*

 

Ephimenco

Sylvain Ephimenco − 14/01/03, 00:00

Toen Boy klaar was met het doornemen van zijn elektronische post - sinds zijn lieve invalbeurt op nieuwjaarsdag krijgt mijn hond verbazingwekkend veel mails van lezers - besloot ik hem uit te laten.

Het was zaterdagmiddag en de stad lag nog kristalhelder op een kussen van kou te rusten. Amper was ik de straat overgestoken of ik werd door een gevoel van euforie bevangen. Alsof ik per ongeluk in de verkeerde bios coopzaal was gestapt. Geen film noir maar het zoetsappige wereldje van Amélie Poulain. Weg was de alledaagse rauwheid en op de plek waar een paar weken geleden voor de vijfde keer in mijn auto was ingebroken, bleken zelfs de laatste stukjes gebroken glas onder de sneeuw te zijn verdwenen. Een onbeduidend detail vergeleken met het schouwspel op de singel. Geen halve karkassen meer van fietsen of winkelwagens die uit het water staken maar een vrolijk glijdend volk in een feestelijk winterdecor. Moeders en vaders die bezig waren hun kroost op het allereerste ijs van hun prille leven te begeleiden. Stoere jongens met hockeysticks en gracieuze meisjes op kunstschaatsen. Hier en daar een tafeltje met dranken en versnaperingen en overal hoorbaar de lachsalvo's en de roep om geluk weer zo gewoon als toen te doen lijken. De moordstad als riant dorp. Betoverd bleef ik naar mijn schaatsende stadsgenoten kijken terwijl een passerende oude vrouw mij toeriep: ,,Is dit niet schattig, hè?'' Op dat moment rinkelde het alarm van mijn bewustzijn. Kijk uit, waarschuwde ik mezelf, voor je het weet verval je in behoudzucht en conservatieve nostalgie. Dan ga je verlangen naar een suf Nederland dat goddank niet meer bestaat. Om de hoek van je melige heimwee naar zoetsappige illusies loeren de verschrikkelijke avonden van Gerard Reve en het bordje zoutloze pap. Want wie de post-jaren-zestig-moderniteit niet aanvaardt, lees ik nu bijna dagelijks in lange essays, is een burgerlijke bangerik die naar de jaren vijftig terugverlangt. Het land is in beweging en deze werkelijkheid dien je te gedogen, malloot! Verscheurd door mijn neiging ook onbekommerd op het politiek incorrecte ijs te gaan glijden, begon ik pijlsnel aan een zelfonderzoek. Ik wil best voor behoudende sukkel worden uitgemaakt, maar verlangen naar de jaren vijftig is niet echt iets voor mij. Het is veel erger dan dat. En terwijl ik, staande langs het ijs, door het aanschouwen van dit Oud-hollandse tafereel bijna smolt, schreeuwde ik tegen mijn glijdende stadsgenoten: ,,Ik wil terug naar 1895, het geboortejaar van Anton Pieck!''

mailIcon print |