Wie stelt, bewijst. En zeker een officier van justitie moet het bewijs leveren voor zijn stelling. Fraude-officier J.Tonino vindt dat veel fraudezaken uiteindelijk slechts leiden tot taakstraffen. En dat vond hij -en dus is dat ook de mening van het openbaar ministerie- een onwenselijke ontwikkeling. Namen en rugnummers noemde de Amsterdamse officier eind vorig jaar niet en dat maakt het bewijs voor de stelling zwak.
De vertegenwoordiger van het OM voegde er wel aan toe, ,,dat mensen die door opleiding en ervaring en vermogen al een bevoorrechte positie in de maatschappij innemen niet op een andere wijze gestraft mogen worden dan degenen die dat niet hebben'. En met 'andere wijze' doelde Tonino op mildere straffen. In het jargon van Jan Marijnissen, de voorman van de SP, zou hier kunnen staan dat gevreesd wordt dat 'kaviaareters er met kruimelstraffen' vanaf komen.
Tonino heeft wel een punt. Onmiskenbaar, en dan gekeken naar de afloop van onder meer voorkenniszaken en grote fraudeaffaires in de afgelopen tien jaar, is er sprake van een trend. Kleine luiden zoals Geurt K. in de Weweler-voorkenniszaak, werden gestraft, grote namen kwamen met de schrik en een schikking vrij.
Ruim tien jaar geleden, bij de introductie van de nieuwe strafbepaling voor misbruik voorkennis, werd er al door criminologen gewaarschuwd dat een malverserende toplaag voldoende macht heeft om zich te verzetten tegen criminalisering. En waar criminalisering ontbreekt wordt met succes vervolgen zeer moeilijk.
In zijn nieuwjaarstoespraak pleitte G. Möller, topman van beursbedrijf Euronext, voor het uitdelen van een gele kaart aan een persoon uit de beurssector die vermoedelijk ,,een grote beoordelingsfout heeft gemaakt'. Hij doelde op een opgestapte directeur van een beleggingsfonds die zich mogelijk aan misbruik van voorkennis schuldig heeft gemaakt. Geen rode kaart voor de eerste fout, wel een gele, vond Möller.
Een dergelijke verdediging van een branchecollega is niets anders dan een poging om criminalisering te voorkomen. En dat is opmerkelijk in een tijd dat vooral in de Verenigde Staten na een aanhoudende stroom boekhoudschandalen wordt nagedacht over sancties en het hernieuwd optuigen van de financiële veiligheid. En dat onder het motto: een diefstal is erg, maar schandalen in de financiële sector zoals bij energiereus Enron kunnen een economie richting afgrond trekken.
In de Nederlandse politiek speelt het vraagstuk van veiligheid een enorme rol. Vrijwel uitsluitend wordt echter gekeken naar de fysieke veiligheid van de burger. Er is geen politicus die rept over financiële veiligheid. En daar is wel alle reden voor. Nu in Turkije verdachten voor de rechter moeten verschijnen die zich schuldig hebben gemaakt aan het oplichten van Turken in Duitsland en Nederland, is gerechtvaardigd dat politici vragen of de toezichthouders wel in de gaten hebben wat er zich in het allochtone segment van de samenleving afspeelt. Van Turken wordt kamerbreed verwacht dat ze Nederlands spreken. Maar het spiegelbeeld is ook waar. Van Nederlandse toezichthouders op de financiële handel en wandel moet ook worden verwacht dat zij oog hebben voor zwendel in een deel van de samenleving dat onvoldoende geïntegreerd is. Vrouwe Justitia zelf maakt het overigens niet uit of er een opgelichte Turk of een autochtone belegger op de stoep staat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.