AMSTERDAM - De muziekwereld heeft geschokt gereageerd op het overlijden van componist Peter Schat. De 67-jarige Schat was al enige tijd ziek, maar zijn overlijden kwam toch onverwachts.
,,Hij was een groot componist. En zwaar onderschat, zoals gebruikelijk in Nederland'', zegt dirigent en pleitbezorger Hans Vonk, die vele werken van Schat in première bracht. ,,Hij gold als moeilijk, het was een hartstochtelijk mens. Om hem heen vlogen de spaanders in het rond. Maar ik was zeer op hem gesteld.''
Met het overlijden van Schat verdwijnt een unieke figuur. Schat was een eenling, zonder herkenbare leermeester en zonder volgelingen. Hij hanteerde een zelfbedacht harmonisch systeem -de toonklok- waarmee hij na een atonale fase terugkeerde naar harmonieuzere muziek. Hij was een essayist en romanticus, die zich liet leiden door grote ideeën en politieke idealen, waar hij zich later in zijn leven weer fel tegen keerde. Maar bovenal schreef hij muziek die over de hele wereld werd gespeeld en bewonderd.
Schat werd in 1935 geboren als zoon van een bakker, die in zijn vrije tijd pianospeelde. Al in de derde klas van de lagere school wist Schat dat hij componist wilde worden. Hij studeerde compositie aan het Utrechts conservatorium bij Kees van Baaren en verdiepte zich daar in de moderne compositietechnieken van Schönberg, Berg en Webern (de twaalftoonstechniek). Vandaar kwam hij in de jaren zestig bij
Pierre Boulez, die met zijn serialisme (componeren volgens van tevoren vastgelegde getallenreeksen) tot de voorhoede van de moderne muziek behoorde.
Schat deed in Nederland van zich spreken met felle antikapitalistische standpunten, in woord en muziek. Hij schreef tweemaal een eerbetoon aan Che Guevara. In zijn eentje schreef hij 'On Escalation' en samen met vakbroeders Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw, Mischa Mengelberg, Jan van Vlijmen en de schrijvers Hugo Claus en Harry Mulisch 'Reconstructie'.
VERVOLG OP PAGINA 3
Schat had zijn eigen muzikale wereld
VERVOLG VAN PAGINA 1
Met dit collectieve muziektheatrale werk keerde de jonge garde zich tegen de aderverkalking in het Nederlandse muziekleven, waarvan het Concertgebouworkest voor hen het symbool was.
Geleidelijk groeide Schats ontevredenheid met het strenge, afstandelijke serialisme en keerde hij terug naar traditioneler vormen van componeren. De harmonische samenklank van noten en de afstanden tussen de noten kwamen centraal te staan. Dat leidde tot zijn uitvinding: de toonklok, waarin hij een verband legde tussen de 12 uren en de 12 drieklanken die je uit de twaalf tonen van een toonladder kunt samenstellen. Sinds 25 jaar componeerde Schat uitsluitend volgens dit systeem. Tot zijn belangrijkste werken behoorden de opera's 'Houdini' (1977), 'Aap verslaat de knekelgeest' (1980) en 'Symposion' (1989) en het orkestwerk 'De Hemel'.
Van zijn rebellie en felheid nam hij geen afscheid. Schat was een fervente ingezonden-brievenschrijver en heeft zich jarenlang met hand en tand verzet tegen de komst van het Amsterdamse muziektheater De Stopera, wat hij een onmogelijk gebouw vond. Schat maakte veel vijanden met zijn houding, maar de waardering voor hem in de muziekwereld is groot.
,,Hij was een bijzondere man. Hij had een goed gevoel voor opera, voor het overbrengen van verhalen en grote ideeën. Zijn overlijden is een verlies voor de internationale muziekwereld'', zegt Pierre Audi, artistiek leider van De Nederlandse Opera, waar twee opera's van Schat in première gingen. ,,Het is een enorm verlies voor ons orkest'', aldus Sjoerd van de Berg, woordvoerder van het Concertgebouworkest, dat zijn laatste symfonie 'De Gamelansymfonie' in première bracht. ,,Het orkest heeft artistiek veel aan hem te danken. Ook al verzette hij zich in de jaren '60 fel tegen het artistieke beleid van dit orkest, sinds lange tijd bestaat er groot respect over en weer.''
Over zijn vroege, seriële werk zei Schat onlangs in Trouw: ,,Mijn muziek uit die tijd vind ik goed, technisch goed. Maar niet mooi, het is geen muziek om van te houden.'' De muziek die hij daarna schreef is wel mooi, vindt dirigent Hans Vonk. ,,En hij heeft een volstrekt eigen signatuur. Schat trok zich van niemand iets aan, hij had zijn eigen muzikale wereld. Je kunt hem daarin vergelijken met de Fin Sibelius. Nu hij dood is, verdwijnt die muziek, want hij heeft geen navolgers.''
,,De opera 'Houdini' (1977) was ongelooflijk goed. Maar het orkestwerk 'De Hemel' (1990) vind ik zijn sterkste werk. Ik heb het vaak gedirigeerd, ook in Amerika, waar orkest, pers en publiek er zeer enthousiast over waren. Daarna schreef hij nog 'Arch music for St. Louis' voor mijn orkest. Ook een groot succes.''
Een van de laatste werken van zijn hand was zijn derde symfonie, de Gamelansymfonie genaamd. Dat werk duurt maar 13 minuten. Vonk: ,,Schat zei: je speelt het te snel. Maar ik zei dat het echt niet langzamer kon. Nu was hij bezig andere delen voor deze symfonie te componeren. Maar daar is hij niet meer aan toegekomen.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.