*

 

Saddam kan naar de mestvaalt

door Betsy Udink − 15/03/03, 00:00

'Nergens is het met de positie van de vrouw zo slecht gesteld als in de islamitische wereld. Kan de oorlog in Irak daar verandering in brengen?' Vanuit de Pakistaanse hoofdstad Islamabad is de schrijfster Betsy Udink hoopvol over de komende Amerikaanse aanval op Irak: 'De voormalige socialistische Arabische republieken zijn zo rot als een mispel en van binnen zo vermolmd en uitgevreten dat ze rijp zijn om bij de eerste de beste stevige politieke storm om te vallen. De mestvaalt van de geschiedenis staat met open armen klaar om Saddam Hoessein en soortgenoten te ontvangen.'

Een aanval van Amerika op Irak is niet meer te voorkomen, niet door de Veiligheidsraad en niet door de miljoenen demonstranten in Oost en West. Dat is zeker. Zeker is ook dat het internationaal tot chaos en ontwrichting zal leiden. Al het vliegverkeer van Europa naar het Oosten, richting Golf, Iran, Pakistan, komt stil te liggen. Het vliegveld van Dubai, het knooppunt van het vliegverkeer tussen West en Oost, gaat dicht zodra de eerste bommen vallen. Gewelddadige demonstraties in islamitische landen zijn onvermijdelijk. In Pakistan zijn de afgelopen twee zondagen al honderdduizenden fundi's de straat op gegaan. (Raar is het dat moslimfundamentalisten een aanval op Irak beschouwen als een aanval op de islam. Het Irak van Saddam Hoessein is een seculiere staat. De fundi's hebben er verschrikkelijk geleden onder de gruwelijke martelmethoden). Ook is zeker dat de oorlog bepaalde moslimmannen zal aanmoedigen Westerlingen door middel van zelf-moordacties af te maken. En dan heb ik het nog niet over de duizenden onschuldige slachtoffers die er in Irak gaan vallen: doden, gewonden, daklozen. Zeker is ook dat de Verenigde Staten deze oorlog gaan winnen. En daar zitten een aantal positieve kanten aan. Neem alleen al de val van het onvoorstelbaar wrede en inhumane Baath-regiem.

En dan is er de vraag of er kans is op verbetering van de positie van de vrouw, in Irak, in het Midden-Oosten, in de islamitische wereld. Nergens in de wereld is het met die positie zo slecht gesteld als in de islamitische en tribale gordel die loopt van Marokko, langs de zuidelijke kant van de Middellandse Zee, tot Centraal-Azië en India: het hartland van de islam. Hoe meer een land zich beroept op zijn islamitische identiteit, hoe droeviger het leven van vrouwen er is. In vrouwvijandigheid spant Saoedi-Arabië natuurlijk de kroon: vrouwen mogen er niet autorijden, hun getuigenis voor de rechtbank heeft geen geldigheid, ze mogen buitenshuis hun gezicht niet laten zien. Maar ook in andere islamitische landen kan een vrouw niet over haar eigen lot beslissen. Zij is er op z'n best een aanvulling op de man. Haar taak is haar opgelegd: ter beschikking staan van haar mannelijke familieleden.

Kan de oorlog in Irak daar verandering in brengen? Die vraag moet niet meteen als onzinnig terzijde worden geschoven. Natuurlijk, niemand verwacht dat zodra de Amerikaanse tanks Bagdad binnenrijden de vrouwen juichend de soldaten om de nek vallen en hun ketenen afwerpen. In feite is de toestand van de vrouw in het Irak van Saddam Hoessein, op papier tenminste, helemaal niet zo slecht vergeleken met buurlanden als Iran en Saoedi-Arabië.

Irak, Syrië, Libië en Algerije zijn de laatste bolwerken van wat ooit de voorhoede van de Arabische wereld was: republieken die een ideologie van Arabisch nationalisme en socialisme aanhingen. Hun vijand was Israël; de Sovjet-Unie was hun strategische steunpilaar en wapenleverancier. In hun propaganda vertegenwoordigden zij het vooruitstrevende deel van de Arabische natie, dat zich afzette tegen de monarchistische en 'reactionaire' krachten in landen als Marokko, Jordanië en de Arabische Golfstaten, die gesteund werden door het, in hun ogen, imperialistische en zionistische Amerika.

Het leek een overzichtelijke wereld. De praktijk week nogal af van het ideaal, zoals niemand beter wist dan de bevolking die de zegeningen van dit soort vooruitgang mocht smaken. Buitenstaanders viel het minder op. Toeristen en zakenmensen, journalisten en mensenrechtenorganisaties werden er bepaald niet met open armen ontvangen. Staatsburgers die een minder gunstig beeld gaven van hun leiders kregen bezoek van de gigantische staatsveiligheidsdiensten. De martelkamers en politieke gevangenissen van deze landen werden evengoed bevolkt door communisten als door islamisten. De methodes waren gekopieerd van de KGB en de Gestapo.

