*

 

Donkere dagen voor Nederlands voetbal

Henk Hoijtink − 22/12/03, 00:00

Onbedreigd zijn de heersers in de nationale competitie, Ajax en PSV. Maar de een, Ajax, is de eerste belangwekkende lessen van zijn trainer vergeten en van de ander, PSV, mag worden betwijfeld of lessen er nog aan zijn besteed.

ARNHEM, ENSCHEDE - De zogeheten winterkampioen van Nederland, Ajax, is een ploeg die, in het jargon der trainers, het voetballen zonder bal niet beheerst. Coach Koeman velde dat oordeel vorige week, na de onvoorziene bekernederlaag tegen NAC.

Grof gezegd bedoelde Koeman dat het er bij Ajax, met zijn van oudsher bovenmodale technische vaardigheden, nogal aan schort als de bal níet in eigen bezit is en op de tegenstander dient te worden heroverd. Het is een essentieel onderdeel van het spel, voetballen zonder bal, maar kennelijk staan tekortkomingen daarin in Nederland, zo blijkt bij voortduring, een koppositie niet in de weg.

Het is voorwaar niet de enige constatering waarmee de schraalte van de nationale competitie kan worden belicht. Er kan worden gewezen op de vroege aftocht uit Europa van vijf van de zes in eigen land onvolwaardig beproefde clubs; of op de gebrekkige wijze waarop de desondanks onbedreigde heersers Ajax en PSV het kalenderjaar afsloten -negen punten vóór het ook vorig seizoen halverwege al afgestoten en nu nog verder achterop geraakte Feyenoord.

De trainers Koeman en Hiddink wezen na de laatste struikelingen van 2003 op de talrijke blessures bij Ajax en PSV. Een enigszins verzachtende omstandigheid vormen ze zeker, maar de gehele waarheid is er niet mee verteld. Die luidt dat PSV óók in vol ornaat -weer, en ook daarom weinig verbazingwekkend- een kleurloze indruk heeft achtergelaten, én dat Ajax zich niet heeft ontwikkeld.

Met dat laatste was nauwelijks rekening gehouden, nadat de jonge ploeg vorig seizoen respect had afgedwongen door tot de kwartfinales van de Champions League te reiken. Het bleek echter een misvatting dat een op ontregeling van de opponenten gerichte strategie -die leidde tot acht gelijke spelen in veertien Europese duels- zo gauw zou kunnen worden omgezet in een op eigen initiatief geënte aanpak.

Verwonderlijk was dat niet, ook omdat bij Ajax nieuwe spelers moesten worden ingepast. Het was al verdienstelijk geweest als Ajax met het nog altijd even jeugdige team in staat zou zijn geweest het peil van vorig seizoen, met bovenal de vasthoudendheid vandien, te consolideren. Ten onrechte werd al een grotere stap voorwaarts mogelijk geacht, soms óók door Koeman die bijvoorbeeld tegen Club Brugge van de eigen kracht dacht te kunnen uitgaan.

Hij en Ajax werden er begin deze maand hard voor gestraft, met uitschakeling in de eerste ronde van de Champions League. Van de weerbaarheid die Koeman na zijn entree twee jaar geleden bij Ajax deed toenemen -het was zijn grootste deugd, en een les voor het gehele Nederlandse voetbal- is weinig meer over. Wellicht heeft Koeman ook zelf het zogeheten voetballen zonder bal gaandeweg veronachtzaamd, minder waakzaam mogelijk door de vertroebelende lof.

Die indruk wordt tenminste gewekt als de trainer van Ajax thans constateert dat zijn ploeg onbekwaam is in facetten waarover indertijd juist zijn eerste, indringende lessen handelden. Dat liet Koeman overigens vergezeld gaan van een verfrissende zelfrelativering. Hij noemde zichzelf een nog lerende trainer -een subtiele nuancering van een geprezen coach, die nu het tij tegen heeft en die (ook) bij Ajax voorlopig op geen enkele onbetwistbare aankoop kan bogen.

Relativering is, zo werd ook gisteren in Enschede benadrukt, tevens gepast in de benadering van Van der Vaart en Sneijder, Ajax' na Oranje's plaatsing voor het EK al te zeer bewierookte talenten. Zij kunnen begrijpelijkerwijs nog lang niet zonder een leidende hand, én zonder de hulp van spelers die beheersen wat in Nederland ook de topclubs ontberen: optimale strijdvaardigheid en het vermogen om daarmee ook op het hoogste plan de bal te heroveren.

Koeman wil er opnieuw het accent op leggen, maar zijn mogelijkheden lijken vooralsnog beperkt. Slechts de al enige weken geblesseerde Galasek is van het type dat hem hierin werkelijk van dienst kan zijn. Bevorderlijk is het evenmin dat Ajax in het komende halfjaar, veroordeeld tot louter de nationale competitie, op de noodzaak van manhaftig voetbal zelden zal worden gewezen.

En juist de Nederlandse ploeg die (in het Uefa Cup-toernooi) nog niet van internationale lessen verstoken hoeft te zijn, PSV, heeft al te vaak de vraag opgeroepen of die nog aan de grotendeels vastgeroeste selectie besteed kunnen zijn. Nee, het zijn ook voor het Nederlandse voetbal (weer) donkere dagen, in elk geval binnen de landsgrenzen.

mailIcon print |