De grote gele kwikstaart is een vogel van stromend water. Op de trek komt deze zangvogel op allerlei plaatsen, waar hij 's zomers niet te zien is, tot op platte daken midden in de stad. Op mijn wandelingen met de hond heb ik de hele week kepen horen roe pen. Er is nu veel trek van deze noordelijk broedende vinken. Als de zon schijnt, kibbelen de mussen alsof het voorjaar is. In berberis-, cotoneaster- en vuurdoornstruiken hangen de horizontale baldakijnen van de hangmatspinnen.
De spinnen huizen aan de onderkant van de dicht geweven webben. Deze week kwam ik in huis nog een mannelijke nimf tegen van de boomsprinkhaan. Die sabelsprinkhaan is een kleine uitgave van de grote groene, die in de zomer luide concerten in struiken en bomen geeft. Tegelijkertijd zag ik op een verlicht raam de eerste kleine wintervlinder. Het mannetje is een saai bruin spannertje dat vaak op licht afkomt, het vrouwtje een vleugelloos dik diertje dat omhoog klautert in vruchtbomen om er haar eitjes af te zetten. Aan bloeiende planten zag ik deze week middelste teunisbloem, knoopkruid, blaassilene, duizendblad, paardebloem, moederkruid, gewone berenklauw, Indische schijnaardbei en akkerdistel. Veel paddestoelen zijn nog te vinden in de bossen op de pleistocene zandgronden. Aardappelbovisten groeien in beukenlanen en op de heide, cantharellen op plekken waar weinig strooisel ligt, gewone radijszwammen, krulzomen en veel soorten russula's onder berken. Pas als het echt gaat vriezen, verdwijnen de meeste soorten. De harde zwammen, die op dood hout groeien, houden het vaak de hele winter uit.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.