Maar vrouwen in deze landen profiteerden van de niet-religieuze, of zelfs anti-religieuze, oriëntatie van de regiems. Hun heersers werkten aan een beleid van 'socialistische emancipatie' van de vrouw binnen de traditionele, conservatieve perken van de samenleving. In Syrië was er zelfs een periode dat militairen van de speciale garde van president Assad vrouwen van de fundamentalistische Moslimbroeders op straat hun sluier afrukten. Moammar Kadafi van Libië shockeert voortdurend zijn collega-(moslim)potentaten met zijn in camouflagepakken gestoken vrouwelijke lijfwachten.

Het is onaangenaam om onder ogen te moeten zien dat de rechten die vrouwen hebben in islamitische landen door militaire leiders worden hooggehouden. Onder generaal Pervez Musharraf hebben vrouwen in Pakistan eenderde van de zetels in gemeenteraden toegewezen gekregen, en in de provinciale en nationale assemblees ongeveer een kwart. In Algerije hebben militairen een einde gemaakt aan de verkiezingsoverwinning van de islamisten en daarmee voorkomen dat de positie van vrouwen achteruit zou gaan (dit was niet de reden van de 'coup' maar er wel een gevolg van).

In de loop van de jaren zijn de regiems van Libië, Syrië, Irak en Algerije geleidelijk bezweken aan hun eigen tegenstrijdigheden, aan hun corruptie en meedogenloze onderdrukking van alle vrijheden, aan de ondergang van het Oostblok, aan de oprukkende islamitische krachten en de informatierevolutie die niet valt te stuiten door grenzen en geheime diensten. Hun revolutionaire, vooruitstrevende geloofsbrieven zijn ze allang kwijt. Economisch drijven ze op de olie die ze verkopen aan de kapitalisten en op de subsidies van de voormalige 'reactionairen' in Saoedi-Arabië en de Golf. Republieken zijn ze alleen nog in naam. In Syrië is de macht overgenomen door de zoon van de oude Assad. In Irak, Libië en Egypte lopen de zonen van de heersers zich warm om de dictatoriale scepter van hun vader over te nemen. Kortom, de voormalige socialistische Arabische republieken zijn zo rot als een mispel en van binnen zo vermolmd en uitgevreten dat ze rijp zijn om bij de eerste de beste stevige politieke storm om te vallen. De mestvaalt van de geschiedenis staat met open armen klaar om Saddam Hoessein en soortgenoten te ontvangen.

Tot voor kort werd geloofd dat de islamitische fundamentalisten de eersten zouden zijn om te profiteren van de ondergang van deze Orwelliaanse regimes. Europa en de Verenigde Staten zijn bang voor Syrische Moslimbroeders, voor pro-Iraanse sjiietische mollahs in Irak, en voor de aanhangers van Islamitische Djihad en van anti-westers terrorisme in Egypte en Algerije. Die angst weerhield het Westen ervan de militairen en despoten in deze landen de wacht aan te zeggen en hen tot democratiseren te dwingen. Geconfronteerd met de keuze tussen de Duivel en Beëlzebub kozen de westerse regeringen voor de corrupte duivel die ze kenden. Als opvolger van de man die vrede sloot met Israël, Anwar Sadat, en als relatief gematigde en liberale dictator bereikte de huidige Egyptische president, Hosni Moebarrak, zelfs een zekere respectabiliteit en de status van 'partner'. Dit soort mannen onderdrukten de islamitische oppositie en waren tot alles bereid om aan de macht te blijven, dus waren ze nuttig en vielen ze te manipuleren, ook de halfgare Kadafi die zelfs door collega-dictators wordt gezien als een ongeleid projectiel.

Dat veranderde door de Eerste Golfoorlog en

straks de tweede. De bezetting van Koeweit was een roekeloze misrekening van Saddam Hoessein. Ze opende de ogen voor de risico's van steun aan Arabische dictators (zoals de steun die Europa en de Verenigde Staten eerder aan Saddam hadden verleend). Na de aanval op het World Trade Center en het Pentagon drong het besef door dat landen in de islamitische wereld die worden geregeerd door dictatoriale en ondemocratische regimes broedplaatsen zijn van anti-westers terrorisme.

Linksom of rechtsom, er wordt nu afgerekend met Saddam Hoessein. Volgens Bush en Blair zal het niet bij Irak blijven. In het land van de 'islamitische atoombom', Pakistan, is daardoor het vermoeden ontstaan dat Islamabad het volgende doelwit zal zijn en is de haat tegen Amerika enorm toegenomen. In Europa hebben de woorden van de Amerikaanse president en de Britse premier de weerzin tegen de oorlog aangewakkerd. In de Europese sociaal-democratieën zit niemand te wachten op een honderdjarige oorlog tegen de terroristen, waar die zich ook bevinden. Het enthousiasme voor kruistochten is groter in Amerika dan in Europa. Het enthousiasme voor de djihad bij de islamitische fundamentalisten doet er niet voor onder.

