De geleidelijke eenwording van Europa krijgt greep op de cao-onderhandelingen. Onderzoek van het CNV leert dat vakbondsonderhandelaars steeds vaker grensoverschrijdend moeten meedenken met de wederpartij, de werkgevers.
UTRECHT - ,,Nu de prijs van een brood in Frankrijk in dezelfde munteenheid wordt uitgedrukt, worden de verschillen in lonen in de Europese Unie enorm zichtbaar. Ook voor werkgevers is het vergelijken met buurlanden nu veel gemakkelijker. De verschillen in met name loonkosten komen helder op het netvlies.''
Cao-coördinator Jaap Jongejan is niet verbaasd over de uitslag van een onderzoek onder zijn cao-onderhandelaars. Na een nulmeting vlak voor de invoering van de euro viel het nog mee. Maar een herhaling van het onderzoek geeft nu aan dat het onvermijdelijk is: Europa neemt zitting aan de onderhandelingstafel. Voor de arbeidsvoorwaarden van Nederlandse werknemers wordt de blik meer en meer op het buitenland gericht.
Van de vakbondsbestuurders die met de werkgevers bakkeleien over onder meer loon, werktijden en vrije tijd, meent zo'n 40 procent dat kennis van de arbeidsvoorwaarden in andere EU-landen 'van groot belang' gaat worden om het onderhandelingswerk naar behoren te kunnen doen. Nu al zegt de helft dat deze kennis 'van nut' is. ,,Deze bestuurders werden tijdens de cao-rondes door de werkgever geconfronteerd met arbeidsvoorwaarden uit andere landen in de eurozone'', aldus het onderzoek.
Het is de tweede keer dat de Bedrijvenbond haar bestuurders bevraagt over de impact van de Europese eenwording. ,,We hebben bewust vóór de invoering van de euro een eerste meting verricht, omdat we al verwachtten dat de komst van de euro de zaak in een versnelling zou brengen'', licht Jongejan toe.
Voor de vakbeweging wordt het tijd zich beter voor te bereiden op de eenwording, meent Jongejan: ,,We zullen onze onderhandelaars beter moeten kunnen informeren over Europa.'' Uit het onderzoek blijkt dat de bond volgens de bestuurders te weinig specifieke informatie kan verschaffen over Europa. ,,Voor ons betekent dit actie ondernemen'', zegt Jongejan. ,,We zijn druk bezig een kenniscentrum op te stellen dat onze mensen, van jurist tot onderhandelaar, moet kunnen voorzien van de gewenste informatie. Het wordt er met de komst van Europa als factor van belang niet eenvoudiger op.''
Jongejan ziet overigens een ontwikkeling die hem niet zint. Het zijn de werkgevers die Europa inbrengen in de onderhandelingen, de vakbondsbestuurders doen dat volgens het onderzoek maar 'mondjesmaat'. En de belangrijkste Europese thema's die de werkgevers inbrengen zijn loonontwikkelingen, arbeidstijden, toeslagen en pensioenen. Jongejan: ,,Als onze cao-onderhandelaars gegevens uit het buitenland voor de voeten krijgen geworpen, gaat het altijd over kwantificeerbare zaken: vooral de loonkosten. Met zo'n toenemende focus op die kosten, loop je het risico dat dat de spil gaat worden: concurreren op loonkosten, nu met bijvoorbeeld Duitsland, vervolgens met Polen en uiteindelijk met ontwikkelingslanden. Dat win je nooit.''
Het is de verkeerde weg, concludeert Jongejan met de cijfers in de hand. ,,We hebben in Europa afgesproken dat de Unie in 2010 de meest dynamische economie ter wereld moet zijn. Als Nederland willen we daar zelfs een schepje bovenop doen. Dan moet je de focus verleggen van loonkosten naar opleiding, naar kennis, naar innovatie. Het moet slimmer en beter, in plaats van goedkoper.''
Jongejan geeft zelf aan dat het bijna een 'Kleinknecht-achtige benadering' is. Hij doelt daarmee op de visie van de econoom Alfred Kleinknegt, die er al lange tijd op hamert dat het Nederlandse fenomeen van krampachtig vasthouden aan loonmatiging een heilloze weg is. De econoom stelt dat het ondernemers te weinig prikkelt te investeren in innovatie, omdat de factor arbeid zo aantrekkelijk goedkoop is. Werkgevers worden er, zeg maar, lui van.
Jongejan: ,,Wij zijn geen arbeidsvoorwaardenfabriek voor loonkosten. We hebben als vakbond een bredere rol en zullen als actiepunten scholing en ontwikkeling moeten hanteren.''
De CNV'er denkt dat de rol van Europa binnen het cao-overleg snel zal toenemen. Maar als tweede lijn ziet hij ook steeds meer noodzaak tot regionaal denken. ,,Je kunt als vakbond niet zo Europees zijn dat je niet meer uit de vraag komt of Philips nu wel of niet productie naar Polen moet verplaatsen; voor Nederland is het niet leuk, voor Polen wel. We zullen in de toekomst steeds meer op Europees niveau minimumstandaarden voor vakbondsbeleid moeten uitzetten, gezamenlijk. Vervolgens moeten die standaarden uitgewerkt worden op decentraal niveau: rekening houdend met de onderneming in bijvoorbeeld Zeeland.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.