur voedselpakket wordt beloond met verwatering van de biologische normen en stagnatie van de verdere ontwikkeling van de sector. De beoogde groeispurt werkt dan als een boemerang en werpt de sector enorm terug. Tenzij de overheid over de brug komt om de sector werkelijk te steunen. Biologische landbouw verdient dat.

mailIcon print |