*

 

'Ik kijk heel eigenwijs de andere kant op'

door Rinske Wels − 05/02/03, 00:00

Bijna veertien jaar stond hij samen met zijn broer Herman op het toneel. Hoewel, Wilfried Finkers is meer de man achter de schermen, die af en toe een visueel grapje uithaalt. Na een onvrijwillige 'pauze' van tweeënhalf jaar, heeft hij zijn draai weer helemaal gevonden. Bij het duo Ernesto en Marcellino.

Het Koningstheater in Den Bosch. De voorstelling 'Nat'. Na het optreden van Ernesto en Marcellino ligt het podium bezaaid met zogenaamd uitgetrokken borsthaar, houtsnippers, confetti en water. Bij de heren is 'Nat' ook echt nat. Tussen de puinhopen zoekt Wilfried Finkers de kleren bij elkaar. Hij hielp al bij de voorbereidingen voor dit programma en langzaam groeide zijn rol op het podium mee.

,,Toen Herman ophield (overigens anderhalf jaar voor hij ernstig ziek werd) gaf dat een kater, want ik kreeg de smaak wel te pakken, ik wilde graag verder. Onmiddellijk erna kreeg ik een baan als technicus in het Rabotheater in Hengelo, maar na verloop van tijd merkte ik dat ik het miste om het zelf doen. In de tussentijd heb ik ook wel solo-conferences gegeven. Af en toe doe ik dat nog: twintig of dertig minuten voor een bedrijf, een congres of een feestje. Maar ik vind een hele show iets anders. Die moet naar mijn idee meer afwisseling hebben, meer dynamiek.''

Dan is hij bij Ernesto en Marcellino aan het goede adres. Marcellino is de clown van de twee, Ernesto kan goed zingen en parodiëren. Hun voorstel was om het bestaande duo uit te breiden tot trio, maar dat wilde Finkers niet. ,,Dat duo heeft een bepaalde dynamiek en die mag ik niet verstoren. Ik kan er wel rondjes om heen lopen, maar ik moet er niet tussendoor lopen.'' En dat gebeurt letterlijk. Als Marcellino een schot nodig heeft om zich achter te verkleden, komt Finkers bijvoorbeeld in een Schots kostuum op. Ook als Ernesto een gevoelig lied met Vlaamse tongval zingt, is er plek voor een typisch Finkers-grapje. Met keukentrap en al komt hij van achteren door de zaal gelopen om aan een 'Uit'-bordje te gaan prutsen.

,,Allemaal grapjes die spotten met de natuurwetenschappelijke regels. Ik kom uit die hoek, ik ben van huis uit bioloog. Op het toneel kan ik dan mooi een oogkleppen-technicus spelen: dat lampje moet veranderd en daar móet en zal ik voor zorgen.''

Als je zo lang met je broer op het podium hebt gestaan, voelt het dan niet als vreemdgaan om nu met anderen op het podium te staan?

Er volgt een lange stilte. Dan heel beslist: ,,Nee. Want het hoofdstuk Herman is afgesloten. Het is anders werken, dat wel. Alleen al het feit dat Ernesto en Marcellino een duo zijn, betekent dat je niet de tweede man bent, maar de derde. Toch hebben ze naar zoveel mogelijk plaats voor mij gezocht in het programma. Maar het gaat mij niet zozeer om hoe vaak ik lijfelijk aanwezig ben. Belangrijker is: hoe kan ik de voorstelling zoveel mogelijk een goede duw geven. En als ik dat achter de schermen kan doen, ben ik daar net zo blij mee als dat ik dat voor de schermen zou doen. Ik schat mijn aandeel op 40 procent.''

Het klinkt als 'Wilfried de Voorzichtige'. Finkers maakte liever eerst zijn studie biologie af voordat hij zich bij broer Herman op het podium aansloot, hij wil graag eerst de teksten duidelijk hebben voordat hij het toneel opgaat. ,,Uit mijn omgeving kreeg ik de reactie: 'Weet wat je doet, je geeft een vaste baan op en je weet nooit wat dat andere je oplevert'. Maar nu ze de voorstelling hebben gezien, zeggen ze: 'Ja, dit past gewoon bij jou. Nu snappen we het helemaal.' Mijn vrouw ziet ook dat die Wilfried gewoon grapjes moet maken, punt uit. En mijn kinderen leven helemaal op als ze hun vader grapjes zien maken. Het is heel erg leuk om te merken dat je kinderen fan van je zijn. Mijn oudste zoon is nu twaalf, bijna dertien en hij is iemand die de humor heel goed aanvoelt, die zelf al met leuke kwinkslagen komt. Ik merk duidelijk dat we op dezelfde golflengte zitten.''

En als hij nu straks zegt: 'Pap, ik wil naar de Kleinkunstacademie'. Wat zeg jij dan?

,,Dan zou ik zeggen: zijn er niet meer opleidingen, hahaha. Ik denk dat de theatervorm die ik bedrijf geen theatervorm is die je kunt ontwikkelen op een Kleinkunstacademie. Het is anti-theater. Heel eigenwijs steeds de andere kant op.''

Wilfried Finkers de anti-held dus?

,,Het heeft waarschijnlijk iets te maken met bescheidenheid of liever gezegd: afkeer van het tegenovergestelde. Ik vind het heerlijk dat je aan onze ellenbogenmaatschappij, waarbij iedereen elkaar probeert voorbij te streven in wie nou de beste mening en de beste smaak heeft, een tegenwicht biedt. Als ik mensen narcistisch zie doen, krijg ik daar ontzettende jeuk van. Misschien is het iets typisch Twents: het understatement, doe je vooral niet meer voor dan je bent. De anti-held, dat past bij je karakter of niet. Ik zou niet anders kunnen spelen, dan voel ik me een eikel.''

mailIcon print |