*

 

Voor even een strohalm

Elma Drayer − 12/02/03, 00:00

Missionarissen gingen ooit met duizenden naar Afrika. Maar nu is Afrika in onze grote steden: mensen op zoek naar een beter leven vinden in het 'Afrikahuis' een laatste strohalm, en zorgen voor een volle mis.

De kerk is deze februarizondag nagenoeg leeg als de twee priesters -de een blank, de ander zwart- om klokslag twaalf binnenschrijden met de misdienaren. Is dit de All Saints Catholic Church, populair toevluchtsoord in de Pijp voor rooms-katholieke Afrikanen uit Amsterdam en wijde omstreken? Maar zie, gaandeweg de mis stroomt de nogal hoekige kerkzaal vol, om tegen halftwee bijkans uit de voegen te barsten. Om de paar minuten piept de deur open, en daar glipt weer een feestelijk geklede Ghanees of Nigeriaan binnen. Alleen tijdens de evangelielezing en de al even heilige communie blijven de deuren onverbiddelijk gesloten.

De All Saints Catholic Church is de parochie van het Afrikahuis, opgezet door de paters van de Sociëteit voor Afrikaanse Missiën (sinds 1856). Die constateerden halverwege de jaren zeventig in Ghana een grote trek van Ghanezen naar Nederland, en ze besloten hun werkterrein uit te breiden. Inmiddels zitten de missionarissen alweer tien jaar in een afgedankte rk kerk in de Van Ostadestraat, en leidt de Engelstalige parochie een bloeiend bestaan. ,, Wij luisteren naar de wensen van de mensen'', zegt coördinator pater Gerard Timmermans (47). ,,Afrikanen vinden in Nederland niet het katholicisme waarin ze zijn opgevoed. Dat is de rechtvaardiging voor een aparte parochie.''

Nigerianen en Ghanezen houden elkaar ongeveer in evenwicht, maar mixen doen ze niet. Tot nu lukt het de paters de twee volkeren bij elkaar te houden. De kerk trekt een populatie waarvan de doorsnee Nederlandse parochie zou watertanden: dertigers en veertigers domineren, een zwerm kinderen bezoekt de nevendienst. Er wordt krachtig en fraai gezongen, er is veel ritmisch handgeklap, de priester preekt lopend, de microfoon in de hand. Het thema vandaag: het lijden van Job en de ongewisheid van het bestaan. Your life will be better, is de boodschap. Don't worry about it.

Tijdens de consecratie rinkelt ergens een mobieltje. De bezitter loopt snel door een deur naar achteren, voert een gesprek en schuift weer binnen. De collecte is geen rondgang met mandjes. De kerkgangers gaan rij voor rij naar voren, doneren geld, maar brengen ook fruit, suiker en pakken vruchtensap naar het altaar. Zingend en wiegend, dat spreekt.

Na afloop vormt zich een rij voor het beeld van Maria-met-Kind dat uitgebreid wordt betast en toegebeden. Queen of all saints, staat op banier boven haar hoofd, pray for us. Dit is, zegt een vrouw uit Ghana, toch fijner dan een Nederlandse mis. ,,Dan kan ik het niet zo goed volgen. Hier voel ik me thuis.'' Maar haar kinderen, zegt ze, vinden er niks aan. ,,Die verstaan beter Nederlands dan Engels.''

De paters doen méér dan een parochie runnen. De All Saints Catholic Church trekt de min of meer geslaagde Afrikanen. Ze hebben werk, een dak boven het hoofd. ,,Ik wil niet zeggen dat ze allemaal legaal zijn'', zegt pater Gerard Noom (68). ,,Ze hebben wél hun weg gevonden in Nederland.'' Beneden in het souterrain zit de diaconale poot van het Afrikahuis: dagopvang voor -in veruit de meeste gevallen kansloze- asielzoekers. In 2001 wisten 291 Afrikanen de weg naar het 'huiskamerproject' te vinden, in 2002 waren dat er 561, en sinds 1 januari dit jaar klopten er al 52 aan.