De omverwerping van Saddam zal zich in de hele regio doen voelen. Misschien dat het de wankele orde in het Midden-Oosten in elkaar doet storten, op zijn minst zal het de ontwikkelingen in de omliggende landen beïnvloeden. Net als in Afghanistan, zal een nieuw bewind in Bagdad zich moeten inspannen om westerse gevoeligheden op het gebied van mensenrechten te ontzien. Gezien de bloedige geschiedenis van het land, zal het niet eenvoudig zijn om een massale bijltjesdag te voorkomen - een speciaal Irak-tribunaal of inschakeling van het Internationaal Strafhof is de eerste prioriteit na afloop van de oorlog.

Geen gebrek aan doemscenario's. Maar als Irak ook maar een beetje gaat lijken op een land als Jordanië, als het een conservatief-liberale signatuur krijgt, dan ontstaat er al snel grote druk op de onpopulaire regimes in Iran en Syrië om hun burgers meer vrijheden te geven. De Golfstaten Bahrein en Qatar, die zich niet door de Saoediërs hebben laten weerhouden van vrije verkiezingen en die vrouwen een grotere rol in de politiek hebben toebedeeld, zullen navolging krijgen.

Irak kan, gezien zijn natuurlijke rijkdommen en de ontwikkeling van zijn bevolking, de toonaangevende natie worden in de Golf - niet een natie die zijn buren terroriseert, maar een natie die een voorbeeld is. Syrië komt alleen te staan. Libanon, al jarenlang bezet door Syrië, krijgt de kans zijn natuurlijke rol als bruggenhoofd van westerse ideeën en beschaving in het Midden-Oosten te spelen. De nederlaag van radicalisme en van de militante Islam geeft pragmatische en hervormingsgezinde Palestijnen de wind in de rug. Gesterkt door de ontwikkelingen in het Midden-Oosten kiezen Israëliërs voor leiders die voorrang geven aan de economie en vrede met de getransformeerde regio.

Het lijkt een onmogelijke wensdroom: de religieuze, ideologische, politieke, economische en culturele tegenstellingen in het Midden-Oosten zijn te groot, het gebied kan niet afkomen van zijn verslaafdheid aan geweld en haat. Misschien. Maar staat het gebied er beter voor als Saddam Hoessein er voor de zoveelste keer in slaagt zijn huid te redden, alleen om zijn onderdrukking en gruweldaden voort te zetten en zijn geruïneerde land te vererven aan zijn sadistische zoons? De waarheid is dat de oude orde in het Midden-Oosten zo'n wangedrocht is geworden dat iedere verandering beter is dan meer van het oude. De Arabieren zelf hebben er een handje van om geen enkele verantwoordelijkheid te nemen voor de mislukking van hun regio. Zij blijven het echec maar toeschrijven aan de koloniale mogendheden die het gebied na de Eerste Wereldoorlog opdeelden.

De enigen die de klemmende greep van de oude orde ongedaan kunnen maken zijn de Verenigde Staten, de erfgenaam van de Europese koloniale mogendheden. Na bijna honderd jaar is het tijd voor nieuwe kaders in een gebied dat politiek en moreel volslagen uitgeput is. Is het niet opvallend dat in de Arabische landen vrijwel niemand de straat opgaat om te demonstreren tegen de oorlog? Een omwenteling zal gepaard gaan met schokken en kettingreacties. Maar na de Koude Oorlog is het klimaat in het Midden-Oosten minder gunstig voor chantage van de eigen bevolking en de maffiapraktijken van een aantal regiems.

De vorige Amerikaanse president, Bill Clinton, hoopte dat de situatie in het Midden-Oosten zou veranderen langs de weg van een Israëlisch-Palestijnse vrede. Bush, of zijn strategen, zijn tot de conclusie gekomen dat alleen de omgekeerde weg kans op succes biedt. Wie gelijk heeft valt nog te bezien. Maar wil Bush een kans maken, dan zal hij net zoveel moeten gaan investeren in een rechtvaardige vrede tussen Israël en de Palestijnen als hij nu doet in het omverwerpen van Saddam.

Voor vrouwen is dat een zaak van leven of dood. Als de gewaagde strategie van Bush mislukt, is de kans groot dat Hamas, Hizbollah, Islamitische Djihad en dat soort fundamentalistische groepen, de hele regio in hun greep krijgen. Vergeleken bij hen zullen de huidige Saoedische machthebbers een toonbeeld van vrouwvriendelijkheid, liberalisme en gematigdheid lijken. Dorst naar wraak en vergelding zal alles overheersen, ook de vrouwen zullen daarin worden meegesleurd. Want dan zijn zij in de eerste plaats moslima's en Arabische nationalisten die moeten meevechten in de strijd om het voortbestaan van hun volk en cultuur. Alleen als Bush erin slaagt behalve Israël zijn veiligheid, ook de Palestijnen hun rechten te geven, is er een kans dat vrouwen in het Midden-Oosten het beter krijgen.

mailIcon print |