Macht en machtsvertoon roepen ook tegenmacht op. In die zin is het onvermijdelijk dat de Amerikaanse vastbeslotenheid om Saddam Hoessein desnoods met een oorlog uit het zadel te lichten, over een breed front een tegenbeweging op gang heeft gebracht. Zo'n krachtmeting zou wel eens fataal kunnen uitpakken voor de Iraakse bevolking en de Arabische wereld op de kast jagen. Vandaar dat er ook in het westerse kamp en met name ook in Europa krachten zijn opgestaan om de Verenigde Staten af te remmen.
Het moet gezegd, de critici beschikken over een keur aan argumenten om hun weerzin tegen het Amerikaanse optreden te toonzetten. President Bush is niet de meest fijnbesnaarde ziel om de wereld zijn wil op te leggen. Eerder lapte hij het Kyotoverdrag aan de laars en vond het Internationale Strafhof in zijn ogen geen genade; nu stelt hij de Navo-bondgenoten ook nog eens voor het voldongen feit van een oorlog, onder het mom dat dit allemaal nodig is om het kwaad in deze wereld te bestrijden. Alsof de VS allerlei ander kwaad niet gewoon laten voortbestaan en zelfs aanmoedigen. En alsof oliebelangen geen enkele rol spelen. Geen wonder dat de Navo in een regelrechte crisis verzeilde.
Deze kritiek snijdt ook hout. Maar daarmee is de vraag niet van tafel of het ook verstandig is de VS de voet dwars te zetten. Eerder immers stemde de hele wereldgemeenschap in met een resolutie om Saddam Hoessein de duimschroeven aan te draaien. Daar kan men nu niet meer onderuit. Tegenstanders zullen zeggen dat dit gebeurde onder druk van de VS, maar dat is al te makkelijk. De wereldgemeenschap heeft op zijn minst te kennen gegeven dat de politiek van pappen en nathouden niet meer te handhaven is. Krassere maatregelen zijn noodzakelijk.
Het komt er dus eigenlijk op neer of men consequenties durft te verbinden aan resolutie 1441, of niet. Is het genoeg om Saddam Hoessein in de tang te houden, of wordt het zo langzamerhand tijd om door te pakken? Met een beroep op het verstand geeft een deel van Europa de voorkeur aan de eerste optie. Tot deze verstandige mensen rekent zich ook Antje Vollmer, vice-voorzitter van de Duitse Bondsdag, Groenen-politica en theologe; niet te verwarren met Frau Antje, de Nederlandse mevrouw die in Duitsland onze kaas op onnavolgbare wijze aan de man heeft gebracht. Deze Antje Vollmer verklaarde maandag in Trouw: ,,Mijn twijfels over oorlog in Irak komen niet uit mijn hart, ze komen uit mijn verstand. Amerikanen daarentegen redeneren door en door religieus. De strijd tegen het kwaad, 'wie niet voor ons is is tegen ons', de gedachte ook van een Goddelijke opgave.'' Vollmer staat hierin niet alleen. Ook de minister van buitenlandse zaken Fischer is niet overtuigd. Hij gelooft de Amerikanen niet. En daarmee bedoelt hij dat voor het verstand slechts het harde feit telt dat Irak aantoonbaar over massavernietigingswapens beschikt.
Daarmee heeft Fischer stellig een punt. Maar daarmee is niet gezegd dat Amerikanen zich uitsluitend hullen in religieuze retoriek. Integendeel, zij redeneren niet minder verstandig door er op te wijzen dat Duitsland en Frankrijk en trouwens ook de VS in het verleden massa's spullen aan Irak hebben geleverd. Die moeten toch ergens gebleven zijn? En zo ja, wordt het dan zo langzamerhand niet tijd om Saddam Hoessein van die wapens af te helpen? En met die vraag zijn we weer terug waar het in deze kwestie werkelijk om gaat, namelijk de toekomst van het Midden-Oosten. Is die het beste gediend met doorpakken zoals de VS willen, of toch maar weer blijven pappen en nathouden?
Niemand die het kan voorspellen. Er is daarom ook niemand die op rationele gronden zijn gelijk kan claimen. Frau Antje niet en de VS ook niet. Uiteindelijk is het een keus uit twee kwaden en staande voor zo'n dilemma geven morele en dus niet rationele overwegingen niet zelden de doorslag.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.