Die rappe stijging is niet zo merkwaardig. Sinds de nieuwe Vreemdelingenwet is er géén opvang meer voor afgewezen asielzoekers die nog in beroep mogen gaan bij de rechter. De periode tussen aanmeldcentrum en rechterlijke uitspraak -gemiddeld een week of drie- moeten ze zélf zien te overbruggen. VluchtelingenWerk raadt ze niet zelden het Afrikahuis aan. ,,Wij zijn de laatste strohalm'', zegt pater Timmermans. ,,Feitelijk worden ze aan hun lot overgelaten.'' Persoonlijk kan hij er met zijn verstand niet bij: waarom zorgen de aanmeldcentra niet zelf voor deze opvang? ,,De leegstand is enorm, heb ik met eigen ogen gezien.'' Een voorstel daartoe van Femke Halsema (GroenLinks) belandde vorig jaar tot zijn ongenoegen 'in een diepe la'.

Op deze koude februarimiddag zitten in de huiskamer zo'n zestig jongemannen -mutsen op, jassen aan- te wachten op de kip met rijst. Ze doen een dutje, hangen, kletsen, kijken CNN. Welgeteld één vrouw loopt rond; Nederlandse, blank, en met een gehavend gebit en gezicht. Ze is boos op de pers. ,,U wilt mijn verhaal niet horen, hè'', zegt ze. ,,U hebt alleen aandacht voor die zwartjes!''

Veruit de meeste huiskamerbezoekers komen tegenwoordig uit de Franssprekende landen van Afrika én zijn moslim. Pater Timmermans: ,,Wij wijzen niemand af. Ze komen binnen als mens, en daar luisteren we naar. Alleen als zij er zelf om vragen, beginnen we over ons geloof. We zeggen wel altijd heel nadrukkelijk dat we een kerk zijn.'' Ooit boden de paters bijbelklassen aan en een wekelijkse eucharistieviering. ,,Maar we constateerden dat er dan van de twintig bezoekers twee bleven. De rest ging naar buiten. Het is niet de bedoeling de mensen weg te sturen. Dus daar zijn we met pijn in het hart mee opgehouden.''

Vanuit het glazen kantoortje blikt pater Noom naar zijn clientèle. Decennialang was hij missionaris in Ghana, nu helpt hij in het Afrikahuis. ,,Ze denken dat ze hier het heil kunnen vinden'', zegt hij peinzend. ,,Wij hebben ze niet gevraagd om te komen. Maar als ze voor de deur staan, wil ik die best een stukje opendoen.'' De pater lacht. ,,Ik ben christen, zeg ik maar: wat je voor de minste hebt gedaan, heb je voor mij gedaan.''

Bij het kantoortje klopt elke paar minuten wel iemand aan. Meest gestelde vraag vanmiddag, en alle middagen: of het Afrikahuis een slaapplaats kan regelen. ,,Hooguit twee nachten betalen wij'', zegt pater Noom. ,,Dat is om ze een start te geven. Wat kunnen we doen verder?'' Hij pakt de telefoon en belt The Shelter, christelijk jeugdhotel op de Wallen. ,,Dus we krijgen vanaf nu 'nee' te horen? Nee, begrijp ik. Hartelijk dank.'' Met een zucht hangt hij op. ,,The Shelter wordt overstróómd'', zegt de pater tegen vrijwilliger Pierre Makon, die net is binnengelopen. ,,Ze nemen voorlopig geen mensen meer op. Dus dan weet je dat alvast.''

De boodschap klinkt die middag in vele varianten. ,,Een slaapplaats? Nee, sorry. Ze nemen niemand meer op.''

,,Nee, we hebben geen slaapplaats. Is voor ons ook een probleem.''

,,Heb je geen kennissen in de stad?''

,,We zullen de burgemeester vragen om extra slaapplaatsen.''

