KABOEL - ,,Hij wil niet meer vooruit'', roept een Afghaans jongetje tegen zijn vader terwijl hij een schaap weer in beweging probeert te krijgen. Het koppige zwarte dier zet de hoeven diep in de modder van de veemarkt in een buitenwijk van de Afghaanse hoofdstad Kaboel. Het beest blaat meelijwekkend alsof het voorvoelt wat er te gebeuren staat.
De toekomst had gisteren weinig goeds in petto voor het Afghaanse kleinvee. Het offerfeest Eit-al-Adha -het belangrijkste islamitische feest, dat in Afghanistan Eit-Korban wordt genoemd- is gisteren begonnen. Een van de hoogtepunten is het slachten van een geit, schaap of koe, en voor grote families behoort zelfs een kameel tot de mogelijkheden op de blubberige veemarkt.
Het offerfeest is de officiƫle afsluiting van de hadj, de jaarlijkse pelgrimstocht naar Mekka. Herdacht wordt dat Ibrahim (Abraham) op bevel van God bereid was zijn zoon Isaac te offeren. In diens plaats zond God een lam. Dat wordt door miljoenen moslims overal ter wereld jaarlijks gevierd door de slachting te herhalen.
Het driedaagse Eit Korban is in de eerste plaats het feest van verzoening en van samen eten met familie en vrienden. Ook nemen veel Afghanen de kans te baat om nieuwe kleren aan te schaffen. Een paar jonge meisjes in zwarte jurkjes met glitters lopen te paraderen langs lemen huizen in een voorstad van Kaboel, onder de verhullende boerka's die de meeste volwassen vrouwen dragen is soms een randje van een feestelijke japon te zien.
De 53-jarige Mera Hudein is 's ochtends rond tien uur in het zonnetje op zijn kleine binnenplaatsje begonnen met het uitbenen van zijn schaap, dat hij even tevoren met een snelle snee van een scherp mes in de hals heeft geslacht. Geholpen door zijn zoon Fazil (26) stroopt hij de huid eraf. Ze hakken om de beurt het vlees in stukken met een niet al te scherpe bijl. ,,Je kunt wel zien dat dit niet mijn dagelijkse werk is'', grijnst Fazil.
Het beest is gekocht van een oom in de noordelijke Pansjir-vallei omdat schapen daar veel goedkoper zijn dan in Kaboel. Dit dier kostte Hudein en zijn zoon 80 euro. In de hoofdstad ligt de prijs op tenminste 130 euro. Een klein fortuin voor een land waar een gemiddeld inkomen rond de 25 euro per maand is. De autorit van ruim 200 kilometer heen en terug hebben de vader en zoon graag voor het verschil over. Uit geldgebrek kopen veel families samen een dier. Een kostbare kameel wordt soms wel door zeven families tegelijk aangeschaft.
Veel van de anderhalf miljoen teruggekeerde Afghaanse vluchtelingen uit Iran en Pakistan kunnen dit jaar alleen dromen van het slachten van een dier. Velen van hen wonen in de ruïnes van Kaboel of in tentenkampen waarvan eentje precies naast de veemarkt ligt.
De vluchtelingen moeten een beroep doen op de goedgeefsheid van hun iets welvarender landgenoten. Overal in de hoofdstad gaan groepjes bedelend langs de huizen om te vragen om 'korbani-vlees'. De traditie wil dan eenderde van elk geslacht dier naar de armen gaat. Eenderde wordt door de familie zelf gegeten en het resterende deel gaat naar vrienden of buren.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.