Als de redenering van de Delftse hoogleraar/econoom Kleinknecht wordt afgemaakt, staat het poldermodel een revitalisering van de economie in de weg. Kleinknecht werd bekend vanwege diens stelling dat loonmatiging uiteindelijk funest zou zijn voor de economie.
Loonmatiging leidt tot daling van het aandeel van de loonkosten in de exploitatie van bedrijven. Dat is op korte termijn goed voor de werkgelegenheid, maar op de lange termijn juist schadelijk. Bedrijven, aldus nog steeds Kleinknecht, missen op die manier de 'natuurlijke' prikkel om te zoeken naar efficiƫntere productiemethoden. Innovatie is een levensvoorwaarde voor een bedrijf op lange termijn en dus is de omstrengeling van werkgevers, werknemers en overheid op den duur fnuikend voor de economie.
Deze week lieten de werkgevers in een stuk voor de informateur merken dat innovatie niet langer op zich kan laten wachten. Natuurlijk, VNO-NCW heeft altijd lippendienst aan het onderwerp bewezen, maar de wijze waarop de werkgevers het nu politiek willen vertalen, is redelijk uniek. Plotseling heet het 'boekhouden' als wordt vastgehouden aan een begroting zonder tekort, en wordt geaccepteerd dat ten behoeve van versterking van de economische infrastructuur een financieringstekort (tijdelijk) blijft bestaan. Een vleugje Keynes in het werkgeversdenken.
In het stuk is niet veel te vinden over de eigen verantwoordelijkheid van werkgevers op dit punt, maar het is al heel wat dat erkend wordt dat er beleid moet komen. De formatie en het daaropvolgende centraal overleg tussen het nieuwbakken kabinet en werkgevers en werknemers kunnen bewijzen dat de eindconclusie van Kleinknecht (het poldermodel bemoeilijkt de gezondmaking van de economie) niet noodzakelijkerwijs ook in de praktijk onontkoombaar is.
Het CNV pleitte al bij het kabinet-Balkenende voor een meerjarig akkoord dat onder meer een gezamenlijke polderstrategie zou moeten bevatten om de productiviteit in de Nederlandse bedrijven op te stuwen.
Dat loonmatiging daar een onderdeel van zal zijn, ondanks Kleinknecht, lijkt onontkoombaar. Investeren in innovatie voor de lange termijn maakt het behoud van werkgelegenheid op de korte termijn immers nog niet tot een zinloze bezigheid. Maar voor het overige zal het moeten gaan om afspraken die nog niet eerder zijn gemaakt in de poldereconomie.
Aanzetten voor dergelijke afspraken zijn er al. Steeds meer (grotere) bedrijven schuiven hun verantwoordelijkheid voor technisch georiƫnteerd onderwijs niet langer voor zich uit. DSM en Philips zijn daar voorbeelden van. Zij zoeken samenwerking met faculteiten natuurwetenschappen en (her)overwegen technische opleidingen in eigen beheer.
Van de vakbeweging mag worden verwacht dat innovatie aan het lijstje 'goede doelen' uit het arbeidsvoorwaardenoverleg wordt toegevoegd. Zo kan een deel van de loonruimte via de cao voor dat doel worden bestemd. En een nieuw kabinet zal zwaar moeten investeren in technisch en hoger onderwijs, en dient nu eindelijk een industriebeleid te voeren dat van de noodzaak tot innoveren uitgaat.
Als een dergelijke afspraak te maken valt en als die navolging krijgt, kan de overlegeconomie bewijzen dat de weg van Kleinknecht niet noodzakelijkwijs de enige weg is. En dat overleg de bezwaren van het wegvallen van een economische prikkel kan wegnemen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.