*

 

Autochtoon gemor komt vooral door aanwas allochtonen

van onze verslaggever − 01/10/03, 00:00

AMSTERDAM - De parlementaire onderzoekscommissie faalt als zij blijft steken in onderzoek naar het integratiebeleid van gisteren. Dat zal ons niets leren over de problemen van vandaag, zoals de grote onvrede onder autochtonen.

Dat zeggen Frits Spangenberg en Martijn Lampert van onderzoeksbureau Motivaction. Dat bureau verricht onderzoek naar trends in waarden en opvattingen in de samenleving. Zij zien vooral groei van onvrede van de autochtone Nederlandse bevolking. Zo wordt de stelling 'Er zijn te veel buitenlanders die zich niet aanpassen aan de Nederlandse cultuur' nu onderschreven door 82 procent van de ondervraagden. In 1999 was dat 75 procent.

,,Die onvrede is enorm toegenomen'', zegt Spangenberg. ,,Toen begonnen werd met het integratiebeleid speelde die nog helemaal geen rol. De eerste groepen immigranten werden beschouwd als gastarbeiders, die na een tijdje zouden terugkeren naar hun land. Pas met de Turken en Marokkanen kwam de gezinshereniging en definitieve vestiging in Nederland op gang. En waar besteedden we toen de overheidsmiddelen aan? Aan het vertalen van allerlei folders in het Turks en Marokkaans.''

De parlementaire onderzoekscommissie is begonnen met de vraag of de maatregelen die toen werden genomen, de integratie van allochtonen hebben bevorderd. Maar, zeggen Spangenberg en Lampert, we zijn inmiddels anders over integratie gaan denken. De doelstellingen van het integratiebeleid zijn veranderd.

Met dat probleem heeft het Verwey-Jonker Instituut ook geworsteld. In het rapport dat dat instituut in opdracht van de parlementaire onderzoekscommissie schreef kan het niet anders dan succes en falen van het integratiebeleid beoordelen op basis van de doelstellingen van toen. Het Verwey-Jonker Instituut komt dan tot de veelbesproken conclusie dat het integratiebeleid deels succesvol is geweest, maar dat het te weinig rekening heeft gehouden met de problemen en zorgen van de autochtone bevolking. Het instituut oppert vervolgens dat een verklaring voor het 'multiculturele ongenoegen' niet ligt in de achterblijvende integratie van allochtonen maar in het feit dat autochtonen voorbij worden gestreefd door succesvolle allochtonen.

Voor die stelling is geen enkele aanwijzing te vinden, zeggen Spangenberg en Lampert: ,,Van succesvolle allochtonen heeft niemand last.'' Het snel gegroeide multiculturele ongenoegen heeft vooral te maken met de groei van het aantal allochtonen. Lampert: ,,En naast de groei van het aantal allochtonen, spelen bij de autochtone bevolking zorgen over veiligheid en criminaliteit een rol.

De stelling dat er te veel buitenlanders zijn wordt in ons onderzoek vooral onderschreven door bevolkingsgroepen die ook pleitbezorgers zijn van gezag, mensen die zeggen moeite te hebben met de complexe samenleving, en mensen die zich zorgen maken over de individualisering.''

Die sterk gegroeide zorgen onder de autochtone bevolking zouden centraal moeten staan in een parlementair onderzoek. Maar omdat ze in de eerste stadia van het integratiebeleid nog niet aan de orde waren, dreigt het multiculturele ongenoegen buiten het blikveld van de parlementaire onderzoekscommissie te vallen. Daarmee wordt die commissie een wassen neus, aldus Spangenberg en Lampert.

mailIcon print |