*

 

Allemaal djihadi's

Betsy Udink Islamabad − 12/02/03, 00:00

Vanuit haar woonplaats Islamabad bericht schrijfster Betsy Udink maandelijks over het dagelijks leven in Pakistan.

Meneer Noori zegt dat we allemaal djihadi's zijn. Hij is er een; en hij zegt dat ik ook een djihadi ben. Wij zijn strijders in de Heilige Oorlog tegen armoede, analfabetisme, discriminatie van christenen in Pakistan, en tegen kinderarbeid. Meneer Noori is nog jong, een jaar of drieëndertig schat ik, en voorzitter van de afdeling Sialkot van de Pakistaanse Raad voor Sociaal Welzijn en Mensenrechten. Van beroep is hij juwelier. In Sialkot wordt driekwart van de voetballen op de wereld gemaakt en ook de meeste chirurgische instrumenten. De stad ligt in de noordelijke Punjab, pal op de grens met India. Meneer Noori heeft vroeger op een madrassa gezeten en heeft daar de Koran uit het hoofd geleerd. Later zat hij op een normale middelbare school. Uit zichzelf bestudeert hij andere godsdiensten. In de islam en in het christendom, zegt hij, is het welzijn van één persoon gelijk aan het welzijn van de hele mensheid. Hij bedoelt dat we bij onszelf moeten beginnen om de wereld te veranderen.

Ik vind meneer Noori hartveroverend. Hoe kan Pakistan, met mensen zoals hij, in de wereld zo'n slechte naam hebben? Meneer Noori is van goede wil en is, net als alle aardige mensen, voor: 'leven en laten leven'. Hij is ook erg begaan met het lot van werkende kinderen. Meneer Noori denkt namelijk dat als alle kinderen minstens tot hun twaalfde naar school gaan, er een einde zal komen aan armoede en kinderarbeid in Pakistan. In Sialkot werken duizenden kinderen. Zij zetten leren voetballen in elkaar en vervaardigen medische instrumenten. Kinderarbeid is, volgens meneer Noori, gênant en schrijnend tegelijk. In 1998 verloor Sialkot de opdracht van Adidas om de ballen voor het wereldkampioenschap voetballen in Frankrijk te leveren. Onlangs trok de Amerikaanse firma Johnson en Johnson een mega-bestelling terug voor medische instrumenten. Beide fiasco's vonden plaats toen geen garantie gegeven kon worden dat kinderen niet bij de productie betrokken waren.

Het voltallige bestuur van negen man gaat mee als meneer Noori en ik één van de 272 dorpen rond Sialkot bezoeken die betrokken zijn bij het project om alle kinderen vanaf vijf jaar algemeen onderwijs te laten volgen. De vereniging van meneer Noori is ervan overtuigd dat hoe meer kinderen onderwijs volgen, des te minder armoede en kinderarbeid er zullen zijn.

De school is een jongensschool. Het schoolgebouw is klein; de lokalen hebben geen ramen, geen elektrisch licht en geen banken. Het gebouw is al jaren in onbruik. De jongens zitten buiten op de grond voor schoolborden op driepoten. De kruin van een kolossale pie-pul boom ( ik weet er de Nederlandse naam niet voor), groter dan het schoolgebouw, beschermt de kinderen tegen de zon. In de schaduw van de reuzenboom zit een dozijn mannen, het bestuur van de school: de spil waar het project om draait. Zij zijn mannen van aanzien in het dorp en gaan aan het begin van het schooljaar van deur tot deur om de ouders ervan te overtuigen dat het beter is hun kinderen naar school te sturen dan hen te laten werken. Blijft een kind uit de klas weg, dan wordt vanaf de tweede dag het schoolbestuur gemobiliseerd om het terug in de les te krijgen. Uniek in Pakistan, waar alles een prijs heeft, is dat het werk van het schoolbestuur louter gebaseerd is op overtuigingskracht.

Drie jongens van twaalf jaar worden naar voren geduwd. Met gebogen hoofd en fluisterstem vertellen zij dat zij geen zin meer hadden in school. De één was voetballen gaan maken, de ander bij een garage gaan werken, en de derde bij een kleermaker. Maar er was iedere dag iemand van het schoolbestuur langs gekomen en die had gezegd dat ze met het diploma van de lagere school later beter werk konden krijgen.

Bijna honderd procent van de kinderen tussen de vijf en de zeven jaar, zegt meneer Noori, gaat sinds het project drie jaar geleden begon naar school. Bij de oudere kinderen is het percentage voortijdige schoolverlaters teruggebracht van 50 naar 38 procent. De bedoeling is dat er over nog eens drie jaar nagenoeg geen drop-outs meer zijn. De kans van slagen is groot, volgens meneer Noori, omdat de dorpsgemeenschap zich met de kinderen en met de school verbonden heeft en tegenwoordig als een djihadi strijdt tegen analfabetisme en kinderarbeid.

mailIcon print |