*

 

Edam komt pas in april tot leven

Nicolien van Doorn − 15/03/03, 00:00

Inwoners van Edam die betrokken zijn bij het promoten van hun stad geven het grif toe: de reclame die de stad voor zichzelf maakt lijkt nergens op. De brochure van de bestaande stadswandeling is aan herziening toe en ook de website moet hoognodig worden aangepakt en aangepast. Dat Edam zo laks is met het etaleren van zijn aantrekkelijke kanten komt volgens hen omdat Volendam en Marken zo dichtbij liggen. ,,De toeristen komen tóch wel.''

We moeten ons dus behelpen met die ene stadswandeling. Het is er een die langs alle geijkte bezienswaardigheden voert en veel nadruk legt op gevelvormen (trap, klok, hals en lijst) en alles wat daar zoal bij hoort: kruiskozijnen, minderbalkjes, korbelen, sleutelstukken, hoekblokjes, sierankers, frontons, friezen, pilasters en festoenen.

De wandeling begint op het Damplein uit 1585. Het is een mooi plein, ook al contrasteren het raadhuis, het voormalige postkantoor en de overdekte zuilenrij met elkaar omdat ze alle drie uit een andere tijd stammen. Huiveringwekkend maar daarom leuk voor de kinderen is de schandpaal, links naast de voordeur van het raadhuis. Hier werden wetsovertreders aan het volk getoond.

De hoge stenen brug naast het Damplein is gebouwd over de eerste zeesluis in Edam, de Dam- of Vrouwensluis. Door deze sluis werden de handelsschepen uit Purmerend en Alkmaar en de walvisvloten en haringbuizen uit De Rijp, Graft en Jisp geschut naar de Zuiderzee. Op de brug staan twee bankjes met leuningen van smeedijzer. De leuning van het bankje aan de westkant is gemaakt van ijzer dat niet kan roesten. Hoe de smid dit indertijd voor elkaar heeft gekregen weet niemand, het geheim van het procédé heeft hij in zijn graf meegenomen.

In vroeger tijden had Edam vaak last van een extreem hoge grondwaterstand. Dat water drukte dan tegen de kelders van huizen aan, waardoor vloeren en binnenmuren werden ontwricht. Het woonhuis waarin sinds 1895 het Edams museum is gehuisvest heeft hier geen last van, omdat dat een drijvende kelder heeft. De waterdicht gemetselde bak van 1,20 meter hoog is waarschijnlijk gebouwd door iemand met een vooruitziende blik. Of zou het waar zijn wat de Edammers er zelf over vertellen? Zij zeggen dat het huis omstreeks 1700 verkocht is aan een zeekapitein. En dat deze zeebonk de drijvende kelder liet aanleggen omdat hij ook als hij thuis was het deinen van een schip wilde voelen. Hoe een drijvende kelder aanvoelt kunnen we u jammer genoeg niet vertellen, want het museum gaat pas op Goede Vrijdag open. Dat valt dit jaar op 18april.

Minstens zo beroemd als de drijvende kelder is de Kaasmarkt van Edam. Dit pittoreske pleintje was oorspronkelijk een doorgaande waterverbinding tussen de Achterhaven en de Matthijs Tinxgracht. In 1680 dempte men het water en werd de kaasmarkt, die al vanaf 1526 gehouden werd, naar het nieuwe plein verplaatst. Tot 1922 kwamen boeren uit de omgeving hierheen om hun kazen aan de handelaren te verkopen. Door de industrialisatie van de kaasbereiding kwam er een eind aan deze markthandel, maar in juli en augustus wordt er nog elke woensdagochtend van 10.30 tot 12.30 net gedaan alsof dit niet zo is.

Aan het eind van de gracht ligt de Sint Nicolaas- of Grote Kerk. Dat deze kerk niet zoals gebruikelijk midden in de stadskern ligt maar aan de rand ervan, komt doordat op deze plek in het begin van de vijftiende eeuw stadsuitbreiding was gepland. Deze verklaring is uiteraard weer veel te prozaïsch voor de Edammers, die daarom, net als bij de drijvende museumkelder, hun eigen legende verzonnen hebben. Zij zeggen dat in het midden van de stad een stier werd losgelaten. En dat de kerk is gebouwd op de plek waar het beest, nadat het door de hele stad had gerend, zich uiteindelijk te ruste had gelegd. Over de kerk valt nog te vermelden dat hij prachtige glas-in-lood-ramen en een muurschildering met de Tien Geboden heeft en net als het museum pas in april opengaat.

Aan de overkant van de Voorhaven staat op nummer 137 het 'Huis met de Zwaan'. Het statige herenhuis uit 1659 werd aan het begin van de vorige eeuw aangekocht door W.O.J.Nieuwenkamp. En daarmee zijn we, na de kapitein met heimwee en de dolle stier, beland bij de derde legende van Edam: de artistieke alleskunner Wijnand Otto Jan Nieuwenkamp, door intimi kortweg 'W.O.J.' genoemd. Over het bewogen leven van deze tekenaar, etser, houtsnijder, schrijver, scheepsbouwer, bouwmeester, zwerver en etnograaf valt een boek te schrijven, wat dan ook meermalen is gedaan.

W.O.J. Nieuwenkamp (1874-1950) lag regelmatig overhoop met het stadsbestuur van Edam, omdat hij zich inzette voor het behoud van oude panden. Hij kocht er heel wat op om ze voor sloop te behoeden. Een daarvan was het 'Huis met de Zwaan'. In 1949 bracht hij er een groot deel van zijn werk en zijn verzameling oosterse kunstvoorwerpen in onder. In 1974 moest dit Museum Nieuwenkamp vanwege geldgebrek worden gesloten.

Nieuwenkamp woonde met zijn gezin aan het Marken. Vanuit zijn huis keek hij uit op de Nieuwe Haven. Om er zeker van te zijn dat zijn uitzicht niet verpest zou worden door nieuwbouw, kocht hij de grond aan de overkant van de vaart en liet er een rijtje huisjes neerzetten. Ze zien eruit alsof ze er al eeuwen staan, maar dat is niet zo. Alleen de gevelstenen zijn echt, die haalde Nieuwenkamp uit Amsterdam waar in die tijd veel oude huizen werden gesloopt.

Een heel eind verderop, aan de Lingerzijde, ligt de Pompsluis, een onderdeel van de Hollandse waterlinie. Hier is het enorme (1.50 meter!) verschil te zien in waterniveau tussen de Schermerboezem en de Zeevangpolder. In tijden van gevaar werden de 'toldeuren' in de sluis gehangen. Die werden langzaam opengezet, waardoor het verval tussen de Schermerboezem en de Zeevang werd opgeheven. In de Tweede Wereldoorlog is dit voor het laatst gedaan.

Via de Wijngaardsgracht, de Bierkade, de Kapsteeg en de Kleine Kerkstraat komen we weer op het Damplein, waar we begonnen zijn. In het voormalige postkantoor zijn werklieden bezig met een verbouwing. Het gebouw is onlangs verkocht aan kunstschilder Bert Knispel, die de begane grond laat ombouwen tot museum en expositieruimte. In het museum komt W.O.J.Nieuwenkamp te hangen: een deel van zijn werk, foto's van hem en foto's van de plekken in Edam die hij getekend heeft. Knispel is bovendien bezig met een nieuwe stadswandeling. Die voert de wandelaar langs alle plekken in Edam die iets met W.O.J.Nieuwenkamp te maken hebben. Zo'n beetje de hele stad dus.

mailIcon print |