In de huiskamer besmeert een man uit Benin een bruine boterham met pindakaas. Hij moppert op het eten: veel te weinig, en waarom staat er geen soep op het menu? Trouwens, van bruin brood houdt hij óók niet. ,,Wij hebben geen geld, daar moeten jullie voor zorgen.'' Sinds anderhalf jaar is de 31-jarige Beniner in Nederland, de negatieve beschikking heeft hij allang op zak. Nee, er was niets aan de hand in Benin, hij wilde gewoon naar Europa. Of het geen hard bestaan is, zo zonder verblijfsvergunning? Welnee, zegt hij. ,,Niet harder dan in mijn eigen land.''

,,Wij vragen niks'', zegt pater Timmermans. ,,Het vluchtverhaal is voor ons niet doorslaggevend. Ze zijn allemaal op zoek naar een beter bestaan.'' En: ,,Iemand die zoveel duizenden kilometers hierheen heeft gereisd, is niet zielig. Ik vind het niet altijd verstandig wat ze hebben gedaan, maar ik vind ze wel dapper.''

,,Al deze mensen'', zegt pater Noom, ,,worden door hun familie op de plane gezet. Dat kan niet anders. De familie betaalt het ticket. Binnen een maand ligt er een brief van thuis: waar het geld blijft? Ze horen van de reisagent dat ze in Nederland een goed verhaal moeten ophangen. Of ze zijn bezeten door voodoo. Of ze hebben grote bezwaren tegen vrouwenbesnijdenis. Of ze willen hun vader niet opvolgen als stamhoofd omdat ze christen zijn. Hoor je weer een verhaal dat je al honderd keer hebt gehoord. Natuurlijk zitten er gevallen tussen die echt schrijnend zijn. Maar ze maken vaak zoveel stuk voor zichzelf.''

Behalve de bankzitters -die maandenlang terug blijven komen- verdwijnen de meeste Afrikanen spoorloos, soms al voor ze hun negatieve beschikking binnen hebben. Krijgen de paters de kans, dan proberen ze uitgeprocedeerden over te halen naar het land van herkomst terug te keren. De Nederlandse overheid helpt ze daar desgewenst bij, met tickets en geld. Timmermans: ,,Wij zeggen tegen ze: waarom zou terugkeer niks zijn? Zo ideaal is het niet om onder bruggen en in portieken te slapen, zeker niet bij deze temperaturen. Maar als iemand de illegaliteit in wil, houd ik hem niet tegen. Mensen hebben altijd een keuze.''

De missionarissen zijn ervan overtuigd dat het Afrikahuis de overheid een dienst bewijst. Pater Timmermans: ,, De kerken doen veel en voorkomen veel. Gemeente en rijk vegen hun straatje schoon. Dat ze dat niet lukt, zie je hier.'' Pater Noom: ,,De politie weet wat hier gebeurt, weet wie hier komen. Maar zolang het rustig blijft, is ze allang blij dat deze mensen van de straat zijn. Hoeven ze niet uit stelen.''

De huiskamer loopt langzaam leeg. Vier mannen zijn in slaap gevallen voor TMF, de rest ligt languit op de banken. Vrijwilliger Pierre Makon, zelf afkomstig uit Kameroen, heeft op de valreep een slaapplaats losgepeuterd bij het Leger des Heils in Amsterdam-Noord. Tussen de daklozen, verslaafden en psychiatrische patiënten. ,,Het is geen hotel'', zegt hij tegen de jongeman tegenover hem. ,,Maar altijd beter dan buiten slapen.''

De man maakt geen aanstalten om op te staan. ,,C'est fini'', zegt Pierre Makon, en hij spreidt zijn armen. ,,Je hebt geluk. Het regent niet. Het sneeuwt niet. Het waait niet.'' Hij schuift zijn papieren bij elkaar. ,,En je kunt hier nog een lekker kopje thee nemen.''

mailIcon print |